Einde inhoudsopgave
Het voorlopig getuigenverhoor (BPP nr. XVII) 2015/82
82 Voorlopig getuigenverhoor op grond van de Bewijsverordening als het middel in een andere lidstaat niet bestaat
Mr. E.F. Groot, datum 01-01-2015
- Datum
01-01-2015
- Auteur
Mr. E.F. Groot
- JCDI
JCDI:ADS453412:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Bewijs
Voetnoten
Voetnoten
Het verzoekende gerecht kan vragen om een verzoek uit te voeren volgens het recht van de verzoekende staat. Het aangezochte gerecht moet een dergelijk verzoek in beginsel inwilligen, tenzij de verzochte vorm niet verenigbaar is met de wet van de lidstaat van het aangezochte gerecht, dan wel niet mogelijk is wegens grote praktische moeilijkheden (art. 10 lid 3 BewVo). Volgens de considerans van de Bewijsverordening, nr. 11, moet de mogelijkheid om een handeling tot het verkrijgen van bewijs te verrichten, te weigeren, beperkt blijven tot “strikt begrensde buitengewone gevallen”, dit met het oog op de doeltreffendheid van de verordening.
Nr. 107-109 van de conclusie van A-G J. Kokott, 18 juli 2007, C-175/06 (Tedesco/Tamasoni). In deze zaak vroeg de Italiaanse rechter om uitvoering van een verzoek tot beschrijving van een product volgens de Italiaanse Codice della Proprietà Industriale aan een gerecht in het Verenigd Koninkrijk. Dat gerecht weigerde, omdat de opsporing en inbeslagneming van goederen en documenten niet behoorde tot zijn praktijk. Na de conclusie is de in Italië aanhangige procedure vervallen, waarna de zaak bij het HvJ EG werd doorgehaald. Pres. HvJ EG 27 september 2007, zaak C-175/06 (Tedesco/Tomasoni).
Voor de toepassing van de Bewijsverordening hoeft het middel van het voorlopig getuigenverhoor niet te bestaan in een andere lidstaat. Er is immers geen verschil tussen het verhoor van een getuige in een voorlopig getuigenverhoor dan wel in een gewoon getuigenverhoor, behalve het moment waarop de getuige wordt gehoord (een voorlopig getuigenverhoor wordt gehouden vóórdat in de hoofdzaak een bewijsopdracht is gegeven). Als de Nederlandse rechter een verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor toewijst, terwijl getuigen zich in een andere lidstaat bevinden, kan hij aan het bevoegde gerecht van een andere lidstaat vragen die getuige te horen.1 De rechter zal in het verzoek aan het aangezochte gerecht de vragen die aan de getuige moeten worden gesteld dan wel de feiten waarover de getuige moet worden verhoord, moeten opnemen (art. 4 lid 1 onder e BewVo). Wanneer een getuigenverhoor (voorafgaand aan de hoofdzaak) volgens het recht van de aangezochte lidstaat niet wordt afgenomen door een rechter, kan de aangezochte lidstaat de maatregel niet weigeren op de enkele grond dat het afnemen van (voorlopige) getuigenverhoren niet valt binnen de bevoegdheid van de rechter van de aangezochte lidstaat. Het aangezochte gerecht dient zich juist in te zetten om het verzoek van het verzoekende gerecht zo volledig mogelijk en indachtig de wensen van het verzoekende gerecht uit te voeren.2