NJB 2025/2821
Bedrieglijke bankbreuk, art. 341 aanhef en onder a, sub 1° en sub 4°, Sr: herhaling en toepassing HR 7 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:166 (verdachte moet ten minste voorwaardelijk opzet hebben gehad op de verkorting van de rechten van de schuldeisers; het niet of onvoldoende voeren van een administratie doet niet zonder meer de aanmerkelijke kans op verkorting van de rechten van schuldeisers ontstaan) en HR 6 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2021 (voormelde bepaling beoogt onder meer alle handelingen te treffen die de in staat van faillissement verklaarde heeft verricht ter bedrieglijke verkorting van de rechten van zijn schuldeisers, waardoor wat onder het bereik en beheer van de curator in het faillissement behoorde te komen, buiten zijn bereik en beheer wordt gehouden). In casu kon het hof oordelen dat de verdachte door geen deugdelijke administratie te voeren, bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de rechten van schuldeisers van [A] werden verkort en voorts dat de verdachte als feitelijk leidinggever van [B] in het vooruitzicht van een faillissement ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeisers goederen aan de boedel heeft onttrokken. CAG: anders.
HR 02-12-2025, ECLI:NL:HR:2025:1813
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
2 december 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, C.N. Dalebout, F. Damsteegt
- Zaaknummer
23/01388
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1813, Uitspraak, Hoge Raad, 02‑12‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:1025, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 23‑09‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 22‑03‑2024
- Wetingang
(art. 341 Sr)
Essentie
Bedrieglijke bankbreuk, art. 341 aanhef en onder a, sub 1° en sub 4°, Sr: herhaling en toepassing HR 7 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:166 (verdachte moet ten minste voorwaardelijk opzet hebben gehad op de verkorting van de rechten van de schuldeisers; het niet of onvoldoende voeren van een administratie doet niet zonder meer de aanmerkelijke kans op verkorting van de rechten van schuldeisers ontstaan) en HR 6 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2021 (voormelde bepaling beoogt onder meer alle handelingen te treffen die de in staat van faillissement verklaarde heeft verricht ter bedrieglijke verkorting van de rechten van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.