Einde inhoudsopgave
Open normen in het Europees consumentenrecht (R&P nr. CR4) 2011/3.4.3
3.4.3 Uitleg en transparantiebeginsel
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon, datum 31-08-2011
- Datum
31-08-2011
- Auteur
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon
- JCDI
JCDI:ADS498430:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
HR 13 maart 1981, NJ 1981/635(Haviltex).
De uitleg contra proferentem wordt, door zijn raakvlakken met omstandigheden als de hoedanigheid en/of deskundigheid van de partijen en de totstandkoming van het contract, ondergebracht in het bredere Haviltexsysteem. HR 18 oktober 2002, NJ 2003/258, waarover Heering 2003, p. 99-102; concl. A-G Spier voor HR 6 juni 2003, LJN AF6203, r.o. 3.18; concl. A-G Spier voor HR 26 november 2004, LJN AQ7379, r.o. 4.17.2; HR 14 oktober 2005, LJN AT6014, r.o. 24.
Van Wechem en Wissink 2005, p. 68. HR 3 juni 2005, LJN AS7017 toont aan dat de HR een meer objectieve uitleg van algemene voorwaarden wel mogelijk acht.
Hof Leeuwarden 20 augustus 2003, LJN AI1258; Rb. Arnhem 9 juni 2004, LJN AP3874; concl. A-G Spier voor HR 6 juni 2003, LJN AF6203, r.o. 3.19.2; Rb. Rotterdam 31 augustus 2005, LJN AU1838; Rb. Arnhem 26 oktober 2005, LJN AU9179; Rb. Rotterdam 8 maart 2006, LJN AV6553; Hof Arnhem 9 september 2006, LJN AY9474; Hof 's-Hertogenbosch 16 januari 2007, LJN AZ7761; Hof Leeuwarden 24 januari 2007, LJN AZ7631; concl. A-G Wuisman voor HR 29 juni 2007, LJN BA7223, r.o. 3.11.
Uit de omgang met de uitlegregel zou evenwel kunnen worden afgeleid dat ook snel aan de transparantie-eis is voldaan.
103. Alvorens op hun inhoud te kunnen worden getoetst, dient de inhoud van algemene voorwaarden door middel van uitleg te worden vastgesteld. Uitleg kan de toetsing aan de norm overbodig maken. Voor de uitleg van de algemene voorwaarden hanteert de Nederlandse rechter de Haviltex-norm, waarin de zin die partijen, in de gegeven omstandigheden, over en weer redelijkerwijs aan deze voorwaarden mochten toekennen en hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten bepalend is. 1 De redelijke verwachtingen spelen ook een rol bij de onredelijk bezwarendheidstoets (par. 5.5.4).
Wanneer een beding niet eenduidig is, biedt naar Nederlands recht de Haviltexnorm uitkomst. De uitleg contra-proferentem vormt van oudsher een gezichtspunt binnen Haviltex.2 Bepalend zijn de percepties van partijen gelet op deze omstandigheden en niet de objectief vast te stellen (on)duidelijkheid van het beding. Die aanpak wordt niet losgelaten.3Art. 5 richtlijn beperkt m.i. echter de ruimte om andere (feitelijke) omstandigheden dan de geobjectiveerde gezichtspunten 'de onduidelijkheid van het beding' en 'de noodzaak de consument te beschermen' de doorslag te laten geven. De beperkte rol van de in art. 6:238 lid 2 BW omgezette uitlegregel in de praktijk is overigens te wijten aan de inschakelingsgevoeligheid van die bepaling. Van twijfel over de uitleg van het beding is niet snel sprake.4
Art. 6:238 lid 2 bevat ook een ruime transparantieplicht ten aanzien van consumenten. Deze duidelijkheids- en begrijpelijkheidseis is ruimer dan het voorkomen van twijfel over de betekenis van een beding. Aan de schending van de transparantie-eis in ruime zin is echter geen sanctie gekoppeld. Art. 6:238 lid 2 en art. 6:233 onder a worden in de praktijk ook nooit met elkaar in verband gebracht. De vraag is hoeveel aandacht er is voor een gebrek aan transparantie en begrijpelijkheid in het kader van de onredelijk bezwarendheidstoets (par. 3.6 gaat hier nader op in).5