Einde inhoudsopgave
Speaking the same language (AN nr. 181) 2023/2.5.8.2.3
2.5.8.2.3 Rechten van objecten van ‘mere’ powers of appointment, ‘fiduciary’ powers of appointment en discretionary trusts bij de uitoefening van verleende bevoegdheden
mr. K.R. Filesia, datum 25-09-2023
- Datum
25-09-2023
- Auteur
mr. K.R. Filesia
- JCDI
JCDI:ADS717395:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
G. Thomas, Thomas on Powers, Oxford: Oxford University Press 2012, p. 137 en p. 160-161.
G. Thomas, Thomas on Powers, Oxford: Oxford University Press 2012, p. 137; L. Tucker, N. Le Poidevin & J. Brightwell, Lewin on Trusts, London: Sweet & Maxwell 2020, nr. 33-036; R. Wilson, Halsbury’s Laws of England. Trusts and Powers (volume 98), London: LexisNexis 2019, nr. 2.
G. Thomas, Thomas on Powers, Oxford: Oxford University Press 2012, p. 137.
G. Thomas, Thomas on Powers, Oxford: Oxford University Press 2012, p. 137; J. Glister & J. Lee, Hanbury & Martin. Modern Equity, London: Sweet & Maxwell 2021, p. 52.
G. Thomas, Thomas on Powers, Oxford: Oxford University Press 2012, p. 138; R. Wilson, Halsbury’s Laws of England. Trusts and Powers (volume 98), London: LexisNexis 2019, nr. 2.
G. Thomas, Thomas on Powers, Oxford: Oxford University Press 2012, p. 138.
G. Thomas, Thomas on Powers, Oxford: Oxford University Press 2012, p. 138; G. Virgo, The Principles of Equity & Trusts, Oxford: Oxford University Press 2020, p. 430-432; P.S. Davies & G. Virgo, Equity & Trusts. Text, Cases and Materials, Oxford: Oxford University Press 2019, p. 642-643; P. Matthews e.a., Underhill & Hayton. The Law of Trusts and Trustees, London: Butterworths/LexisNexis 2022, p. 42-43.
G. Thomas, Thomas on Powers, Oxford: Oxford University Press 2012, p. 138; J. Glister & J. Lee, Hanbury & Martin. Modern Equity, London: Sweet & Maxwell 2021, p. 52.
G. Thomas, Thomas on Powers, Oxford: Oxford University Press 2012, p. 138; P.S. Davies & G. Virgo, Equity & Trusts. Text, Cases and Materials, Oxford: Oxford University Press 2019, p. 640-642; G. Virgo, The Principles of Equity & Trusts, Oxford: Oxford University Press 2020, p. 430; L. Tucker, N. Le Poidevin & J. Brightwell, Lewin on Trusts, London: Sweet & Maxwell 2020, nrs. 33-034 en 33-035.
G. Thomas, Thomas on Powers, Oxford: Oxford University Press 2012, p. 138; P.S. Davies & G. Virgo, Equity & Trusts. Text, Cases and Materials, Oxford: Oxford University Press 2019, p. 640-642; L. Tucker, N. Le Poidevin & J. Brightwell, Lewin on Trusts, London: Sweet & Maxwell 2020, nrs. 33-034 en 33-035.
Saunders v Vautier [1841] 41 ER 482; G. Thomas, Thomas on Powers, Oxford: Oxford University Press 2012, p. 138; G. Virgo, The Principles of Equity & Trusts, Oxford: Oxford University Press 2020, p. 433.
Saunders v Vautier [1841] 41 ER 482; J. Glister & J. Lee, Hanbury & Martin. Modern Equity, London: Sweet & Maxwell 2021, p. 52; P. Matthews e.a., Underhill & Hayton. The Law of Trusts and Trustees, London: Butterworths/LexisNexis 2022, p. 41-43.
P.S. Davies & G. Virgo, Equity & Trusts. Text, Cases and Materials, Oxford: Oxford University Press 2019, p. 640-642; G. Virgo, The Principles of Equity & Trusts, Oxford: Oxford University Press 2020, p. 433; R. Wilson, Halsbury’s Laws of England. Trusts and Powers (volume 98), London: LexisNexis 2019, nr. 2; G. Thomas & A. Hudson, The Law of Trusts, Oxford: Oxford University Press 2010, p. 332. Zie voorts paragraaf 3.3.9.
Uit het bovenstaande blijkt dat het subtiele onderscheid tussen de ‘mere personal’ powers of appointment, de ‘mere fiduciary’ powers of appointment en de discretionary trusts buitengewoon lastig is. In het Anglo-Amerikaanse trustrecht is dit onderscheid evenwel van wezenlijk belang voor de bepaling van de rechten van (potentiële) beneficiaries van discretionary trusts en objecten van powers of appointment in de situatie dat de donee c.q. de trustee verzuimt de aan hem verleende bevoegdheden uit te oefenen. Afhankelijk van de aard van voornoemde rechtsfiguren, wordt bepaald welke rechtsmiddelen potentiële beneficiaries van discretionary trusts en objecten van powers of appointment tot hun beschikking hebben, opdat de uitoefening van de desbetreffende power c.q. discretionaire bevoegdheid rechtens kan worden afgedwongen.
Objecten van een ‘mere personal’ power of appointment hebben – ten gevolge van de volledige beslissingsvrijheid van de donee – in hun hoedanigheid van object, zowel individueel als tezamen, geen enkel belang in het goed waarop de power betrekking heeft.1 Dientengevolge kunnen de objecten van verkrijging van een zodanige power, de uitoefening ervan te hunnen behoeve niet rechtens afdwingen.2 Deze objecten hebben evenmin een afdwingbaar recht om als potentiële verkrijgers van het goed waarop de power betrekking heeft, in aanmerking te worden genomen.3 Een rechtens afdwingbare verbintenis ontstaat pas op het ogenblik dat de donee van de power deze heeft uitgeoefend ten voordele van één of meer objecten die deel uitmaken van de groep der objecten die kunnen worden aangewezen, gezien het feit dat op dat moment een recht op levering ontstaat.4
Is er sprake van een ‘mere fiduciary’ power of appointment, dan verkrijgen de objecten bij de verlening van de power – net als de objecten van een ‘mere personal’ power of appointment – in hun hoedanigheid van object, individueel dan wel tezamen, geen enkel belang in het goed waarop de power betrekking heeft.5 Hierdoor bestaat er voor de objecten ook geen mogelijkheid om de uitoefening van deze power in hun voordeel, rechtens af te dwingen.6 Vanwege het feit dat de donee de taak tot overweging heeft, hebben de objecten van een ‘mere fiduciary’ power of appointment echter – anders dan de objecten van ‘mere personal’ power of appointment – een afdwingbaar recht om als potentiële verkrijgers van het goed waarop de power betrekking heeft, te worden beschouwd.7 Als gevolg van de uitoefening van de power in het voordeel van één of meer objecten, ontstaat op dat tijdstip direct een recht op levering van de appointive property en verkrijgt een object een rechtens afdwingbare verbintenis.8
Heeft de ‘mere personal’ power of appointment of een ‘mere fiduciary’ power of appointment betrekking op trustgoederen en is de donee overgegaan tot de uitoefening, dan kan een object het verworven recht op levering dat op dat tijdstip ontstaat, jegens de trustee – als volledige rechthebbende van de trustgoederen – uitoefenen.
Potentiële beneficiaries van discretionary trusts hebben een potentieel belang in het trustfonds en daarmee – in tegenstelling tot de objecten van ‘mere personal’ of ‘mere fiduciary’ powers of appointment – meer rechten die zij kunnen uitoefenen jegens de trustee(s). Personen die deel uitmaken van de groep der potentiële beneficiaries van een discretionary trust, kunnen allereerst individueel of tezamen, in rechte vorderen dat de trustee bij de uitoefening van zijn discretie, hen als potentiële verkrijgers van een uitkering uit de trust dient te beschouwen.9 Daarnaast kunnen potentiële beneficiaries individueel dan wel tezamen, afdwingen dat de trustee van tijd tot tijd de uitoefening van zijn discretionaire bevoegdheid moet overwegen.10 Het derde en belangrijkste recht dat in het Anglo-Amerikaanse trustrecht in dit kader van doorslaggevende betekenis is, is het recht van de potentiële beneficiaries tezamen om in rechte af te dwingen dat de trustee overgaat tot de verdeling van de trustgoederen onder alle potentiële beneficiaries.11 Het laatste kan evenwel uitsluitend geschieden indien alle potentiële beneficiaries tezamen wils- en handelingsbekwaam zijn en dit unaniem hebben bepaald.12 Blijft de trustee in gebreke en respecteert hij de eerdergenoemde rechten van de potentiële beneficiaries niet, dan handelt hij in strijd met zijn trustrechtelijke verplichtingen en pleegt hij derhalve een ‘breach of trust’.13