NJB 2025/2752
Kartelverbod. Samenhang met HR 28 november 2025, ECLI:NL:HR:2025:1761, hiervóór afgedrukt. Aanvang verjaringstermijn. Een liftfabrikant heeft een boete opgelegd gekregen wegens deelname aan een kartel. Een claimstichting vordert schadevergoeding. Hoge Raad: 1. Nationaal recht en EU-recht. Dezelfde uitkomst. Hoewel de richtlijn temporeel niet dit geval bestrijkt en het beoordelingskader dus wordt gevormd door het Nederlandse recht – met inachtneming van het gelijkwaardigheidsbeginsel en het doeltreffendheidsbeginsel – is het hof tot dezelfde uitkomst gekomen als waartoe toepasselijkheid van de richtlijn en de implementatiewetgeving zou hebben geleid. 2. Verjaring. Aanvang termijn. Bewijslastverdeling. Rechterlijk vermoeden. Het hof heeft als vermoeden gehanteerd dat de claimhouders in 2008 daadwerkelijk bekend waren met zowel de schade als de daarvoor aansprakelijke persoon en geoordeeld dat de claimstichting dat vermoeden niet heeft ontzenuwd. Dit geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting over de stelplicht en bewijslast ten aanzien van het aanvangstijdstip van de verjaringstermijn.
HR 28-11-2025, ECLI:NL:HR:2025:1764
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
28 november 2025
- Magistraten
Mrs. C.E. du Perron, H.M. Wattendorff, F.R. Salomons, G.C. Makkink, K. Teuben
- Zaaknummer
24/01598
24/01599
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Mededingingsrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1764, Uitspraak, Hoge Raad, 28‑11‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:655, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 06‑06‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:657, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 06‑06‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 23‑04‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 23‑04‑2024
- Wetingang
Essentie
Kartelverbod. Samenhang met HR 28 november 2025, ECLI:NL:HR:2025:1761, hiervóór afgedrukt. Aanvang verjaringstermijn. Een liftfabrikant heeft een boete opgelegd gekregen wegens deelname aan een kartel. Een claimstichting vordert schadevergoeding. Hoge Raad: 1. Nationaal recht en EU-recht. Dezelfde uitkomst. Hoewel de richtlijn temporeel niet dit geval bestrijkt en het beoordelingskader dus wordt gevormd door het Nederlandse recht – met inachtneming van het gelijkwaardigheidsbeginsel en het doeltreffendheidsbeginsel – is het hof tot dezelfde uitkomst gekomen als waartoe toepasselijkheid van de richtlijn en de implementatiewetgeving zou hebben geleid. 2. Verjaring. Aanvang termijn. Bewijslastverdeling. Rechterlijk vermoeden. Het hof heeft als vermoeden gehanteerd dat de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.