Einde inhoudsopgave
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/2.2.4
2.2.4 Hybride vermogen
mr. J. Barneveld, datum 18-09-2013
- Datum
18-09-2013
- Auteur
mr. J. Barneveld
- JCDI
JCDI:ADS406902:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie daarover Ferran 2008, p. 57-59 en Van Geffen 2004.
Duffhues 2002, par. 4.
De toelichting bij IAS 32 inzake de “Classification as Liability or Equity” merkt hierover op: “The fundamental principle […] is that a financial instrument should be classified as either a financial liability or an equity instrument according to the substance of the contract, not its legal form, and the definitions of financial liability and equity instrument. […] A financial instrument is an equity instrument only if (a) the instrument includes no contractual obligation to deliver cash or another financial asset to another entity and (b) if the instrument will or may be settled in the issuer’s own equity instruments, it is either: a non-derivative that includes no contractual obligation for the issuer to deliver a variable number of its own equity instruments; or a derivative that will be settled only by the issuer exchanging a fixed amount of cash or another financial asset for a fixed number of its own equity instruments.” (Onderstr. JB).
“If an entity issues preference (preferred) shares that pay a fixed rate of dividend and that have a mandatory redemption feature at a future date, the substance is that they are a contractual obligation to deliver cash and, therefore, should be recognised as a liability” (IAS 32.18(a)).
Zie daarover Barneveld 2012a.
Dezelfde notie blijkt uit de toelichting bij IAS 32 inzake de “Classification as Liability or Equity”: “A financial instrument is an equity instrument only if (a) the instrument includes no contractual obligation to deliver cash or another financial asset to another entity and (b) if the instrument will or may be settled in the issuer’s own equity instruments, it is either: a non-derivative that includes no contractual obligation for the issuer to deliver a variable number of its own equity instruments; or a derivative that will be settled only by the issuer exchanging a fixed amount of cash or another financial asset for a fixed number of its own equity instruments.”
Sommige financieringsinstrumenten hebben zowel eigenschappen van eigen vermogen, als van vreemd vermogen.1 Dergelijk hybride vermogen wordt doorgaans door financiële specialisten ontworpen met het doel om in specifieke wensen van bepaalde beleggers te voorzien.2 Of een hybride vermogensinstrument moet worden aangemerkt als eigen vermogen of als vreemd vermogen, hangt af van het toegepaste normenkader. Zo gaan de verslaggevingsregels in boek 2 BW uit van de juridische vorm van een vermogensinstrument, terwijl vermogen onder de International Financial Reporting Standards dient te worden gekwalificeerd op basis van de economische inhoud.3 Hieruit volgt bijvoorbeeld dat preferente aandelen onder IFRS soms worden aangemerkt als vreemd vermogen, terwijl zij op grond van boek 2 kwalificeren als eigen vermogen.4 Ook in aandelen converteerbare leningen worden niet altijd hetzelfde behandeld onder boek 2 BW als onder IFRS. De fiscus hanteert op zijn beurt weer andere criteria bij de kwalificatie van hybride vermogensinstrumenten.
Het kernonderscheid tussen eigen vermogen en vreemd vermogen, dat voor het onderhavige onderzoek van belang is, komt helder tot uitdrukking in het op Europees niveau vastgestelde raamwerk van kapitaaleisen voor financiële instellingen: Basel 3. De in Basel vastgestelde (kader)regels schrijven kort gezegd voor dat financiële instellingen een minimum eigen vermogen dienen aan te houden – onder Basel 3 aangeduid als core-1 capital of sweet equity. Volgens het Basel 3- akkoord kwalificeert een vermogensinstrument uitsluitend als core-1 capital als het de bank volledig vrij staat betalingen op de hoofdsom en tussentijdse dividend/ rentebetalingen ‘going concern’ op te schorten; dus zonder dat dit leidt tot een toerekenbare tekortkoming van de vennootschap.5 Er is pas sprake van eigen vermogen als het vermogensinstrument buiten een faillissement (of formele reorganisatie van de schulden) verliezen kan opvangen. Het moet kortom gaan om risicodragend vermogen.6