Einde inhoudsopgave
Individuele straftoemeting in het fiscale bestuurlijke boeterecht (FM nr. 151) 2018/6.4.3.3
6.4.3.3 Eerste overtreding (first offender)
mr. I.J. Krukkert, datum 01-02-2018
- Datum
01-02-2018
- Auteur
mr. I.J. Krukkert
- JCDI
JCDI:ADS463258:1
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Fiscaal strafrecht
Fiscaal bestuursrecht / Boete
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijvoorbeeld Nent, TFB 2013/01.
Enkele voorbeelden: Hof Arnhem 24 april 2012 (ECLI:NL:GHARN:2012:BW5519), Hof Den Bosch 22 juni 2012 (ECLI:NL:GHSHE:2012:BX0073), Hof Den Haag 9 april 2013 (ECLI:NL:GHDHA:2013:CA2674) en Hof Den Bosch 13 juni 2014 (ECLI:NL:GHSHE:2014:1770).
Zie voor de veroordeling van een 60-jarige first offender: Rechtbank Roermond 2 december 2011, ECLI:NL:RBROE:2011:BU6572.
Zie ook Vet, WFR 2012/1601.
Zie de Aanwijzing kader voor strafvordering en OM-afdoeningen (1 maart 2015, 2015A001, Stcrt. 2015, 4952) en bijvoorbeeld de Richtlijn voor strafvordering witwassen (1 maart 2015, 2015R052, Stcrt. 2015, 5392).
Bij straftoemeting in geval van het strafbaar kweken van hennep (zie www. rechtspraak.nl).
Als bij de motivering van de straftoemeting wordt verwezen naar een ‘blanco strafblad’ van de verdachte, dan maakt dit vaak onderdeel uit van een geheel aan strafbeïnvloedende factoren die niet allen afzonderlijk worden gewaardeerd (bijvoorbeeld: Hof Den Haag 12 december 2008, ECLI:NL:GHSGR:2008:BH0724 en Hof Den Bosch 9 december 2014, ECLI:NL:GHSHE:2014:5200).
Omschrijving
In de vorige twee onderdelen refereerde ik al aan de vervanging die in het BBBB heeft plaatsgevonden van de verzuimenreeksen door een standaard boetesysteem, in het jaar daarop gevolgd door de invoering van een forse standaard verzuimboete voor het niet of niet tijdig indienen van de aangifte vennootschapsbelasting. Tegen de hoge aangifteverzuimboete voor de vennootschapsbelasting opgenomen in paragraaf 21, lid 3 van het BBBB is dan ook veel verweer gevoerd, onder andere over de afwezigheid van een genuanceerde verzuimenreeks.1 Veel rechters hebben vervolgens dergelijke matigingsverweren, die veelal inhielden: ‘ik ben slechts voor de eerste keer in verzuim’, gehonoreerd.2 Deze matigingsgrond kan in zekere zin als de strafverminderende tegenhanger van (strafverzwarende) recidive worden gezien. Het ziet eveneens op de persoon van de dader, een dader die wellicht kan worden getypeerd als een soort first offender (iemand met een blanco strafblad die voor de eerste keer over de schreef gaat).
Overigens merk ik op dat genoemde matigingsgrond in de rechtspraak zich met name voordoet bij aangifteverzuimen vennootschapsbelasting en inkomstenbelasting (artikel 67a AWR jo. paragraaf 21 BBBB). Dat neemt overigens niet weg dat ook bij vergrijpboeten en overige verzuimboeten het first offender-schap boetematigend zou kunnen werken.
Strafdoelen
De term first offender wordt in de criminologie vaak in verband gebracht met jeugdcriminaliteit. Zo bevat de website van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum onder het kopje ‘First offenders’ slechts verwijzingen naar rapportages over jeugddelinquentie en jeugdcriminaliteit. Dit zou betekenen dat alleen jeugdigen first offenders zouden kunnen zijn. Dat is echter niet het geval. Ook volwassenen kunnen op enig moment voor de eerste keer in de fout gaan en toch voor strafvermindering in aanmerking komen.3 Ik denk dan ook dat strafvermindering van first offenders in de fiscale boetesfeer niet zozeer verband houdt met gebrek aan kennis, een onderontwikkeld normbesef of (opvoedkundige) preventiedoeleinden, maar meer met het gegeven sec dat de betrokkene niet eerder met ‘justitie’ in aanraking is geweest. In retrospectief opzicht dempt de aanwezigheid van een blanco strafblad dan als het ware de verwijtbaarheid als geheel. Met andere woorden, daar waar de recidivist bovengemiddeld verwijtbaar handelt, daar kan de first offender juist een minder dan gemiddeld verwijt worden gemaakt.
Waardering en weging
Hiervoor gaf ik al aan dat er de nodige rechtspraak is over de aangifteverzuimen voor aanslagbelastingen, en dan met name over de verzuimboete voor de vennootschapsbelasting. Uit deze rechtspraak valt echter niet eenvoudig te destilleren welke waarde moet worden toegekend aan strafvermindering als gevolg van een eerste verzuim. Vaak spelen verschillende strafverminderende omstandigheden een rol, zoals een geringe termijnoverschrijding of een negatief belastbaar bedrag, die bij het bepalen van de finale strafmaat vaak niet afzonderlijk plegen te worden toegelicht.4 Ook komt het voor dat bij de weging de hoge standaardverzuimboete in stand blijft, ondanks dat het een eerste verzuim betreft.
Als een rechter de hoge verzuimboete voor de vennootschapsbelasting – ondanks uitdrukkelijke strafmaatverweren – niet matigt, dan wordt dit vaak onderbouwd met een verwijzing naar het eerdere, slechte aangiftegedrag. Er wordt dus een strafverzwarende omstandigheid opgevoerd voor het in stand laten van een voorgeprogrammeerde verzuimboete, een verzuimboete die eigenlijk bedoeld is voor ‘standaard’ gevallen, waar ook de first offenders onder vallen. Deze rechtspraak is naar mijn mening een reactie op het vervallen van de verzuimenreeksen. Tot 2009 werd namelijk een hoge reeks voor positieve aanslagen (€ 113, € 340, € 567, € 794 en € 1.134) en een lage reeks voor nihilaanslagen en aanslagen naar een negatief bedrag (€ 22, € 68, € 113, € 158 en € 226) gehanteerd. Zo werd zowel recidive als de hoogte van het bedrag van de aanslag automatisch meegewogen bij de straftoemeting. Het vervallen van de reeksen met ingang van 2009 had tot gevolg dat deze nuances verdwenen. De forse verhoging van de standaardboeten direct in het daaropvolgende jaar (2010) heeft dit effect vervolgens versterkt.
Voor het bepalen van de bovengrens van de vergelding merk ik op dat deze het niveau van de verwijtbaarheid kan overstijgen als de ontstane schade dit rechtvaardigt. Bij aangifteverzuimen in de aanslagbelastingen kan bijvoorbeeld de aangifte dusdanig laat of zelfs in het geheel niet zijn ingediend, waardoor de inspecteur bij het opleggen van de aanslag een schatting heeft moeten maken. De kosten gemoeid met een geschatte ambtshalve aanslagregeling, eventueel gevolgd door een bezwaar- en beroepsprocedure, zouden dan als een vorm van schade kunnen worden betiteld. Maar ik vraag me af of deze ‘schade’ wel in de buurt komt van de standaardboete die thans geldt voor de vennootschapsbelasting (nu: € 2.639).
Strafrecht
De term ‘first offender’ is vaak terug te vinden in de strafvorderingsrichtlijnen van het OM5 en een enkele keer ook in de oriëntatiepunten voor de strafrechter.6 Daarbij valt op dat de strafeis voor een first offender als uitgangspunt wordt genomen voor de te vorderen straf en in zekere zin de tegenhanger is van recidive. De first offender vormt dus de standaard en is geen op zichzelf staande strafverminderende omstandigheid. Daarentegen matigt de strafrechter regelmatig de straf (of ziet af van strafoplegging of kiest voor een andere strafmodaliteit dan de gevorderde) onder verwijzing naar het ‘blanco strafblad’ van de verdachte. Deze matigingsgrond kan min of meer vergeleken worden met het eerste verzuim. Overigens valt uit de rechtspraak geen gemene deler af te leiden voor de waardering van deze strafverminderende omstandigheid.7
Gezien het voorgaande lijkt de matiging van een verzuimboete vennootschapsbelasting bij een eerste verzuim zoals toegepast door de bestuursrechter op de strafvermindering toegepast door de strafrechter op grond van een blanco strafblad. In het fiscale boeterecht is het echter de inspecteur die al in eerste instantie wordt geacht een rechtvaardig boeteoordeel te vellen. Daarbij zou hij dus naar mijn mening in voorkomende gevallen rekening moeten houden met het blanco strafblad van de belastingplichtige. Dat dit door de geautomatiseerde wijze van beboeting niet mogelijk is, zou niet per definitie voor rekening en risico van de belastingplichtige mogen zijn.