Ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling als bronnen van verbintenissen
Einde inhoudsopgave
Ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling als bronnen van verbintenissen (O&R nr. 80) 2014/4.3.1:4.3.1 Inleiding
Ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling als bronnen van verbintenissen (O&R nr. 80) 2014/4.3.1
4.3.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. S.R. Damminga, datum 07-11-2013
- Datum
07-11-2013
- Auteur
mr. S.R. Damminga
- JCDI
JCDI:ADS495119:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Overige verbintenissen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Nu de verschillende opvattingen in de literatuur over systematisering van artikel 6:212 in kaart zijn gebracht en deels van commentaar zijn voorzien, kan een eigen opvatting worden ontwikkeld. In deze paragraaf wordt daarmee begonnen. De conclusies uit de vorige paragraaf geven aanleiding voor het volgende plan van aanpak.
Ik bespreek in paragraaf 4.3.2 of de meest wenselijke omlijning van artikel 6:212 begint met de vraag of een verrijking is ontstaan ‘ten koste van een ander’, dan wel met de vraag wanneer verrijkingen ongerechtvaardigd zijn. Ik zal concluderen dat de meest systematische methode is om eerst de vraag te stellen wanneer een verrijking wordt genoten ten koste van een ander in de zin van artikel 6:212.
In paragraaf 4.3.3 onderzoek ik of verrijkingen ten koste van een ander alleen door vermogensverschuivingen worden veroorzaakt, of ook door (louter) onoorbaar handelen. In deze paragraaf wordt derhalve ook de verhouding tussen artikel 6:212 en 6:162 onderzocht. Ik kom tot de conclusie dat een vordering uit ongerechtvaardigde verrijking alleen ontstaat bij vermogensverschuivingen zonder rechtsgrond. Wanneer precies sprake is van een vermogensverschuiving wordt besproken in de volgende paragraaf (4.4).