Einde inhoudsopgave
Beleidsbepaling en aansprakelijkheid (VDHI nr. 170) 2021/9
Hoofdstuk 9 Valorisatieaddendum
mr. J.E. van Nuland, datum 21-09-2020
- Datum
21-09-2020
- Auteur
mr. J.E. van Nuland
- JCDI
JCDI:ADS254379:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie o.a. G. van Solinge e.a. (red.), Aansprakelijkheid van bestuurders en commissarissen (VDHI nr. 140), Deventer: Wolters Kluwer 2017; W.A. Westenbroek, Bestuurdersaansprakelijkheid in theorie (IVOR nr. 108), Deventer: Wolters Kluwer 2017; B.F. Assink e.a. (red.), De vele gezichten van Maarten Kroeze’s ‘bange bestuurders’ (IVOR nr. 104), Deventer: Wolters Kluwer 2017; C.M. Harmsen, Administratieplicht en aansprakelijkheid voor het boedeltekort (Serie O&R, deel 115), Deventer: Wolters Kluwer 2019; A. Karapetian, Bestuurdersaansprakelijkheid uit onrechtmatige daad. Civielrechtelijke en strafrechtelijke normen voor bestuurders van noodlijdende ondernemingen (Recht en Praktijk nr. InsR11), Deventer: Wolters Kluwer 2019.
Dit onderzoek betreft een wetenschappelijke studie naar aansprakelijkheid die voortvloeit uit de feitelijke beheersing van vennootschappen. De kern van het onderzoek wordt gevormd door een drietal luiken die aan dit onderwerp is te relateren. Het eerste luik heeft betrekking op de aansprakelijkheid van (mede)beleidsbepalers. Daarbij is een onderscheid gemaakt tussen de aansprakelijkheid die voortvloeit uit bijzondere wettelijke bepalingen, waarin (mede)beleidsbepalers voor de toepassing van de betreffende bepaling met een formele bestuurder worden gelijkgesteld, en de aansprakelijkheid van (mede)beleidsbepalers op grond van het leerstuk van onrechtmatige daad. Het tweede luik omvat een beschrijving van grondslagen voor aansprakelijkheid die worden toegepast in geval van (feitelijke) beheersing van meerdere vennootschappen. De eerste grondslag is het leerstuk van vereenzelviging, dat het mogelijk maakt om door de zelfstandige identeit van verschillende (rechts)personen heen te kijken om zo het als gevolg van misbruik van die zelfstandige identiteit ontstane nadeel te compenseren. Als tweede grondslag komt wederom de onrechtmatige daad aan de orde, waaruit aansprakelijkheid van een moedervennootschap jegens schuldeisers van haar dochter kan voortvloeien indien het concern-besturend optreden van de moeder zodanig intensief is geweest dat zij een zorgplicht jegens vorenbedoelde schuldeisers in acht heeft te nemen en vervolgens nalaat om aan die verplichting te voldoen. Het derde luik behandelt ten slotte de aansprakelijkheidspositie van de commanditaire vennoot. Evenals de aandeelhouders van kapitaalvennootschappen, geniet deze vennoot de bescherming van beperking van aansprakelijkheid. Daar staat evenwel tegenover dat het hem op straffe van aansprakelijkheid is verboden zich in te laten met het bestuur van de vennootschap.
Het doel van dit onderzoek is geweest het verwerven van (praktische) inzichten over deze drie thema’s, teneinde meer duiding te kunnen geven aan het algemene kader van bestuurdersaansprakelijkheid en in het bijzonder de mate waarin ondanks een gebrek aan formele bevoegdheid bestuursmacht kan worden verworven die mogelijk in aansprakelijkheid uitmondt. Daarmee past dit onderzoek binnen het groeiende aantal publicaties1 over bestuurdersaansprakelijkheid en andere vormen van aansprakelijkheid van functionarissen van rechtspersonen en vennootschappen. Hoewel het onderwerp bestuurdersaansprakelijkheid steeds meer in de schijnwerpers staat, wordt relatief weinig aandacht besteed aan de aansprakelijkheid die niet aan de formele hoedanigheid van bestuurder is gekoppeld maar juist beoogt om het feitelijk als zodanig optreden te voorzien van een vergelijkbare normstelling. Met dit onderzoek is nagestreefd een bijdrage te leveren aan het voorzien in vorenbedoelde leemte.
9.1 De sociale en economische relevantie9.2 Doelgroepen9.3 Innovatie en realisatie