Einde inhoudsopgave
Faillissementspauliana, Insolvenzanfechtung & Transaction Avoidance in Insolvencies (R&P nr. InsR1) 2010/5.3.2
5.3.2 Ontbreken temporele begrenzing paritas creditorum
mr. R.J. de Weijs, datum 15-03-2010
- Datum
15-03-2010
- Auteur
mr. R.J. de Weijs
- JCDI
JCDI:ADS402316:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Insolventierecht / Faillissement
Voetnoten
Voetnoten
Zie hoofdstuk 3 (§ 3.2.2.2).
In het Duitse recht worden deze incongruente voldoeningen voor zover verricht in de drie maanden voor de aanvraag tot insolventverklaring getoetst aan artikel 131 InsO. Zie hoofdstuk 2 (§ 2.2.2).
Zie inzake het Duitse recht kritisch over de toepasselijkheid van artikel 133 InsO op een doorbreking van de paritas creditorum Foerste, Grenzen der VorsatzAnfechtung bei kongruenter Deckung, p. 6. Zie hierover uitgebreider hoofdstuk 2 (§ 2.5.1).
Een tweede reden waarom het van belang is de verschillende vormen van benadeling te scheiden is dat, voor zover men dit niet doet, de aantastbaarheid van handelingen die een inbreuk maken op de paritas creditorum te veel een open karakter krijgt en onvoldoende beperkt in tijd wordt. Schuldeisers die betaling hebben ontvangen kunnen dan nog jaren na betaling aangesproken worden door de bewindvoerder en verzeild raken in discussies.
Het Engelse recht toetst een doorbreking van de paritas creditorum aan artikel 239 IA. Hierin zijn heldere termijnen opgenomen. De werking van artikel 239 IA is beperkt tot voldoeningen verricht in de zes maanden voorafgaand aan de aanvang van insolventie (onset of insolvency) en wordt verlengd tot twee jaren indien de wederpartij een gerelateerde partij is.1
Het Duitse en het Nederlandse recht kennen niet een dergelijke beperking in tijd ten aanzien van de aantastbaarheid van handelingen die een inbreuk maken op de paritas creditorum. In het Duitse en het Nederlandse recht worden afwijkende wijzen van voldoening, zoals een inbetalinggeving, (mede2) getoetst aan de open geformuleerde bepalingen van respectievelijk artikel 133 InsO en artikel 42 Fw. Artikel 133 InsO vereist voor aantastbaarheid dat de schuldenaar handelde met het opzet (Vorsatz) te benadelen en dat de wederpartij daarvan wist. Het temporele werkingsgebied van artikel 133 InsO strekt zich uit tot handelingen verricht tot tien jaar voor de aanvraag tot insolventverklaring. Artikel 42 Fw vergt wetenschap van benadeling aan de zijde van de schuldenaar en bij handelingen anders dan om niet eveneens aan de zijde van de wederpartij. Artikel 42 Fw kent daarbij niet zelf een beperking van het temporele werkingsgebied.
Artikel 133 InsO en artikel 42 Fw hanteren erg open criteria en stellen niet een nader objectief vereiste (zoals dat de schuldenaar reeds insolvent was). Voor zover in het Duitse en het Nederlandse recht ook de onverplichte voldoeningen van een bestaande schuld worden begrepen onder de bepaling die mede ziet op de bescherming van de integriteit van het vermogen van de schuldenaar (respectievelijk artikel 133 InsO en artikel 42 Fw), kan geconstateerd worden dat de grenzen die het leerstuk stelt aan deze onverplichte voldoeningen onduidelijk zijn.3 Voor zover de wederpartij niet een gerelateerde partij is, verdient de bescherming van contractuele finaliteit dat ergens een lijn wordt getrokken.