V-N 2025/42.9
Bij beoordeling ‘kenbaarheid fout’ voor navordering worden geobjectiveerde kennis en inzicht adviseur aan belastingplichtige toegerekend
HR 26-09-2025, ECLI:NL:HR:2025:1391, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
26 september 2025
- Magistraten
Van Eijsden, Feteris, Boerlage, Van der Voort Maarschalk, Van Roij
- Zaaknummer
24/01975
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD25449:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal bestuursrecht / Aanslag
Fiscaal bestuursrecht / Bijstand en vertegenwoordiging
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1391, Uitspraak, Hoge Raad, 26‑09‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:91, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 24‑01‑2025
- Wetingang
art. 16 lid 2 onderdeel c AWR
Essentie
De Hoge Raad oordeelt dat het hof zijn oordeel onvoldoende heeft onderbouwd. Zo valt niet in te zien waarom correspondentie over de jaren 2015 en 2016 van belang is voor de beoordeling wat X in redelijkheid kon menen met betrekking tot de primitieve aanslagen over 2017 en 2018.
Samenvatting
Naar aanleiding van een boekenonderzoek bij ondernemer X legt de inspecteur IB-navorderingsaanslagen 2017 en 2018 aan hem op. X is het daar niet mee eens en stelt dat de inspecteur niet over een nieuw feit beschikt. De primitieve IB-aanslagen zijn namelijk vastgesteld tijdens het lopende boekenonderzoek en ten tijde ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.