Afscheiding van bestanddelen
Einde inhoudsopgave
Afscheiding van bestanddelen (O&R nr. 134) 2022/5.4.6:5.4.6 De dubbele huurconstructie
Afscheiding van bestanddelen (O&R nr. 134) 2022/5.4.6
5.4.6 De dubbele huurconstructie
Documentgegevens:
mr. J.C.T.F. Lokin, datum 01-03-2022
- Datum
01-03-2022
- Auteur
mr. J.C.T.F. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS644920:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Biedt de wet nog een andere oplossing? Ik denk van wel. Deze is te vinden in het ius tollendi van de leverancier/producent. De leverancier/producent en de afnemer sluiten twee huurovereenkomsten. Allereerst de gebruikelijke huurovereenkomst die betrekking heeft op de (modulair geproduceerde) zaak, bijvoorbeeld een lift, zonnepaneel, bijgebouw, lampen of gevel (zie hierover §4.9.10 e.v.). In die overeenkomst, de “gebruiksovereenkomst”, is de leverancier/producent de verhuurder en de afnemer de huurder. De andere huurovereenkomst gaat over de plek waar de gehuurde zaak (lift, zonnepaneel, bijgebouw, lampen of gevel) wordt geplaatst (de “huurplaats-overeenkomst”). Deze plek wordt door de leverancier/producent gehuurd. De leverancier/producent is dus in laatstgenoemde overeenkomst de huurder en de consument is de verhuurder. Zo kan de producent zijn gevel monteren op de door hem gehuurde plaats. Mocht hij de gevel terug willen, bijvoorbeeld omdat de consument de “gebruiksovereenkomst” opzegt, dan heeft hij een afscheidingsrecht op grond van de “huurplaats-overeenkomst”. Een huurder heeft immers een ius tollendi op grond van art. 7:216 lid 1 BW. In dit afscheidingsrecht is, net als in alle iura tollendi, het “recht van verwerving” verwerkt, waardoor de producent de eigendom van de afgescheiden zaak opnieuw verkrijgt.
Een voordeel van deze constructie is dat het wettelijke systeem niet “overhoop” wordt gegooid. Evenmin zijn wettelijke aanpassingen nodig. De natrekkingsregels blijven onverkort gelden, alleen vormen zij niet langer een obstakel. Doordat de producent een ius tollendi heeft, is de vraag of sprake is van natrekking niet langer relevant. Daarbij komt dat de constructie weinig kosten met zich brengt. Een gang naar de notaris is bijvoorbeeld niet nodig. Bovendien kan de constructie op zowel roerende als onroerende zaken worden toegepast en niet, zoals de erfpachtconstructie, slechts op onroerende zaken.