Einde inhoudsopgave
Voorlichting door de Belastingdienst in rechtsstatelijke context (FM nr. 177) 2022/3.1
3.1 Inleiding
Mr. dr. T.A. Cramwinckel, datum 29-07-2022
- Datum
29-07-2022
- Auteur
Mr. dr. T.A. Cramwinckel
- JCDI
JCDI:ADS661240:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Organisatie Belastingdienst
Voetnoten
Voetnoten
Voor de praktische organisatie: de inbedding van communicatie in de organisatie van de Belastingdienst is beschreven in bijv. Belastingdienst Jaarplan 2021 (p. 6: 1.450 FTE houdt zich bezig met ‘Klantinteractie & Services’) en Belastingdienst Jaarplan Communicatie 2020 (p. 12: 135 FTE voor communicatie), en zie over de opzet van de organisatie https://over-ons.belastingdienst.nl/ontdek-meer-over-de-belastingdienst/organisatie-belastingdienst-hoe-we-georganiseerd-zijn/(laatstelijk geraadpleegd 18 januari 2022). De Directie Communicatie is verantwoordelijk voor onder andere de beleidscommunicatie over het primaire proces van het ministerie van Financiën en de Belastingdienst, zie artikel 18 in het Organisatiebesluit Ministerie van Financiën 2020 (tekst per 1 januari 2022) via https://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ministerie-van-financien/documenten/besluiten/2020/01/01/organisatie--en-mandaatbesluit-ministerie-van-financien (laatstelijk geraadpleegd 18 januari 2022). Voor organisatorische, politieke en beleidsmatige ontwikkelingen zie Pfeil 2009; Krommer 1998).
Overigens gebruikt de Belastingdienst zowel het begrip ‘communicatiebeleid’ als ‘communicatiestrategie’ (zie bijv. Belastingdienst Jaarplan Communicatie 2020; Belastingdienst, Communicatiebeleid 2018-2021; Belastingdienst Beleidsplan Diensten en communicatie 1993-1997).
Informatie hierover is neergelegd in bijvoorbeeld Communicatiebeleidsplannen, Halfjaarsrapportages, Jaarplannen, beleidsnotities, Bedrijfsplannen (tot en met 2012), beleidsdoorlichtingen, onderzoeken (in opdracht) van de Belastingdienst, beheersverslagen (tot en met 2011), rapporten, notities en andere beleidsdocumenten zoals brieven van de staatssecretaris. De periode 1998-2005 was een tijd waarin relatief weinig communicatiebeleid werd opgeschreven (zie Brunger en Veldman 2011, p. 7).
Met name Pfeil 2009; Brunger en Veldman 2011; Peters en Den Hollander 2012; Klaassen 2004 en fiscale literatuur.
Vanuit de voorlichtingskunde, zie Klaassen 2004, p. 150 die het communicatiebeleid van de Belastingdienst ‘het beste voorbeeld’ van communicatiebeleid bij de Rijksoverheid acht, nu de Belastingdienst een ‘helder communicatiebeleidsplan’ heeft ontwikkeld dat ‘de gehele communicatie van de dienst met haar ‘cliënten’ omvat, ‘direct is gerelateerd aan het primaire bedrijfsproces van de dienst’ en een eenduidige doelstelling heeft. Zie Klaassen 2004, p. 122 over hetgeen voorlichting bij de Belastingdienst typeert ten opzichte van andere overheidsorganisaties. Zie vanuit de Belastingdienst zelf: 3e Voortgangsrapportage Belastingdienst, Toeslagen, Douane 2020, p. 37.
Bijv. Belastingdienst, Nota Nabij en vertrouwd 2006, hanteert zowel de termen ‘communicatie’ als ‘voorlichting’ (zie inleiding); Belastingdienst Beleidsplan Communicatie 2011-2015, par. 3.5 hanteert onder andere het begrip ‘marketingcommunicatie’, hetgeen verwijst naar alle communicatie die nodig is om doelgroepen te helpen om hun zaken te regelen, nauw samenhangt met de primaire processen van de Belastingdienst en is verweven met dienstverlening. Zie ook Beleidsdoorlichting Dienstverlening Belastingdienst 2015, p. 47; Rijksbegroting 2004 (Ministerie van Financiën), Belastingen onder par. 3.1.2.2. Over ‘dienstverlening’ Belastingdienst, Visie en ambitie dienstverlening 2021, p. 2.
Belastingdienst Bedrijfsplan Externe communicatie 2003-2007, bij doelstelling 4.
Belastingdienst, Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2022, p. 5 met een definitie van dienstverlening: ‘het zodanig ondersteunen van burgers en bedrijven dat zij hun eigen verantwoordelijkheid kunnen nemen om wet- en regelgeving na te leven en hun rechten geldend te maken. Onder dienstverlening schaart de Belastingdienst niet alleen communicatie (bijv. begrijpelijke (elektronische) formulieren, toelichtingen, brieven, beschikkingen, brochures en advertenties), maar ook goede bereikbaarheid en toegankelijkheid van de Belastingdienst, snelle en correcte hulpverlening, hulp bij aangifte, snelle afhandeling van aangiften en verzoeken om toeslagen of teruggave van te veel betaalde of ingehouden belasting, en informatieverstrekking per telefoon of internet. Bovendien legt dienstverlening de nadruk op de houding van de Belastingdienst. Zie o.a. Beheersverslag Belastingdienst 2000, par. 2.1; Belastingdienst Beheersverslag 2001; Beleidsdoorlichting Dienstverlening Belastingdienst 2015, p. 47; Bijv. voeren van vooroverleg met particulieren wordt door de Belastingdienst gezien als dienstverlening, maar niet als voorlichting (het is gericht op een standpuntbepaling), zie 3e Voortgangsrapportage Belastingdienst 2020, p. 16, 22.
Het communicatiebeleid van de Belastingdienst bevat tevens andere aspecten rondom voorlichting, bijvoorbeeld op welk moment voorlichting wordt gegeven, welk kanaal wordt gebruikt, onderscheidingen in (sub)doelgroepen of ondersteuning van intermediairs (helpen van ‘de helpers’). Dergelijke niet-talige aspecten komen in dit hoofdstuk op verschillende plaatsen aan de orde, maar worden alleen behandeld voor zover relevant voor de beantwoording van de deelvraag in dit hoofdstuk.
In het vorige hoofdstuk is het juridische kader bij de voorlichtende taak van de Belastingdienst in kaart gebracht. Nu die taak op de Belastingdienst rust, leidt dat er onvermijdelijk toe dat de Belastingdienst die taak uitvoert en daaraan een bepaalde invulling geeft. De deelvraag is hier dan ook: Hoe vult de Belastingdienst zijn voorlichtende taak in? Doel van dit hoofdstuk is om meer zicht te krijgen op de wijze waarop de Belastingdienst in de uitvoeringspraktijk zijn voorlichtende taak vormgeeft. Daarbij gaat het niet om de praktische kant (bijvoorbeeld de interne inrichting van communicatieve processen en de organisatorische inbedding1), maar om de beleidsmatige kant, met name de wijze waarop de taak wordt opgevat, welke uitgangspunten in acht worden genomen, welke doelen centraal staan en de wijze waarop die taakopvatting in de loop der tijd is ontwikkeld.
In dit hoofdstuk verschuift de aandacht dus van de theoretische invalshoek naar de uitvoeringskant van de voorlichtende taak. De relevantie daarvan voor dit onderzoek is tweeledig. In de eerste plaats valt op dat de Belastingdienst als overheidsorganisatie reeds in de jaren 80 en 90 een weldoordachte visie heeft ontwikkeld op begrijpelijke communicatie met burgers (hierna: ‘het communicatiebeleid’).2 In de tweede plaats is van belang dat de huidige koers in de voorlichtingsjurisprudentie van de Hoge Raad zijn oorsprong vindt aan het einde van de jaren 70, terwijl de uitvoeringspraktijk en de communicatiewijze met burgers sindsdien sterk is veranderd. In het licht van de door de belastingrechter gehanteerde uitgangspunten en veronderstellingen is belangrijk om te bezien hoe de voorlichtende taak – althans de invulling die de Belastingdienst daaraan geeft – zich sindsdien heeft ontwikkeld. In het recht moet immers steeds worden nagegaan of dat nog voldoende is afgestemd op de werkelijkheid waarop het betrekking heeft, waarbij dit hoofdstuk inzicht geeft in de uitvoeringspraktijk van de voorlichting.
Methode, terminologie en afbakening
Voor wat betreft de onderzoeksmethode heb ik voor dit hoofdstuk primaire bronnen (zoals communicatiebeleidsstukken van de Belastingdienst3) en secundaire bronnen (zoals literatuur en onderzoeksrapporten4) bestudeerd. Dit betekent dat dit hoofdstuk is gebaseerd op een ‘externe’ blik op de invulling van de voorlichtende taak. Het onderzoek in dit hoofdstuk is erop gericht om in kaart te brengen hoe voorlichting in de loop der tijd, met name sinds eind jaren 70, in de uitvoeringspraktijk van de Belastingdienst concreet gestalte heeft gekregen. Dit hoofdstuk is dus niet bedoeld als een evaluatie van het door de Belastingdienst gehanteerde communicatiebeleid of de voorlichtingskwaliteit.5
Ten aanzien van de terminologie in dit hoofdstuk is het volgende van belang. Uit bestudering van diverse bronnen volgt dat de Belastingdienst niet vaak (exclusief) het begrip voorlichting hanteert, maar dit veelal valt onder of wordt aangeduid met begrippen als dienstverlening, communicatie en informatie.6 In het communicatiebeleid wordt voorlichting veelal opgevat als vorm van ‘dienstverlening’, waarbij begrijpelijke, duidelijke en toegankelijke taal een rode draad vormen in de dienstverlenende houding van de Belastingdienst.7 Die terminologie laat tegelijkertijd goed zien hoe sterk goede voorlichting aan burgers is verweven met het beleidsinstrument dienstverlening in de compliancestrategie (paragraaf 2.3.3.3, 3.2). De communicatie met en dienstverlening aan belastingplichtigen zijn evenwel breder dan enkel voorlichting. De wijze waarop de Belastingdienst invulling geeft aan zijn voorlichtende taak kan dan ook niet los worden gezien van de wijze waarop de Belastingdienst in het algemeen met burgers beoogt te communiceren. Ik spreek in dat kader van de ‘communicatieve taakopvatting’ van de Belastingdienst.
Ten aanzien van de afbakening is bij de selectie en bestudering van bronnen steeds bepalend geweest of in het communicatiebeleid aspecten aan de orde komen die (mede) betrekking hebben op voorlichting in de door mij gebruikte definitie (paragraaf 1.7.3). Andere aspecten van communicatie of dienstverlening8 die hierop niet (direct) betrekking hebben (zoals afhandelingstermijnen van bezwaarschriften, interne communicatie, snelle uitbetalingen van teruggaafverzoeken), zijn voor dit onderzoek niet van belang en blijven buiten beschouwing.9
De kern van dit hoofdstuk wordt gevormd door een beschrijving van de ontwikkelingen in het communicatiebeleid van de Belastingdienst door de jaren heen (paragraaf 3.2). Vervolgens verschuift de focus van de strategie naar de tekstuele, talige kant van voorlichting, aan de hand van de communicatierichtlijnen van de Belastingdienst (paragraaf 3.3). Daarna geef ik een overzicht van de belangrijkste vormen van voorlichting en kanalen die de Belastingdienst aanbiedt (paragraaf 3.4). Ik rond af met een tussenconclusie (paragraaf 3.5).