Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/8.2.4.2.2.1
8.2.4.2.2.1 Wat zijn directe kosten?
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291623:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijv. H.W.M. van Kesteren, ‘Directe en algemene kosten in de btw’, WFR 2008/6757, p. 320, A. van Doesum, H. van Kesteren en G.J. van Norden, ‘Share Disposals and the Right of Deduction of Input VAT’, EC Tax Review 2010/2, p. 65, D.R. Jensen en H. Stensgaard, ‘The Distinction between Direct and General Costs with Regard tot the Deduction of Input VAT – The Acquisition, Holding and Sale of Shares’, World Tax Journal February 2012, p. 5, A.J. van Doesum en H.W.M. van Kesteren, ‘De onlosmakelijke samenhang tussen kosten en belastbare handelingen’, WFR 2012/6960, p. 886, M.D.J. van der Wulp, ‘Rechtstreekse en onmiddellijke samenhang: ‘juridisch’ en economisch element’, BtwBrief 2013/94, p. 4, W.J. Blokland, Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (diss.), Deventer: Wolters Kluwer 2016, p. 56, R.N.G. van der Paardt, Subsidies en BTW in de Europese Unie, Deventer: Wolters Kluwer 2016, p. 179, B. Willemsen, ‘Het gambiet van het recht op aftrek van voorbelasting’, TFO 2017/149.1, p. 27, T. Mosmans en R. van der Velde, ‘Abbey National afgestoft: nieuw leven geblazen in het afgebakende gedeelte van een onderneming?’, BtwBrief 2019/74 en M. Merkx en K. Schriek, ‘Aftrek van voorbelasting: hot btw-topic voortdurend in beweging’, BTW-bulletin 2020/11, p. 12.
S.B. Cornielje, Fusies en overnames in de Europese BTW (diss.), Deventer: Wolters Kluwer 2016, p. 242-243 en S.B. Cornielje, ‘Het identificeren van directe kosten in de btw’, WFR 2019/54.
Conclusie A-G Jacobs 13 april 2000, zaak C-408/98, ECLI:EU:C:2000:207, punt 42 (Abbey National I).
Zie bijv. HvJ EG 22 februari 2001, zaak C-408/98, V-N 2001/15.26, r.o. 29 (Abbey National I) en HvJ EU 14 september 2017, zaak C-132/16, BNB 2018/65, m.nt. Swinkels, r.o. 28 (Iberdrola).
HvJ EU 17 oktober 2018, zaak C-249/17, FED 2019/8, m.nt. Nellen (Ryanair).
Anders: S.B. Cornielje, ‘Een goedkope vlucht naar een mooie bestemming: Ryanair’, NTFR-B 2018/39 die dit oordeel onbegrijpelijk acht.
Cornielje en Van Kesteren wijzen er terecht op dat het Hof van Justitie het begrip ‘algemene kosten’ bij goederen en diensten die gebruikt worden voor belastbare en onbelastbare handelingen in een andere zin gebruikt, namelijk: voor het deel van de kosten dat verband houden met de belastbare handelingen (S.B. Cornielje en H.W.M. van Kesteren, ‘Breuklijnen in de btw: samenloop van pro rata en pre-pro rata’, TFO 2020/166.3, p. 23).
De vraag wat onder directe kosten moet worden verstaan, wordt in de literatuur verschillend beantwoord. De meeste auteurs zijn van mening dat het moet gaan om kosten die rechtstreeks en onmiddellijk samenhangen met één of meer belastbare handelingen.1 Cornielje is echter van mening dat het begrip ‘directe kosten’ ziet op kosten die rechtstreeks en onmiddellijk samenhangen met een specifieke uitgaande belastbare handeling.2 Voor die uitleg is steun te vinden in de conclusie van A-G Jacobs in de zaak Abbey National I. In deze conclusie – die is verschenen vóór het Midland Bank-arrest van het Hof van Justitie! – wijst A-G Jacobs erop dat niet alle kosten van de afgenomen goederen en diensten rechtstreeks worden opgenomen in een identificeerbare uitgaande handeling. Sommige van deze kosten zullen het karakter van algemene kosten hebben en voor zover deze algemene kosten elementen van de prijs van belaste handelingen zijn zal de btw daarop aftrekbaar zijn. Vele soorten algemene kosten betreffen volgens A-G Jacobs het bedrijf in zijn geheel en beïnvloeden slechts onrechtstreeks de winstmarge.3 Uit deze conclusie zijn naar mijn mening drie categorieën kosten af te leiden:
kosten die worden opgenomen in een identificeerbare uitgaande belaste of vrijgestelde handeling (directe kosten)
kosten die niet worden opgenomen in een identificeerbare uitgaande belaste of vrijgestelde handeling, maar wel elementen zijn van de prijs van belaste of vrijgestelde handelingen (algemene kosten belaste of vrijgestelde handelingen); en
kosten die verband houden met het bedrijf als geheel (algemene kosten gehele bedrijfsactiviteit).
De definitie van het begrip ‘directe kosten’ die Cornielje hanteert, komt naar mijn mening overeen met die van A-G Jacobs. Niettemin is A-G Jacobs, anders dan Cornielje, van mening dat de eerste toerekeningsstap niet beperkt is tot kosten die rechtstreeks en onmiddellijk samenhangen met een identificeerbare of specifieke uitgaande belaste handeling. Ook het Hof van Justitie beperkt de eerste toerekeningsstap niet tot de directe kosten stricto sensu. Het is sinds het Midland Bank-arrest vaste rechtspraak van het Hof dat bij de eerste stap getoetst moet worden of de kosten rechtstreeks en onmiddellijk samenhangen met één of meer belaste handelingen (meervoud!) in een later stadium.4
Het Hof heeft de kosten die rechtstreeks en onmiddellijk samenhangen met een of meer belaste (of vrijgestelde) handelingen noch in het Midland Bank-arrest noch daarna aangeduid als directe kosten. Of dit verband houdt met voormelde restrictieve uitleg van dit begrip door A-G Jacobs is niet zeker. Niettemin zou het door A-G Jacobs gemaakte onderscheid tussen algemene kosten – kosten die niet worden opgenomen in een identificeerbare uitgaande belaste handeling maar wel elementen zijn van de prijs van belaste handelingen enerzijds en algemene kosten die verband houden met de gehele bedrijfsactiviteit anderzijds – een verklaring kunnen zijn voor het Ryanair-arrest5. In dit arrest heeft het Hof van Justitie geoordeeld dat de btw op de algemene kosten in verband met de geplande overname van aandelen in een vennootschap volledig aftrekbaar is, omdat deze kosten rechtstreeks en onmiddellijk verband houden met de voorgenomen belaste managementdiensten aan deze vennootschap (en dus niet met de gehele bedrijfsactiviteit van Ryanair).6 Hoe dan ook, omdat de jurisprudentie van het Hof van Justitie er geen twijfel over laat bestaan dat het bij de tweede stap gaat om algemene kosten, acht ik het wenselijk om, zoals de meeste auteurs doen, alle kosten die rechtstreeks en onmiddellijk samenhangen met één of meer belaste of vrijgestelde handelingen te beschouwen als directe kosten. Die ruimere uitleg van het begrip ‘directe kosten’, die ik hierna zal aanhouden, zorgt voor een heldere afbakening van de eerste (directe kosten voor belastbare handelingen) en de tweede stap (algemene kosten).7