Ambtshalve toepassing van EU-recht
Einde inhoudsopgave
Ambtshalve toepassing van EU-recht (BPP nr. XIV) 2012/3.2.1.1:3.2.1.1 ZPO: Wo kein Kläger, da kein Richter
Ambtshalve toepassing van EU-recht (BPP nr. XIV) 2012/3.2.1.1
3.2.1.1 ZPO: Wo kein Kläger, da kein Richter
Documentgegevens:
Mr. A.G.F. Ancery, datum 01-08-2012
- Datum
01-08-2012
- Auteur
Mr. A.G.F. Ancery
- JCDI
JCDI:ADS297325:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
95.
Met de aanvang van een civiel geding beschikken partijen over hen toekomende rechten uit het materiële recht. Materieelrechtelijk gezien kunnen zij daar vaak vrijelijk over beschikken en het Duitse procesrecht probeert daarbij aan te sluiten met de Dispositionsgrundsatz.1 Als gevolg van deze Dispositionsgrundsatz bepalen partijen of, en zo ja, hoe lang er wordt geprocedeerd. Dat er een partij noodzakelijk is om een civiel geding te initiëren, wordt ook wel aangeduid met de uitdrukking: “Wo kein Kläger, da kein Richter”.2