De Nederlanden en het Vrijgraafschap Bourgondië tussen paus en keizer
Einde inhoudsopgave
De Nederlanden en het Vrijgraafschap Bourgondië tussen paus en keizer (SteR nr. 21) 2015/VIII.2.5:VIII.2.5 Marcantonio Colonna (1582-1597)
De Nederlanden en het Vrijgraafschap Bourgondië tussen paus en keizer (SteR nr. 21) 2015/VIII.2.5
VIII.2.5 Marcantonio Colonna (1582-1597)
Documentgegevens:
dr. P.P.J.L. Van Peteghem, datum 01-06-2015
- Datum
01-06-2015
- Auteur
dr. P.P.J.L. Van Peteghem
- JCDI
JCDI:ADS382952:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Rechtsgeschiedenis
Staatsrecht / Staatsinrichting
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Onder deze paus verscheen het indult ‘Cum alias postquam’, mede dankzij de inspanningen van de kardinaal-protector.
F. Petrucci, Colonna, Marcantonio, in: DBI, 27 (1982) 368-371.
F. Petrucci, Colonna, Ascanio, in: DBI, 27 (1982) 275-278.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Marcantonio werd in 1523 geboren als de zoon van Camillo di Marcello en van Vittoria Colonna. Felice Peretti was zijn mentor in theologische vraagstukken en deze werd later Sixtus V (1585-1590).1 Al vroeg was Marcantonio commendatair abt van Subiaco. Marcantonio werd in 1560 aartsbisschop van Tarento en kreeg op 12 maart 1565 de rode hoed.2 In 1574 werd hij aartsbisschop van Salerno, waardoor hij te maken kreeg met kardinaal Granvelle, die toen vicekoning in Napels was. Hij stond bekend als een aanhanger van de Spaanse koning en was meer dan eens ‘papabilis’. Op 22 januari 1582 schreef Filips II aan Enrique de Guzmán, graaf van Olivares, ambassadeur van Filips II in Rome, dat kardinaal Colonna, die zich had ingezet voor de voortzetting van de cruzada en van de escusado, twee belastingen, die men enkel met pauselijke toestemming mocht heffen op de clerus in Spanje, zich voortaan met de protectie van de Nederlanden zou belasten.3
Op 5 februari 1588 schreef dezelfde ambassadeur aan Filips II dat Colonna te zeer gebonden was aan het huis van de groot-hertog van Toscane en dat hij de protectie zou laten varen.4 Gezien het vervolg van de benoemingen is het hier aangewezen om nog een taak van Marcantonio te vermelden. Hij werd protector van de Biblioteca Apostolica Vaticana na Cesare Baronio. Toen Marcantonio bibliothecaris was, werd Ascanio Colonna zijn vice-bibliothecaris. Later bij het overlijden van Marcantonio op 14 maart 1597 zien we dat kardinaal Ascanio Colonna, zoon van de overwinnaar van Lepanto, Marcantonio en van Felice Orsini,5 vanuit Rome op 30 mei 1597 een brief schreef aan Filips II, waarin hij de koning vroeg om hem de protectie van de Nederlanden te Rome toe te vertrouwen.6
Uit het overzicht van de kardinalen-protectoren van de Nederlanden blijkt dat alle kandidaten uit het zuiden van Europa kwamen. De eerste kardinaal- protector kan men nog als ‘imperiaal’ kenmerken, terwijl alle anderen aanhangers van Filips II waren. Op deze wijze werden de staatkundige en kerkelijke belangen binnen het Spaanse kamp gehouden. In de Nederlanden kwamen slechts secundaire beslissingen op de agenda van de Collaterale Raden.
Op het vlak van de integratie van Kerk en Staat in de Nederlanden en in het Vrijgraafschap moet het systeem van de kardinaal-protector beter nagetrokken worden in de tijd vooraleer een evenwichtig oordeel mogelijk wordt. Eénmaal, tijdens de tweede zitting van het Concilie van Trente, begaf zich een aanzienlijke delegatie uit de Nederlanden naar de Conciliebesprekingen. Deze delegatie stond onder de supervisie van Dr. Ruardus Tapper, maar de stem van de Nederlandse leden zonder kardinalen en bisschoppen werd gesuperviseerd door de Spaanse delegatie, samengesteld uit kardinalen en bisschoppen. Vanaf het einde van de vijftiende eeuw, toen Filips de Schone huwde met Johanna van Castilië, nam de invloed van Spanje op de relaties tussen de H. Stoel en de Nederlandse aangelegenheden toe. Van Spanje verwachtte ook de paus de grootste steun, als hij de wereldlijke arm nodig had.
De Nederlanden stuurden in de eerste helft van de zestiende eeuw vele gezanten en residenten of apostolische schrijvers, maar zij waren geen evenwaardige partners van de Spaanse ambassadeurs bij de H. Stoel; doorgaans bleven ze niet langer dan tien jaar in Rome. In de tweede helft van die eeuw werd Laurent du Blioul, kleinzoon van Laurent, de audiëncier, bijna een permanente medewerker van de Nederlanden en het Vrijgraafschap in Rome. Zelden was er iemand met deze grote kennis van zaken uit heden en verleden. Zijn jarenlang verblijf resulteerde ook in een huwelijk met een Italiaanse dame uit de familie Diacetti.
Zijn vader, ook Laurent du Blioul, was als secretaris van de hertogin van Camerino al jaren vertrouwd met Italiaanse zaken en met de belangen van de keizer. Onder haar naam, Margareta van Parma, de latere landvoogdes, is de hertogin van Camerino ons beter bekend. Zij was in die tijd gehuwd met Ottavio Farnese, de kleinzoon van Paulus III. Deze familie zorgde voor de rode hoed van de latere Pius IV. Op deze wijze was de familie Du Blioul voor de rest van de eeuw het best vertrouwd met de relaties tussen de Nederlanden en de H. Stoel.
Als puntje bij paaltje kwam en de godsdienst in de Nederlanden de grootste steun nodig had, moest de paus in het consistorie advies ontvangen van de meest betrouwbare kardinalen. Karel V verwachtte steun van leden van de Spaanse of keizerlijke partij. In de tweede helft van de zestiende eeuw hebben Sonnius, maar vooral de Spaanse ambassadeurs en kardinalen hun uiterste best gedaan om Kerk en Staat in de Nederlanden en het Vrijgraafschap te ondersteunen.