NJB 2024/1956
Medisch verschoningsrecht: daarop kan alleen onder zeer uitzonderlijke omstandigheden uitzondering worden gemaakt en hierbij gelden zware motiveringseisen. Daarbij komt in een geval als dit betekenis toe aan de aard en de ernst van het strafbaar feit waarvan het vermoeden bestaat dat het is begaan, de aard en de inhoud van het materiaal waarover zich het verschoningsrecht uitstrekt in verband met het belang dat door het verschoningsrecht wordt gediend, de mate waarin de betrokken belangen van de patiënt worden geschaad als het verschoningsrecht wordt doorbroken en de omstandigheid dat de gegevens niet op een andere manier kunnen worden verkregen. Van zeer uitzonderlijke omstandigheden kan ook sprake zijn als de verdenking zich richt tegen de arts zelf. In een geval waarin omtrent het overlijden van een patiënt de verdenking van een zeer ernstig strafbaar feit is gerezen in verband met de medische of verpleegkundige behandeling, moet de afweging worden gemaakt tegen de achtergrond van de uit art. 2 EVRM voortvloeiende verplichting van de Staat tot het doen van een effectief en onafhankelijk onderzoek. In casu is een vrouw van 87 jaar onder verdachte omstandigheden overleden en heeft de forensisch arts geconcludeerd dat men mogelijk nalatig is geweest in het aanbieden van voedsel of drank en in het toedienen van medicatie terwijl bij een gerechte lijke sectie geen ziekelijke afwijkingen zijn geconstateerd die haar dood zouden kunnen verklaren. In deze beklagprocedure heeft de klager – die als arts-specialist ouderengeneeskunde betrokken was bij en verantwoordelijk was voor de bepaling van de behandeling van de overleden vrouw – beklag gedaan tegen de inbeslagneming van het medisch patiëntendossier en het verpleegkundig-zorgdossier. In casu kon de rechtbank oordelen dat sprake is van zeer uitzonderlijke omstandigheden en dat in dit geval het belang van waarheidsvinding een zo zwaarwegend maatschappelijk belang is, dat daarvoor het verschoningsrecht van de klager moet wijken.
HR 17-09-2024, ECLI:NL:HR:2024:1170
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
17 september 2024
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.L.J. van Strien, T. Kooijmans
- Zaaknummer
24/00694 Bv
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1170, Uitspraak, Hoge Raad, 17‑09‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:673, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 02‑07‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 04‑04‑2024
- Wetingang
Essentie
Medisch verschoningsrecht: daarop kan alleen onder zeer uitzonderlijke omstandigheden uitzondering worden gemaakt en hierbij gelden zware motiveringseisen. Daarbij komt in een geval als dit betekenis toe aan de aard en de ernst van het strafbaar feit waarvan het vermoeden bestaat dat het is begaan, de aard en de inhoud van het materiaal waarover zich het verschoningsrecht uitstrekt in verband met het belang dat door het verschoningsrecht wordt gediend, de mate waarin de betrokken belangen van de patiënt worden geschaad als het verschoningsrecht wordt doorbroken en de omstandigheid dat de gegevens niet op een andere manier kunnen worden verkregen. Van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.