Einde inhoudsopgave
Sleutels voor personenvennootschapsrecht (IVOR nr. 102) 2017/5.5.2.1
5.5.2.1 Modaliteiten
Chr.M. Stokkermans, datum 28-02-2017
- Datum
28-02-2017
- Auteur
Chr.M. Stokkermans
- JCDI
JCDI:ADS591632:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Verstappen 1996, p. 78 noemt ook andere gevallen, zoals de aanwas in het erfrecht. Vgl. Verstappen 2002, p. 52 waarin de opsomming in art. 3:80 lid 2 BW limitatief wordt genoemd. Wat men tot de categorie vermogensovergang onder algemene titel rekent, is afhankelijk van de definitie die men voor dat type vermogensovergang hanteert; zie Verstappen 1996, p. 68-79.
Art. 3:80 lid 2 BW jo. art. 3:159p en 3:159s van de Wet op het financieel toezicht.
Zie 4.5.4 (ZBA), 5.4.3.3 (juridische fusie en splitsing) en 5.4.4.3 (vermogensovergang op enig overgebleven vennoot onder algemene titel).
Zie 3.4.4 (vennotenwissels) en 5.4.2.4 (omzetting).
Kamerstukken II 1996-1997, 24 702, nr. 3, p. 5. Het vermogen van een dochtermaatschappij kan wel door fusie op de moedermaatschappij overgaan, maar dan verdwijnt de dochtermaatschappij.
Timmerman 1996, p. 311.
Dortmond, Handboek 2013/405.
Ons recht kent verschillende gevallen waarin vermogen onder algemene titel overgaat. Van oudsher kennen wij de erfopvolging en, in het huwelijksgoederenrecht, de boedelmenging. Daarnaast zijn we in het rechtspersonenrecht vertrouwd geraakt met de juridische fusie en splitsing. Deze vier gevallen worden genoemd in artikel 3:80 lid 2 BW.1 In de afgelopen jaren zijn er enkele nieuwe gevallen bijgekomen, zoals bij de sanering van verzekeraars in financiële moeilijkheden.2 Een verschuiving in het denken wordt zichtbaar. Diende het begrip ‘vermogensovergang onder algemene titel’ oorspronkelijk tot duiding van een bestaand juridisch fenomeen (erfrecht, huwelijksvermogensrecht), nu wordt het mede gezien als een techniek die kan worden ingezet om het recht ‘slimmer’ te maken.
Andere (mogelijke) gevallen van vermogensovergang onder algemene titel dienen zich aan. Ik noem de overdracht van een ZBA-vermogen onder algemene titel, de uitbreiding van de fusie- en splitsingsmogelijkheden, en de overgang van het vermogen van een ontbonden rechtsbevoegde personenvennootschap op de laatste vennoot.3 In het geval van een vennotenwissel bij een rechtsbevoegde peronenvennootschap, en bij omzetting van een dergelijke vennootschap in een rechtspersoon of omgekeerd, gaat eveneens vermogen over, maar wordt de identiteit van het rechtssubject (de vennootschap) gehandhaafd.4 Ik zie geen bezwaar om ook in deze gevallen van een overgang onder algemene titel te spreken.
Uitgangspunt voor de huidige splitsingswetgeving is geweest, dat sprake moet zijn van een ‘structuurwijziging’. Splitsing zonder ‘structuurwijziging’ is in de opzet van de wet niet mogelijk.5 Dit kan worden begrepen als middel tegen misbruik (het ontgaan van overdrachtsvereisten).6 Van een ‘structuurwijziging’ in deze zin is sprake, indien door de splitsing een rechtspersoon wordt opgericht of juist verdwijnt en/of nieuwe deelnemingsrechten (aandelen, lidmaatschap) tot stand komen. Zo wordt aangenomen dat het naar huidig recht niet mogelijk is om vermogen van een BV af te splitsen naar de enig aandeelhouder van de splitsende vennootschap.7 Dit criterium van ‘structuurwijziging’ is onbevredigend. Bij de beoordeling in welke gevallen ons recht vermogensovergang onder algemene titel zou moeten toestaan, gaat het om een belangenafweging die niet aan een dogmatische restrictie als ‘structuurwijziging’ is gebonden.
Een belangrijke rechtvaardiging voor het toelaten van een overgang onder algemene titel schuilt doorgaans in de hoedanigheid van de gerechtigde tot het vermogen. Het zijn van natuurlijk persoon is een herkenbare hoedanigheid die meebrengt dat derden verdacht moeten zijn op een mogelijk huwelijk met boedelmenging. Het zijn van rechtspersoon of rechtsbevoegd personenvennootschap is een herkenbare hoedanigheid die meebrengt dat derden verdacht moeten zijn op de mogelijkheid van fusie of splitsing. Rechtspersonen en rechtsbevoegde personenvennootschappen zijn weliswaar rechtssubject, maar hun conceptueel onpersoonlijke karakter rechtvaardigt dat derden bij fusie of splitsing met een nieuwe wederpartij opgezadeld kunnen worden. Dat de hoedanigheid van de gerechtigde centraal staat, komt ook tot uiting in de toepasselijke ipr-technische aanknopingspunten. De overgang van een rechtspositie door juridische fusie wordt in de regel beheerst door het recht dat de fuserende rechtspersonen beheerst en niet door het recht dat van toepassing is op de afzonderlijke overgang van de desbetreffende rechtspositie.8