Pandrecht op aandelen
Einde inhoudsopgave
Pandrecht op aandelen (O&R nr. 140) 2023/1.4:1.4 Doel, vraag en methode
Pandrecht op aandelen (O&R nr. 140) 2023/1.4
1.4 Doel, vraag en methode
Documentgegevens:
mr. T. Hutten, datum 01-05-2023
- Datum
01-05-2023
- Auteur
mr. T. Hutten
- JCDI
JCDI:ADS706280:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Insolventierecht (V)
Goederenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Asser/Vranken Algemeen deel **** 2014/8-10, 15; Asser/Scholten Algemeen deel * 1974/28; Suijling 1948, nr. 24-29; Vgl. HR 9 april 2021, ECLI:NL:HR:2021:524 (Van Dooren q.q./X); HR 20 januari 1959, ECLI:NL:HR:1959:AI1600 (Quint/Te Poel).
Löwensteyn, geciteerd door Prinsen 2008, p. 123.
Ook wel de sneeuwbalmethode genoemd, zie Tijssen 2009, p. 107.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
10. Het is mijn doel geweest om het geldende positieve recht in kaart te brengen en waar nodig voorstellen te doen tot interpretatie, aanvulling of aanpassing. De onderzoeksvraag die daarbij centraal heeft gestaan, is:
Wat zijn de vereisten voor en de rechtsgevolgen van de verpanding en uitwinning van niet-beursgenoteerde kapitaalvennootschapsaandelen op naam, en hoe verhouden deze zich tot het stelsel van het burgerlijke recht?
De methode die ik in mijn onderzoek heb gehanteerd, is de juridisch-dogmatische. Ik ben tot mijn bevindingen gekomen door de analyse van het stelsel van het burgerlijk recht. Daarbij heb ik onderzocht welke ordening in dat systeem besloten ligt.1 Ik heb daarbij steeds een intern perspectief gehanteerd. Daarmee bedoel ik dat ik Nederlandse rechtsbronnen aanhaal, met elkaar in onderling verband breng en uitleg. In dat kader heb ik het pandrecht op aandelen vergeleken met verwante rechtsfiguren, zoals het pandrecht op vorderingen, het pandrecht op roerende zaken die geen registergoed zijn, het hypotheekrecht op registergoederen, en het beslag op niet-beursgenoteerde aandelen. Ter aanvulling daarop heb ik het recht geanalyseerd dat aan het nu geldende recht voorafging, en gedachte-experimenten uitgevoerd om de nog onbeschreven consequenties te doordenken van mijn opvattingen. Daarbij was mijn doel om in wezen gelijksoortige rechtsverhoudingen ondanks verschillende benaderingen en origine waar mogelijk aan gelijksoortige normen te onderwerpen. Daarmee heb ik geprobeerd de essentiële regel van rechtvaardigheid te dienen, namelijk dat zoveel mogelijk gelijk moet worden behandeld. Het is mijn overtuiging dat het burgerlijk recht ermee is gediend wanneer als ‘sui generis’ slechts worden bestempeld de bijzondere rechtsfiguren die niet herleidbaar zijn tot figuren van algemenere dogmatiek.2
De bronnen die ik voor mijn onderzoek heb geraadpleegd zijn de wet, parlementaire stukken, gepubliceerde rechtspraak, en literatuur. De rechtspraak en literatuur heb ik gevonden via digitale juridische zoeksystemen zoals Rechtsorde, Kluwer Navigator en Legal Intelligence en de zoekmachine van www.rechtspraak.nl, en door het doorzoeken van boekencollecties in fysieke bibliotheken. Bij de raadpleging van boeken die niet digitaal beschikbaar waren, heb ik een voorselectie gemaakt op titel, thema en onderwerp. De bestudering van de tekst en de bronverwijzingen bracht mij vervolgens weer tot nieuwe bronnen.3
11. Wanneer je interesse hebt in een bepaald onderwerp, dan laat de kennisvergaring zich niet beperken tot wetenschappelijke methoden. Hoewel ik geen externe rechtsvergelijking heb beoefend, heb ik bij de bestudering van het onderwerp en in gesprekken met anderen zo nu en dan bedoeld en onbedoeld kennisgenomen van de functioneel equivalenten van het pandrecht op aandelen in het buitenland. Ook heb ik krantendatabases zoals www.delpher.nl geraadpleegd om nieuwsberichten te vinden waarin het pandrecht op aandelen een (bij)rol had. Gedurende mijn onderzoek heb ik over aandelenverpanding gesproken met collega-wetenschappers, advocaten, notarissen, bedrijfsjuristen, bankiers en toezichthouders. Met hen heb ik van gedachte gewisseld over hun ervaringen met en hun inzichten over het pandrecht op aandelen. Ten slotte ben ik gedurende mijn onderzoek ook als bedrijfsjurist werkzaam geweest voor een bank. De kennis die ik bij dit alles heb opgedaan, leent zich evenwel niet voor het trekken van verantwoorde wetenschappelijke conclusies. Wel heeft het mijn beeld van het onderwerp verrijkt en mijn ogen geopend voor de relevantie van bepaalde deelonderwerpen. Bewust en onbewust zal dat zijn weerslag hebben gehad op de selectie van onderwerpen die in dit boek de revue passeren.
Het onderzoek is afgesloten op 1 mei 2023. Bronnen van latere datum zijn niet meer verwerkt.