Einde inhoudsopgave
De geschillenregeling ten gronde (VDHI nr. 108) 2011/V.4.1
V.4.1 De eiser wordt veroordeeld
prof.mr. C.D.J. Bulten, datum 28-04-2011
- Datum
28-04-2011
- Auteur
prof.mr. C.D.J. Bulten
- JCDI
JCDI:ADS373737:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken 31 058, nr. 3 (MvT), p. 22.
Aldus de Kamerstukken 31 058, nr. 3 (MvT), p. 22. De Antilliaanse uittredingsregeling gaat uit van hetzelfde systeem, zie de eerste zin van art. 2:252 lid 6 BWNA: 'De vordering tot uittreding kan slechts met instemming van de wederpartij worden ingetrokken.'
Kamerstukken 18 905, nr. 3 (MvT), p. 26.
Rb. Rotterdam 13 december 2006, JOR 2007/86 (Van Huizen), ro. 5.3-5.4.
De toelichting (Kamerstukken 18 905, nr. 3 (MvT), p. 28-29) vermeldde dat het afschrift van het eindvonnis 'onmiddellijk' wordt betekend. Niet alleen de leveringstermijn van twee weken, maar ook de termijnen voor het volgen van een statutaire aanbiedingsregeling nemen zo een aanvang.
Voor de levering en de betaling van de aandelen is voorzien in een ingewikkelde procedure. In § V.1.1 besprak ik de regeling voor de uitstoting, opgenomen in art. 2:341 BW en de bijna geheel identieke doch spiegelbeeldige regeling voor de uittreding, vervat in art. 2:343 BW. Deze artikelen bevatten een aantal op het eerste oog ondoorgrondelijke bepalingen en blinken niet uit in eenvoud. Ik pleit in het vervolg van deze paragraaf ervoor de procedure voor de levering en de betaling sterk te vereenvoudigen.
De rechter spreekt twee veroordelingen uit: niet alleen wordt de ene aandeelhouder bevolen zijn aandelen over te dragen, maar ook dient de andere partij de prijs te betalen. Een uitstotingsvonnis kan dus tegen de eisende aandeelhouder die moet betalen, geëxecuteerd worden. Voor aandeelhouders die belangstelling hebben voor de aandelen, geldt dat zij zich in het geding kunnen voegen aan de kant van de eiser. De veroordeling treft dan ook hen.1 Indien naar hun mening de prijs tegenvalt, is dat een risico dat aan het instellen van de vordering is verbonden.2 Zijn er meer eisende aandeelhouders, dan mogen zij onderling overeenkomen wie welk aantal aandelen overneemt. Bij het ontbreken van overeenstemming geschiedt de toedeling naar rato van ieders aandelenbezit. Eventueel biedt lid 7 van art. 2:341 BW uitkomst als er geschillen rijzen over de vraag over de verdeling van de aandelen.
Voor de uittreding geldt dat de rechter per gedaagde aandeelhouder aangeeft hoeveel aandelen hij verplicht moet overnemen, aldus de eerste zin van art. 2:343 lid 3 BW. Volgens de wetsgeschiedenis kan de rechter hierbij rekening houden 'met de omstandigheden van het geval'.3 Welke omstandigheden de wetgever op het oog had, is echter niet duidelijk. Mag de rechter meewegen dat de ene gedaagde beter bij kas zit dan de ander? Ik vraag mij af of dit mogelijk is.
De uittredende aandeelhouder kan een voorschot op de koopprijs vragen. De rechter zal een schatting maken, omdat over de prijs een deskundigenbericht wordt uitgebracht. Het toewijzen van het voorschot is vatbaar voor een uitvoerbaarverklaring bij voorraad.4
De eisende aandeelhouder moet het kracht van gewijsde hebbende eindvonnis waarin de overdracht is bevolen ex art. 997a Rv onverwijld betekenen aan de gedaagden en de vennootschap. Deze verplichting rust dus op de aandeelhouder die de uitstoting vordert van een andere aandeelhouder en op de aandeelhouder die zelf wil uittreden. De wet vereist de onverwijlde betekening, omdat vervolgens de termijn van twee weken, opgenomen in art. 2:341 lid 1 BW (uittreding) en art. 2:343 lid 3 BW (uittreding), gaat lopen.5