Einde inhoudsopgave
De agenda en het agenderingsrecht bij kapitaalvennootschappen (VDHI nr. 176) 2022/3.4.2.2
3.4.2.2 De Shareholder Proposal Rule
1
mr. E.J. Breukink, datum 15-04-2022
- Datum
15-04-2022
- Auteur
mr. E.J. Breukink
- JCDI
JCDI:ADS649600:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
Deze paragraaf komt (nagenoeg) woordelijk overeen met par. 2.2 van mijn eerdere publicatie E.J. Breukink, ‘Over Mylans multiple corporate citizenship en de rechtsregel uit Boskalis/Fugro’,Ondernemingsrecht 2019/13, p. 704-711. Zie ook Breukink 2018.
Koelemeijer 1996, p. 21 e.v. Zie ook Van Ginneken 2010, p. 280 en Van Ginneken 1998, p. 134-141.
SEC release no. 34-89964, File no. S7-23-19, ‘Procedural Requirements and Resubmission Thresholds under Exchange Act Rule 14a-8’, 2020, p. 32.
Zie Bootsma 2018, p. 115-118.
SEC release no. 34-89964, File no. S7-23-19, ‘Procedural Requirements and Resubmission Thresholds under Exchange Act Rule 14a-8’, 2020, p. 20.
SEC release no. 34-89964, File no. S7-23-19, ‘Procedural Requirements and Resubmission Thresholds under Exchange Act Rule 14a-8’, 2020, p. 48.
Haan 2016, p. 273.
McIntee 2018, p. 73-75.
§ 14a-8(a) Exchange Act.
Zie voor een nadere uitleg § 14a-8(e)(2 en 3) Exchange Act. Als ‘soorten’ algemene vergaderingen zijn in dit verband te onderscheiden de ‘regularly scheduled annual meeting’ en de andere algemene vergaderingen.
Dat hoeft overigens niet. Sinds een aantal jaren kiezen vennootschappen soms voor een ‘direct-to-court’-strategie. Het no-action proces wordt dan omzeild doordat de vennootschap geen no-action request stuurt, maar de rechter om een declaratoir vonnis vraagt dat de vennootschap het voorstel van de agenda mag houden. Zie voor een voorbeeld United States District Court for the District of Colorado 14 maart 2014, Chipotle Mexican Grill, Inc. v. Chevedden, No. 1:14-CV-0018, 2014 WL 1004529 (D. Colo. Mar. 14, 2014).
Als de vennootschap een investeringsmaatschappij (daaronder begrepen ‘business development companies’) is, is dit in plaats van de Division of Corporation Finance de Division of Investment Management. In alle andere gevallen beoordeelt de Division of Corporation Finance het verzoek (Staff Legal Bulletin No. 14 (2001)).
Lemke 1987, p. 1019-1020.
Deze weigeringsgrond volgt uit § 14a-8(b) Exchange Act. Zie ook § 14a-8(f) Exchange Act: De vennootschap moet de indiener een term de grâce geven om formele gebreken aan het agenderingsverzoek te herstellen, tenzij het gebrek niet hersteld kan worden.
§ 14a-8(i)(1 tot en met 13) Exchange Act.
17 C.F.R. § 202.1(d).
Zie voor cijfers Bartkus 2016, p. 209.
Lemke 1987, p. 23; Bartkus 2016, p. 201.
De Shareholder Proposal Rule is opgenomen in § 14a-8 Exchange Act. Op grond van het artikel hebben aandeelhouders onder voorwaarden het recht om voorstellen over bepaalde onderwerpen op de agenda van de algemene vergadering te laten plaatsen. Daarnaast verplicht § 14a-8 Exchange Act het bestuur om dit voorstel, inclusief de door de indiener opgestelde toelichting, op te nemen in het proxy statement en het form of proxy (volmachtformulier). Deze twee documenten dienen de in de VS gangbare praktijk van proxy sollicitation (volmachtverwerving). Volmachtverwerving is het openlijk door het bestuur en/of aandeelhouders verwerven van volmachten van aandeelhouders, om hen op de algemene vergadering te kunnen vertegenwoordigen.2 Voor het indienen van een agenderingsverzoek gelden drie alternatieve kapitaaldrempels. Op het moment van indienen moet de aandeelhouder ten minste houden: (i) stemgerechtigde aandelen met een beurswaarde van $2000,- voor een onafgebroken periode van ten minste drie jaar, of (ii) stemgerechtigde aandelen met een beurswaarde van $15.000,- voor een onafgebroken periode van twee jaar, of (iii) stemgerechtigde aandelen met een beurswaarde van $25.000,- voor een onafgebroken periode van één jaar.
Tot 2020 kende § 14a-8 Exchange Act slechts één kapitaaldrempel. De oude regeling bepaalde dat een aandeelhouder agenderingsgerechtigd is als hij gedurende een onafgebroken termijn van ten minste een jaar een belang in de vennootschap houdt dat ofwel een beurswaarde van minimaal $2000,- vertegenwoordigt, ofwel minimaal 1% van de stemrechten.
Anders dan naar Nederlands recht moet de aandeelhouder zelfstandig aan ten minste een van deze kapitaaldrempels voldoen. Als een groep aandeelhouders een agenderingsverzoek doet, moet eenieder in de groep ten minste een van de gestelde drempels halen.
Vanaf 1983 tot 2020 gold in de VS, net als in Nederland, dat aandeelhouders ook gezamenlijk de kapitaaldrempel mochten halen. De SEC heeft daar verandering in gebracht omdat het samenvoegen van aandelenpakketten met het oog op het halen van een van de kapitaaldrempels het uitgangspunt ondermijnt dat elke aandeelhouder die een voorstel doet, een voldoende groot economisch belang in de vennootschap dient te hebben.3
Het aandelenpakket van de verzoekende aandeelhouder dient ten tijde van de vergadering waarin het voorstel behandeld zal worden nog steeds ten minste een van de gestelde drempels te raken. Als de aandeelhouder op het moment van de vergadering niet ten minste een van de drempels haalt, mag de vennootschap gedurende de volgende twee kalenderjaren alle van de indiener afkomstige voorstellen weigeren (§ 14a-8(f)(2) Exchange Act).
§ 14a-8 Exchange Act kent voor de uitoefening van het agenderingsrecht met betrekking tot het minimaal benodigde belang dus een wachttermijn in combinatie met een houdplicht tot aan de vergadering. Met Bootsma meen ik dat het stellen van een wachttermijn (inclusief een houdplicht tot aan ofwel de oproeping, ofwel de vergadering) aan de uitoefening van het Nederlandse agenderings- en convocatierecht bij beursgenoteerde vennootschappen, een goed alternatief zou kunnen zijn voor de wettelijke bedenktijd.4 De wachttermijn van respectievelijk drie, twee en één jaar strekt er in de VS onder meer toe te voorkomen dat het agenderingsrecht door aandeelhouders wordt aangewend om het eigen belang te promoten.5
Sinds 2020 moet degene die op grond van § 14a-8 Exchange Act een agenderingsverzoek indient, verklaren dat hij bereid is om niet eerder dan tien dagen, noch later dan dertig dagen na indiening van het verzoek met de vennootschap over het verzoek in discussie te treden. Het doel van dit nieuwe vereiste is het faciliteren van de dialoog tussen aandeelhouders en de vennootschap, waardoor de met het verzoek aangesneden kwestie efficiënter en goedkoper kan worden opgelost.6
Als het aandeelhoudersvoorstel in de agenda en in het volmachtformulier wordt opgenomen, moet de vennootschap op grond van § 14a-8(a) Exchange Act het volmachtformulier zo inrichten dat de aandeelhouders door middel van het aankruisen van een vakje kunnen laten weten of zij het voorstel al dan niet steunen. Met andere woorden: als een aandeelhoudersvoorstel in de agenda wordt opgenomen, wordt erover gestemd. Anders dan art. 2:114a BW zijn aandeelhoudersvoorstellen waarover slechts gediscussieerd wordt § 14a-8 Exchange Act vreemd.
Ik wijs ook nog op § 14a-4(b)(1) Exchange Act. Hierin staat dat aandeelhouders die benaderd worden om een volmacht af te geven, op het volmachtformulier de mogelijkheid moeten krijgen om aan te geven hoe zij willen stemmen ten aanzien van de agendapunten waarover de volmachtverwerving gaat. Ook hieruit volgt dat het federale Amerikaanse agenderingsrecht geen discussiepunten kent.
In de VS zijn veruit de meeste aandeelhoudersvoorstellen geformuleerd als een verzoek of een aanbeveling aan het bestuur van de vennootschap om actie te ondernemen.7 Een stemming over dergelijke precatory proposals is niet-bindend. Als het voorstel wordt aangenomen, ligt er slechts een verzoek of aanbeveling van de meerderheid van het vertegenwoordigde geplaatste kapitaal om de actie in kwestie te ondernemen. Of het bestuur die actie ook onderneemt, is vervolgens een tweede.
De reden dat de meeste voorstellen zijn geformuleerd als een aanbeveling of een verzoek is dat aandeelhouders op grond van het recht van de staat of het land van incorporatie meestal niet de bevoegdheid hebben om het bestuur te dwingen tot actie over te gaan. Een voorstel dat actie van het bestuur vereist in plaats van die actie verzoekt of aanbeveelt, mag de vennootschap daarom doorgaans van de agenda houden. Als een dergelijk voorstel zou worden aangenomen, maakt dat inbreuk op de bestuursautonomie, zo is de gedachte.8
Een aandeelhouder mag slechts één voorstel per algemene vergadering indienen en de tekst van het voorstel mag inclusief toelichting niet meer dan vijfhonderd woorden bevatten. Degene die het voorstel indient, moet binnen die limiet zo nauwkeurig mogelijk aangeven welke actie het bestuur volgens hem zou moeten ondernemen.9 De uiterste datum voor indiening van het voorstel is, afhankelijk van voor welk ‘soort’ algemene vergadering het voorstel wordt ingediend, ofwel 120 dagen, ofwel een redelijke termijn voor het moment waarop ‘the company begins to print and send its proxy materials’.10
Als de vennootschap een voorstel wil weigeren, stuurt zij in de regel de SEC een zogeheten no-action request.11 De vennootschap zet daarin uiteen waarom zij het voorstel van de agenda wil houden. De SEC-divisie12 beoordeelt vervolgens het no-action request inclusief de eventueel door de indiener van het voorstel ingebrachte standpunten. Het oordeel van de SEC-divisie komt in de vorm van een no-action letter en luidt of zij al dan niet grond ziet voor weigering. Het komt ook voor dat de SEC-divisie geen standpunt inneemt.13 Het standpunt van de SEC-divisie is informeel, maar als zij grond ziet voor weigering, geeft dit de vennootschap de facto de zekerheid dat de SEC niet handhavend zal optreden als de vennootschap het voorstel van de agenda houdt.14 De gronden voor weigering kunnen formeel of materieel van aard zijn. Een voorbeeld van een formele grond voor weigering is het niet voldoen aan een van de kapitaaldrempels.15 Een voorbeeld van een materiële grond voor weigering is de ongepastheid voor actie door aandeelhouders naar het recht van de staat of het land waar de vennootschap is geïncorporeerd (de State Law Exclusion). In totaal staan de vennootschap dertien materiële weigeringsgronden ter beschikking.16
Partijen kunnen de SEC-divisie verzoeken een onwelgevallige no-action letter te heroverwegen. Daarnaast is het mogelijk de SEC-divisie te verzoeken de zaak door te verwijzen naar de SEC voor een herziening.17 Zowel verzoeken om heroverweging als verzoeken om doorverwijzing ter herziening worden weinig gehonoreerd.18 Omdat een no-action letter in feite slechts een mening is van een divisie van de SEC en geen finaal besluit van de Amerikaanse toezichthouder zelf, kan tegen een no-action letter in beginsel niet worden opgekomen bij de rechter.19