NJB 2024/2148
Aanhoudingsverzoek en aanwezigheidsrecht art. 6 EVRM: herhaling kader vaste rechtspraak. In casu is de afwijzing van het verzoek op de grond dat het ‘een simpele zaak’ betreft en ‘de betekening correct’ is, niet toereikend gemotiveerd. Daartoe is van belang dat de raadsvrouw heeft aangevoerd dat het weliswaar om een eenvoudige zaak gaat, maar dat er in eerste aanleg een gevangenisstraf van twee weken is opgelegd, en dat het – gelet op de actuele persoonlijke omstandigheden van de verdachte – van belang is dat het hof zelf een indruk krijgt van de verdachte. De raadsvrouw heeft verder aangegeven dat zij van de verdachte had begrepen dat hij vervoer naar de terechtzitting zou regelen en hij normaal gesproken altijd iets laat weten als hij niet komt, waarbij zij als mogelijkheid heeft geopperd dat de verdachte in de file staat of last heeft van boerenprotesten.
HR 08-10-2024, ECLI:NL:HR:2024:1396
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
8 oktober 2024
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.L.J. van Strien, F. Posthumus
- Zaaknummer
22/02881
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1396, Uitspraak, Hoge Raad, 08‑10‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:650, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 25‑06‑2024
- Wetingang
(art. 6 EVRM)
Essentie
Aanhoudingsverzoek en aanwezigheidsrecht art. 6 EVRM: herhaling kader vaste rechtspraak. In casu is de afwijzing van het verzoek op de grond dat het ‘een simpele zaak’ betreft en ‘de betekening correct’ is, niet toereikend gemotiveerd. Daartoe is van belang dat de raadsvrouw heeft aangevoerd dat het weliswaar om een eenvoudige zaak gaat, maar dat er in eerste aanleg een gevangenisstraf van twee weken is opgelegd, en dat het – gelet op de actuele persoonlijke omstandigheden van de verdachte – van belang is dat het hof zelf een indruk krijgt van de verdachte. De raadsvrouw heeft verder aangegeven dat zij ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.