JAR 2015/4
Geen sprake van misbruik van faillissementsrecht door eigen faillissement aan te vragen: reële faillissementssituatie. Er is geen sprake van onrechtmatig handelen door de bestuurders van de aandeelhouder van timmerfabriek HSB door het faillissement van HSB aan te vragen, de werknemers te ontslaan, en daarna de activiteiten van de onderneming (deels) voort te zetten.
Rb. Den Haag 15-10-2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:14948
- Instantie
Rechtbank Den Haag
- Datum
15 oktober 2014
- Magistraten
Mr. L. Alwin
- Zaaknummer
433644 HA ZA 12-1483
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Verbintenissenrecht / Onrechtmatige daad
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBDHA:2014:14948, Uitspraak, Rechtbank Den Haag, 15‑10‑2014
- Wetingang
Art. 6:162 BW; art. 13(a) Fw
Essentie
Werknemers hebben gesteld dat er sprake is van onrechtmatig handelen door de bestuurders van de aandeelhouder van HSB, waarvan faillissement is aangevraagd. Zij stellen dat de bevoegdheid om het eigen faillissement aan te vragen is aangewend met het vooropgezette doel om de werknemers zonder arbeidsrechtelijke bescherming te ontslaan en de activiteiten van de timmerfabriek voort te zetten. De rechtbank heeft de aandeelhouder in de gelegenheid gesteld de voorshands bewezen stelling van de werknemers te ontkrachten.
De rechtbank oordeelt dat de aandeelhouder er niet in geslaagd is het vermoeden van (voorgenomen) voortzetting van (een deel van) de activiteiten van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.