Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/2.2.4
2.2.4 Bescherming van de welvaart van consumenten
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS578736:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijvoorbeeld GvEA EG 7 juni 2006, gevoegde zaken T-213/01 en T-214/01 Osterreichische Postsparkasse), Jur. 2006, p. 11-1601. R.o. 115 luidt: 'In dit verband zij eraan herinnerd dat de regels die een onvervalste mededinging op de interne markt beogen te verzekeren, uiteindelijk tot doel hebben het welzijn van de consument te verhogen.' Zie ook GvEA EG 27 september 2006, zaak T-168/01 (GlaxoSmithKline), Jur. 2006, p. 11-2969. R.o. 119 luidt: '(...) moet daarvoor bovendien worden onderzocht of [de overeenkomst] ertoe strekt of ten gevolge heeft dat de mededinging op de betrokken markt ten nadele van de eindgebruiker wordt belemmerd, beperkt of vervalst en het mededingingsrecht daarop dus van toepassing is.'
Whish 2008, p. 19-20.
GvEA EG 7 juni 2006, gevoegde zaken T-213/01 en T-214/01 Osterreichische Postsparkasse), Jur. 2006, p. II-1601, r.o. 115.
Van den Bergh & Camesasca 2006, p. 41-42, p. 52-53.
Van den Bergh & Camesasca 2006, p. 41.
Van Gerven 2007, p. 32, in het bijzonder voetnoot 52; Stuyck 2005, p. 1-30.
In de paretiaanse welvaartstheorie is sprake van Pareto-optimaliteit indien in de situatie waarbij sprake is van algemeen evenwicht tevens sprake is van het feit dat geen enkele consument in welvaart vooruit kan gaan zonder dat een andere consument in welvaart achteruit zal gaan. De paretiaanse welvaartstheorie maakt een verbinding tussen 'de subjectieve en formele welvaart, die consumenten ontlenen aan het bevredigen van behoeften' enerzijds en 'de allocatie van de goederen' anderzijds. Zie over de paretiaanse welvaartstheorie Heertje 2006, p. 7-8. Heertje beschrijft het als een 'allocatietheorie die bij wijze van definitie verwijst naar een technisch bereikbare allocatie, met de eigenschap dat elke consument het nut maximeert dat aan zijn goederencombinatie wordt ontleend, gegeven het nutsniveau van andere consumenten. Daar de paretiaanse welvaartstheorie de welvaart van de burgers uitsluitend beschouwt uit het oogpunt van individuele voorkeuren als consumenten, houdt in die gedachtegang een Pareto-optimum ook optimale maatschappelijke welvaart in.' Heertje 2006, p. 8; Van Damme 2000. Zie over Pareto-optimaliteit in het kader van het mededingingsrecht Van den Bergh & Camesasca 2006, p. 16-53.
Heertje 2006, p. 16.
Heertje 2006, p. 16.
Heertje 2006, p. 16 en de daar vermelde literatuur. Zie bijvoorbeeld Motta 2004.
Kroes 2005b; Monti 2003.
Kroes 2005b; Haak & VerLoren van Themaat 2005, p. 76.
Bescherming van de welvaart van consumenten is een centrale doelstelling van het mededingingsrecht.1 Uiteindelijk is mededinging bedoeld om de voordelen aan de consument te geven. Whish wijst er echter op dat de bescherming van de consumentenwelvaart niet alleen door de bescherming van het proces van mededinging wordt nagestreefd, maar soms ook door het nemen van directe maatregelen tegen ondernemingen die de mededingingsregels overtreden.2 Te denken valt aan een gedwongen verlaging van de (consumenten)prijs. Deze op korte termijn succesvolle maatregelen kunnen op de lange termijn soms een averechts effect hebben. Zo kan de producent besluiten de markt helemaal te verlaten als er onredelijke maatregelen worden geëist op grond van het mededingingsrecht.
Voor wat betreft de Europese mededingingsregels is uit het derde lid van artikel 81 EG de bescherming van de welvaart van de consument af te leiden uit de voorwaarde dat 'een billijk aandeel in de daaruit voortvloeiende voordelen de gebruikers ten goede komt.' In de Engelstalige tekst van het EG-Verdrag is het woord 'gebruikers' vertaald met ' consumers' . In Costerreichische Postsparkasse heeft het GvEA EG dan ook overwogen dat de regels die een onvervalste mededinging op de interne markt beogen te verzekeren, uiteindelijk tot doel hebben het welzijn van de consument te verhogen.3
Gesteld zou kunnen worden dat er sprake is van een niet toegestane beperking van de mededinging ingeval de consument er op achteruit zou gaan, zelfs indien de totale welvaart door kartelvorming zal toenemen.4 Een toename van efficiëntiebesparingen kan volgens het Europees mededingingsrecht mogelijke negatieve distributie-effecten voor consumenten niet compenseren.5 In artikel 82 EG (sub b) worden de belangen van consumenten (in de Nederlandse vertaling wordt hier de term 'verbruikers' gehanteerd) expliciet genoemd. Het is nooit betwijfeld dat artikel 81 EG en artikel 82 EG dezelfde belangen beschermen. Daarnaast valt nog te wijzen op artikel 153 lid 2 EG, waarin is bepaald dat bij het bepalen en uitvoeren van het beleid en het optreden van de Gemeenschap op andere gebieden (dus inclusief het mededingingsbeleid) rekening wordt gehouden met de eisen ter zake van consumentenbescherming.6
Heertje verdedigt in zijn afscheidsrede zelfs de hypothese dat het mededingingsbeleid uiteindelijk beoogt de welvaart van de consumenten van nu en straks te verhogen en Pareto-verbeteringen tot stand te brengen die in de richting gaan van Pareto-optimaliteit. Het doel dat door middel van concurrentie kan worden bereikt is het realiseren van een Pareto-efficiënte allocatie, een situatie waarbij de middelen zo worden ingezet dat geen enkele consument beter af kan zijn zonder dat een andere consument er op achteruit gaat.7
Heertje constateert dat achter de in het EG-Verdrag neergelegde bepalingen over de mededinging en de steunmaatregelen van staten geen consistente visie ten grondslag ligt.8 Hij kan 'met enige goede wil' nog wel een sociale welvaartsfunctie onderkennen, 'voor zover het gaat om productie respectievelijk groei, technische ontwikkeling, werkgelegenheid en het bevorderen van concurrentie.'9 Of en waarom deze aspecten van belang zijn wordt echter niet duidelijk.10 In zijn visie komt, mede voor het scheppen van enige orde in het gefragmenteerde mededingingsbeleid, aan de paretiaanse welvaartstheorie grote praktische betekenis toe. Gelet op de publieke uitingen van de huidige mededingingscommissaris Kroes heeft zij in zijn visie pareto-optimaliteit tot norm voor haar beleid verheven. Maatregelen die de Commissie neemt op het terrein van de mededinging worden zijns inziens beslissend getoetst aan het verbeteren van de positie van de consument.
Heertje constateert mijns inziens terecht dat de publieke uitingen en voorstellen van de binnen de huidige Commissie verantwoordelijke mededingingscommissaris meer en meer in het teken staan van het versterken van de positie van de consument. De Italiaanse mededingingscommissaris Monti en zijn Nederlandse opvolgster Kroes hebben herhaaldelijk benadrukt dat het doel van de mededingingsregels gericht is op de bescherming van consumenten.11 Kroes stelt zelfs het consumentensurplus voorop, ook als dit ten koste gaat van concurrenten.12 Het doel van de Europese mededingingsregels lijkt dus steeds meer gericht op het verhogen van de welvaart door middel van de bescherming van de belangen van consumenten.
In § 7.6.7 zal blijken dat deze conclusie van belang is voor de privaatrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht, nu bij acties van consumenten ter verkrijging van schadevergoeding dient te worden voldaan aan de eis dat de geschonden norm strekt tot bescherming tegen de schade zoals de benadeelde die heeft geleden (de relativiteit van de onrechtmatige daad). Zie voor de beschermingsomvang van de artikelen 81 en 82 EG en de artikelen 6 en 24 Mw mijn bespreking in § 7.6.7.