Financiële controle in het gemeenterecht
Einde inhoudsopgave
Financiële controle in het gemeenterecht (Dissertatieserie Vakgroep Staatsrecht Groningen) 2011/§3.6.:§3.6. De meerjarenraming
Financiële controle in het gemeenterecht (Dissertatieserie Vakgroep Staatsrecht Groningen) 2011/§3.6.
§3.6. De meerjarenraming
Documentgegevens:
dr. W. van der Woude, datum 21-09-2011
- Datum
21-09-2011
- Auteur
dr. W. van der Woude
- Vakgebied(en)
Overheidsfinanciën (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Tot de begroting behoort niet de meerjarenraming. Dit document, dat een afzonderlijke plaats heeft in de Gemeentewet, wordt door het college opgesteld.1 De meerjarenraming komt ook voor in het BBV en wel in Hoofdstuk III. Daarin wordt bepaald dat de meerjarenraming een raming van de financiële gevolgen van het beleid is voor de drie jaren volgend op het onderhavige begrotingsjaar. Voor deze periode worden in de meerjarenraming onder meer de baten en lasten begroot (art. 22 lid 1 BBV). Het tweede lid van art. 22 BBV bevat een schakelbepaling naar art. 20, dat handelt over de uiteenzetting van de fmanciële positie. Bepaalde onderwerpen die volgens art. 20 BBV speciale aandacht verdienen in de uiteenzetting van de fmanciële positie, dienen een soortgelijke behandeling te krijgen in de meerjarenraming. Dit is bedoeld om de financiële gevolgen van het beleid op korte en iets langere termijn met elkaar te kunnen vergelijken. In de Nota van Toelichting bij het BBV laat de regering het over aan gemeenten zelf om beide documenten samen te voegen of ze apart te houden.2 Het samenvoegen van beide documenten is wellicht niet raadzaam, aangezien hun juridische status verschilt.
Zoals gezegd behoort de meerjarenraming niet tot de begroting en de uiteenzetting van de fmanciële positie wel. De uiteenzetting moet derhalve, wat daar verder ook op af te dingen valt, door de raad worden vastgesteld. Een dergelijke verplichting bestaat niet met betrekking tot de meerjarenraming. Het samenvoegen van beide stukken in één document zou tot de merkwaardige situatie kunnen leiden dat de raad een gedeelte van het document (de uiteenzetting) vaststelt en een ander gedeelte (de meerjarenraming) niet. Bovendien zijn er naast overeenkomsten ook verschillen tussen beide stukken. De uiteenzetting is vooral een doorrekening, terwijl de meerjarenraming tevens een raming van baten en lasten is. Waar bij deze raming voorheen de functionele indeling verplicht was, ligt het volgens de Nota van Toelichting thans voor de hand de raming op te bouwen aan de hand van de programma's. Daarmee wordt de meerjarenraming een document dat lijkt op het programmaplan en vooral op het overzicht van baten en lasten. Dit is ook van belang voor de rol die de meerjarenraming speelt voor de toezichthouders (art. 203 Gemeentewet), die op basis van de begroting en de meerjarenraming kunnen besluiten de begroting aan een goedkeuringsregime te onderwerpen. In die zin kunnen aan de meerjarenraming (wel) indirect rechtsgevolgen verbonden zijn.