Einde inhoudsopgave
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/10.2.5.3
10.2.5.3 Het ontbreken van een reorganisatiewet
dr. F.J. Elsweier, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
dr. F.J. Elsweier
- JCDI
JCDI:ADS398325:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Op de systematiek van vóór 2001 is onder andere kritiek uitgeoefend door Brandsma en De Vries. Zie R.P.C.W.M. Brandsma/R.J. de Vries, Splits jij of fuseer ik (of omgekeerd?): de gevolgen van het wetsvoorstel inzake de fiscale begeleiding van juridische splitsing en fusie voor de betrokken lichamen, FED 1997/871, onderdeel 4.2. Zie ook J. Verburg, vennootschapsbelasting, Fiscale Handboeken nr. 4, 2e druk, Kluwer, 2000, paragraaf 12.3.
H.A.J.P te Niet, Een pleidooi voor een Nederlands Umwandlungssteuergesetz in P.H.J. Essers e.a., Met Recht, opstellen […] aangeboden aan Theo Raaijmakers, Kluwer, 2009, blz. 322.
Uit een analyse van wetgeving, parlementaire stukken, jurisprudentie en literatuur over de Nederlands reorganisatiefaciliteiten blijkt mijns inziens dat over het algemeen geconcludeerd kan worden dat de Nederlandse faciliteiten vanaf 1 januari 2001 systematisch en principieel beter in elkaar steken dan in de periode ervoor.1 De herziening in 2001 heeft heel wat knel- en discussiepunten weggenomen. Sindsdien geldt voor fusie en splitsingen op hoofdlijnen dezelfde opbouw wat betreft de voorwaarden, antimisbruikbepalingen, formele aspecten en uitwerking. De centrale bepalingen betreffende de aandeelhouders van fuserende of splitsende rechtspersonen zijn geregeld in de verschillende afdelingen in de inkomstenbelasting en de fiscale gevolgen voor de fuserende of splitsende rechtspersonen in de vennootschapsbelasting. Afhankelijk van de transactie kunnen ook bepalingen in de Successiewet, Wet op de Belastingen van Rechtsverkeer, of BTW van toepassing zijn. Hoewel vanuit de jurisprudentie en literatuur niet echt een geluid doorkomt dat het een knelpunt is dat de bepalingen rondom reorganisaties verspreid zijn over de diverse wetten (afhankelijk van wie de betrokkenen zijn en om welke transacties het gaat) vond ik het pleidooi van Te Niet voor een op Duitse leest geschoeide reorganisatiewet hier in Nederland een interessante gedachte om nader te onderzoeken.2 Te Niet geeft aan dat sinds 1934 een afzonderlijke wet in Duitsland bestaat waarin men de regels met betrekking tot overdracht van fiscale meerwaarden bij rechtsvormwijzigingen voor alle rechtsvormen tezamen heeft gebracht, het Umwandlungsteuergesetz (UmwStG). Het huidige UmwStG behandelt de fiscale gevolgen van zowel fusies als splitsingen als ook van vermogensoverdrachten en rechtsvormwijzigingen. Te Niet merkt op dat het voordeel van een dergelijke specifieke wet is dat de problematiek volgens een duidelijk gekozen stramien kan worden uitgewerkt. Hij constateert verder dat de bestaande regelingen in Nederland over verschillende wetten zijn verdeeld en allen één eigenschap gemeen hebben. In alle gevallen geldt de bedrijfsoverdrachtsfaciliteit als een uitzondering op een hoofdregel. Op het moment dat een wetgever een dergelijke faciliteit nogmaals wenst te nuanceren, ontstaat er een uitzondering op een uitzondering die in de meeste gevallen niet overeen kan komen met de wettelijke hoofdregel. De wetgever zou volgens Te Niet een flinke stap kunnen maken in de vermindering van de fiscale regeldruk door invoering van een Nederlandse UmwStG. In een dergelijke fiscale begeleidingswet inzake bedrijfsoverdrachten zou de wetgever de fiscale gevolgen niet alleen kunnen stroomlijnen, maar bovenal kunnen systematiseren. Kort samenvattend, kan mijns inziens hier gesteld worden dat de vraag opkomt of het Duitse Umwandlungssteuergesetz tot een beter logische, systematische, innerlijk consistentere wetgeving leidt dan nu in Nederland het geval is (de fiscaal-wetstechnische toets uit mijn toetsingskader).