Einde inhoudsopgave
De rol en positie van de raad van toezicht van de stichting (IVOR nr. 112) 2018/5.3.6
5.3.6 De adviserende taak
mr. M.J. van Uchelen-Schipper, datum 04-02-2018
- Datum
04-02-2018
- Auteur
mr. M.J. van Uchelen-Schipper
- JCDI
JCDI:ADS384895:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Ondernemingsrecht / Economische ordening
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Stolp 2015 en Bier 2017. Bier merkt op dat oorspronkelijk in de taakomschrijving van de raad van commissarissen van de structuurvennootschap in de wet stond “het uitoefenen van toezicht en het geven van advies” en dat dit later is aangepast in “met raad terzijde staan”. De bewoording “terzijde staan” zou volgens haar kunnen duiden op een behulpzame rol, het schouder aan schouder staan op basis van gelijkwaardigheid.
Huizink 2014, p. 17. En dat terwijl het misschien zelfs wel de oorspronkelijke taak van de raad van commissarissen is, aldus Huizink.
Schuit & Jaspers 2017.
Aldus Schuit & Jaspers 2017.
Veltrop & Van Manen 2017.
HR 21 januari 1955, NJ 1959, 43 (Forumbank) met noot Bröring.
Hof Den Haag 1 juni 2010, RO 2010/61 (Stichting TBH), r.o. 12. In dit arrest overweegt het Hof Den Haag dat het bestuur zelf beslissingen moet nemen. Het bestuur dient de stichting daadwerkelijk te besturen en mag zijn bestuurstaak niet onvervuld laten volgens het Hof. Het bestuur kan niet met recht aanvoeren dat het min of meer als ‘marionet’ voor een derde fungeert en niet zelf de beslissingen neemt, maar feitelijk slechts uitvoert wat hem wordt opgedragen.”
De adviserende taak van de raad van commissarissen, ook wel de raadgevende taak genoemd, maakt reeds onderdeel uit van de wettelijke taakomschrijving van de raad van commissarissen. Ondanks het (vooralsnog) ontbreken van een wettelijke taakomschrijving voor de raad van toezicht van de stichting in het huidige recht, geldt mijns inziens ook voor de raad van toezicht dat advisering wordt geacht onderdeel uit te maken van zijn taak. De benaming raad van doet overigens mogelijk anders vermoeden. Aan deze van oudsher bij stichtingen in de praktijk gebruikelijke term, dient naar mijn mening niet de conclusie verbonden te worden dat advisering geen taakonderdeel van de raad van toezicht is.
De toezichthoudende taak, dat wil zeggen: toezicht op het bestuursbeleid en op de algemene gang van zaken, wordt zoals gezegd ingekleurd door de toezichthoudende bevoegdheden die aan de raad van toezicht worden toegekend. Daarmee is de toezichthoudende taak bij de ene stichting “zwaarder” dan bij de andere (zie ook paragraaf 5.5.3). Ik meen dat elke raad van toezicht, dus ook de raad van toezicht met minimale toezichthoudende bevoegdheden, naast de algemene toezichthoudende taak als taak heeft om het bestuur gevraagd en ongevraagd te adviseren.
Bij de adviserende of raadgevende taak van de raad van toezicht gaat het om het bijstaan of terzijde staan van het bestuur, om het verlenen van advies ten aanzien van de algemene lijnen van het bestuursbeleid.1 De raad van toezicht fungeert als klankbord: het bestuur kan zaken voor advies voorleggen aan de raad van toezicht. De toezichthoudende taak en de adviserende taak hangen nauw met elkaar samen en kunnen niet altijd strikt van elkaar worden onderscheiden.2 Zo zal bijvoorbeeld een statutaire goedkeuringsbevoegdheid van de raad van toezicht onderdeel uitmaken van de toezichthoudende taak, maar verdedigd kan worden dat de raad deze bevoegdheid in een concreet geval kan gebruiken om advies uitbrengen (zie hierover ook paragraaf 5.5.2).
Volgens sommigen is de raadgevende taak een belangrijk aspect van het commissariaat dat in de discussie over de kwaliteit van intern toezicht enigszins ondergesneeuwd is.3 Sommige auteurs merken over de raad van commissarissen van vennootschappen op dat de adviestaak mogelijk nog belangrijker is dan de toezichtstaak.4 Hetzelfde kan mijns inziens gezegd worden ten aanzien van de adviestaak van de raad van toezicht van een stichting: in sommige gevallen is deze taak minstens zo belangrijk als de toezichtstaak.
Schuit & Jaspers schrijven dat toezicht het verleden en het heden betreft terwijl het geven van advies het heden en de toekomst betreft. De uitoefening van beide taken stelt inhoudelijk verschillende eisen aan commissarissen en leden van de raad van toezicht, aldus deze auteurs. Voor een zinvol advies zal de raad een dialoog moeten voeren met het bestuur en een zinvolle dialoog vereist kennis, inzicht en ervaring met diverse onderwerpen die aan de orde komen.5
Uit onderzoek komt naar voren dat zowel bestuurders als leden van raden van commissarissen en raden van toezicht zelf de adviserende taak van de raad belangrijk vinden. Vergeleken met de toezichthoudende rol (waarvan volgens sommigen de “werkgeversrol” en “opzichtersrol” een onderdeel zijn) zijn interne toezichthouders in de adviesrol vaak het meest effectief, zo blijkt uit onderzoek.6
Over de raad van commissarissen wordt geschreven dat deze ervoor dient te waken dat hij niet op allerlei punten, die mede het uitvoerend of dagelijks beleid van het bestuur betreffen, ongevraagd adviseert. De raad van commissarissen dient de eigen taak en plaats van het bestuur te respecteren en in zoverre distantie te bewaren.7 Ook bij stichtingen geldt dat het lastige van adviseren is dat de scheidslijn tussen adviseren en medebesturen niet altijd duidelijk is. Aan het bestuur moet in ieder geval enige ruimte gelaten worden, aangezien besturen een autonome bevoegdheid van de bestuurders is.8 Het bestuur dat advies ontvangt dient altijd een eigen afweging te maken en is in beginsel vrij om aan een advies geen gevolg te geven.9
De vraag kan worden gesteld hoe de adviesfunctie zich verhoudt tot de toezichthoudende functie. Is een raad van toezicht die in positieve zin heeft geadviseerd over een bepaald te voeren beleid minder vrij om de uitvoering van dat beleid achteraf te beoordelen? In de hierna volgende paragraaf komt dit verder aan de orde.