Einde inhoudsopgave
De Nederlanden en het Vrijgraafschap Bourgondië tussen paus en keizer (SteR nr. 21) 2015/VIII.2.4
VIII.2.4 Flavio Orsini (1573-1581)
dr. P.P.J.L. Van Peteghem, datum 01-06-2015
- Datum
01-06-2015
- Auteur
dr. P.P.J.L. Van Peteghem
- JCDI
JCDI:ADS389005:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Rechtsgeschiedenis
Staatsrecht / Staatsinrichting
Voetnoten
Voetnoten
G. Brom en A. Hensen, Romeinsche bronnen voor den kerkelijk-staatkundigen toestand der Nederlanden in de 16de eeuw, ‘s- Gravenhage 1922 (RGP, GS 52) 496, nr. 611.
MD, SIM, IV, 1, 118, l. 25-26. In deze periode bevond Antoine Perrenot, kardinaal van Granvelle, zich in Rome. Granvelle en Orsini werden verbonden door hun liefde voor klassieke auteurs (zowel Grieks als Latijn). Orsini had een bijzondere collectie van handschriften en kostbare drukken. Granvelle spoorde Orsini aan om deze collectie aan de Vaticaanse bibliotheek na te laten. Met een andere humanist met een uitzonderlijke bibliotheek, Gian Vincenzo Pinelli, voerde Orsini jarenlang correspondentie.
Fulvio en Flavio komen beide voor: P. de Nolhac, La bibliothèque de Fulvio Orsini. Contributions à l’histoire des collections d’Italie et à l’étude de la Renaissance, Paris 1877, 124: Alonzo Chacon l’appelle Flavius Orsinus. Zie ook P. de Nolhac, Lettere inedite del card. de Granvelle a Fulvio Orsini e al card. Sirleto, Roma 1884.
ARAB AUD 1214/14: Memoria difficultatum factarum per Sanctissimum Dominum nostrum Gregorium XIII circa concessionem indulti nominandi ad ecclesiastica beneficia in inferiori Germania pro Catholica Maiestate.
Sessio XXIV, cap. 19: COGD, III, 146, 4521-4528.
Het is onder deze paus dat een indult werd opgesteld, dat als tussenstap gold voor het indult van de Aartshertogen op 24 januari 1600. In de voorbereiding van dit indult had de desbetreffende kardinaal-protector grote invloed. Zie ill. 6.
Marcantonio Maffei kon als kardinaal (17 mei 1570) een mogelijke kandidaat zijn.
De Orsini’s behoorden tot een aanzienlijk Romeins geslacht. Flavio werd in 1532 geboren als zoon van Ferrante, hertog van Gravina en van Beatrice Ferillo. Hij behaalde de studie van de beide rechten en bleef in deze sector werkzaam als referendaris van de rechtbanken van de apostolische signatura van justitie en gratie. In 1561 werd hij bisschop van Muro, maar in 1561 was hij ook weer auditor in de Camera Apostolica. In 1562 werd hij bisschop van Spoleto.
Kardinaal Flavio Orsini, ondertussen legaat in Avignon, werd er geconfronteerd met de groeiende aanhang van de ketters in het prinsdom Orange, dat midden in het pauselijk domein lag. Orsini gaf Ptolomeo Gallio, staatssecretaris van paus Gregorius XIII, toen de overweging mee dat Willem van Oranje vervallen moest verklaard worden van het prinsdom. Als voorbeeld ter navolging verwees hij naar Innocentius III, die op dezelfde manier Raymond VI, de graaf van Toulouse (1156-1222) had geëxcommuniceerd en zijn vazallen had ontslagen van hun eed van trouw, omdat hij impliciet de katharen en Albigenzen had gesteund.1
Op 9 mei 1573 stuurde Filips II vanuit Aranjuez de open brief naar kardinaal Flavio Orsini, waardoor hij van zijn taak als protector op de hoogte werd gesteld. Een soortgelijke brief was al op 7 mei naar de ambassadeur van Spanje te Rome, Juan Zuñiga y Requesens, gestuurd.2 Een jaar na de aanstelling van Orsini als kardinaal-protector stuurde Filips II een brief naar kardinaal Granvelle, waarin hij hem vroeg om aan Juan Zuñiga y Requesens mee te delen hoe hij een indult voor de ‘benoemingen’ van beneficies in de Nederlanden moest organiseren. Dezelfde dag vroeg Filips II het indult aan en gaf hij de informatie erover door aan kardinaal Fulvio3 Orsini.4 In een brief van de ambassadeur van Spanje in Rome aan Filips II verwees de ambassadeur naar de stappen, ondernomen door kardinaal Orsini voor het indult van de Nederlanden.5 In het Brusselse Algemeen Rijksarchief wordt nog een kopie van een document bewaard, dat betrekking heeft op het ‘benoemingindult’ voor de kerkelijke beneficies in de Nederlanden voor de katholieke majesteit. Paus Gregorius XIII had problemen met de verlening van een indult. Kardinaal Orsini was als kardinaal-protector de eerst aangewezen persoon om deze problemen te bespreken.6 Gregorius verwees daarbij naar het Concilie van Trente en het verbod op expectatieve graties.7 Orsini repliceerde dat de koningen buiten deze bepaling vielen en dat een soortgelijk indult aan de keizer was toegestaan. Na enige discussie bleek dat de paus aan zijn standpunt vasthield en dat Filips II een indult wilde, zoals het anders was toegestaan.
Na zijn overlijden in 1581 werd de vraag gesteld of hij in zijn taak als protector kon vervangen worden door de kardinaal van Napels.8 Ten gevolge van zijn overlijden heeft paus Gregorius XIII9 de ‘signatura’ van de breven met betrekking tot aangelegenheden uit de Nederlanden toevertrouwd aan kardinaal Maffei,10 die de overledene kon opvolgen als protector van de Nederlanden, maar hij werd het niet.11