NJB 2023/1411
Omzetbelasting. Verhuur van onroerende zaken. Sportcomplex.
HR 26-05-2023, ECLI:NL:HR:2023:786
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
26 mei 2023
- Magistraten
Mrs. Van Hilten, Punt, Faase
- Zaaknummer
21/00236
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
Beroepschrift, Hoge Raad, 26‑05‑2023
ECLI:NL:HR:2023:786, Uitspraak, Hoge Raad, 26‑05‑2023
- Wetingang
(artikel 11, eerste lid, aanhef en letter b van de Wet op de omzetbelasting 1968)
Essentie
Omzetbelasting. Verhuur van onroerende zaken. Sportcomplex.
Uitspraak
Hoge Raad, onder meer:
Verhuur
‘3.2.1.
Onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 11 september 2020, ECLI:NL:HR:2020:1407, heeft het Hof tot uitgangspunt genomen dat bij de beantwoording van de vraag of het dienstbetoon van belanghebbende meer omvat dan de passieve verhuur van onroerende zaken, van belang is wie verantwoordelijk is voor het toezicht op en het onderhoud, het beheer en de schoonmaak van de desbetreffende onroerende zaak.
3.2.2
Het Hof heeft geoordeeld dat in het onderhavige geval de gehele sportaccommodatie (dus de drie velden, het clubgebouw ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.