Het bestuursverbod bij de commanditaire vennootschap
Einde inhoudsopgave
Het bestuursverbod bij de commanditaire vennootschap (IVOR nr. 93) 2013/3.5.3.1.3:3.5.3.1.3 RULPA 1985
Het bestuursverbod bij de commanditaire vennootschap (IVOR nr. 93) 2013/3.5.3.1.3
3.5.3.1.3 RULPA 1985
Documentgegevens:
Mr. A.J.S.M. Tervoort, datum 11-07-2013
- Datum
11-07-2013
- Auteur
Mr. A.J.S.M. Tervoort
- JCDI
JCDI:ADS441332:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Rechtswetenschap / Rechtsgeschiedenis
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Gregory (2001), p. 435-436, Kleinberger (2004), p. 607-608.
Ronayne (1994), p. 907.
Basile (1985), p. 1214, Bishop (2004), p. 694 en p. 696.
Basile (1985), p. 1215.
Of dit ook echt de bedoeling van RULPA 1985 was wordt wel betwijfeld; zie Bennight & Martin (1990), p.
Basile (1985), p. 1216-1217.
Basile (1985), p. 1218-1220.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In 1985 publiceerde de National Conference of Commissioners on Uniform State Laws een partiële herziening van RULPA 1976, waarbij haar basisstructuur in stand werd gelaten.1 Inspiratie voor deze herziening werd vooral ontleend aan de niet op ULPA 1916 of RULPA 1976 gebaseerde en als verbetering beschouwde wijzigingen die met name Delaware in zijn wetgeving op de limited partnership had aangebracht.2 Tot de bepalingen die zijn gewijzigd behoorde art. 303, waarbij ook ditmaal het oogmerk was om de positie van de bedrijvige limited partner te versterken.3 De nieuwe – wederom in omvang toegenomen – tekst volgt hieronder, waarbij de wijzigingen ten opzichte van RULPA 1976 door onderstreping zijn gemarkeerd:
SECTION 303. LIABILITY TO THIRD PARTIES.
Except as provided in subsection (d), a limited partner is not liable for the obligations of a limited partnership unless he [or she] is also a general partner or, in addition to the exercise of his [or her] rights and powers as a limited partner, he [or she] participates in the control of the business. However, if the limited partner participates in the control of the business, he [or she] is liable only to persons who transact business with the limited partnership reasonably believing, based upon the limited partner’s conduct, that the limited partner is a general partner.
A limited partner does not participate in the control of the business within the meaning of subsection (a) solely by doing one or more of the following:
being a contractor for or an agent or employee of the limited partnership or of a general partner or being an officer, director, or shareholder of a general partner that is a corporation;
consulting with and advising a general partner with respect to the business of the limited partnership;
acting as surety for the limited partnership or guaranteeing or assuming one or more specific obligations of the limited partnership;
taking any action required or permitted by law to bring or pursue a derivative action in the right of the limited partnership;
requesting or attending a meeting of partners;
proposing, approving, or disapproving, by voting or otherwise, one or more of the following matters:
the dissolution and winding up of the limited partnership;
the sale, exchange, lease, mortgage, pledge, or other transfer of all or substantially all of the assets of the limited partnership;
the incurrence of indebtedness by the limited partnership other than in the ordinary course of its business;
a change in the nature of the business;
the admission or removal of a general partner;
the admission or removal of a limited partner;
a transaction involving an actual or potential conflict of interest between a general partner and the limited partnership or the limited partners;
an amendment to the partnership agreement or certificate of limited partnership; or
matters related to the business of the limited partnership not otherwise enumerated in this subsection (b), which the partnership agreement states in writing may be subject to the approval or disapproval of limited partners;
winding up the limited partnership pursuant to Section 803; or
exercising any right or power permitted to limited partners under this [Act] and not specifically enumerated in this subsection (b).
The enumeration in subsection (b) does not mean that the possession or exercise of any other powers by a limited partner constitutes participation by him [or her] in the business of the limited partnership.
A limited partner who knowingly permits his [or her] name to be used in the name of the limited partnership, except under circumstances permitted by Section 102(2), is liable to creditors who extend credit to the limited partnership without actual knowledge that the limited partner is not a general partner.’
Allereerst valt op dat de differentiëring tussen twee modaliteiten van overtreding van het bestuursverbod die RULPA 1976 had geïntroduceerd weer uit de tekst is verdwenen. Hierop wordt in 3.5.3.2.3 nader ingegaan. Daarnaast is in art. 303(b) de lijst met safe harbour-activiteiten aanzienlijk uitgebreid. Uit het bij art. 303(b)(1) bepaalde blijkt dat nu niet langer twijfelachtig is dat de limited partner zonder het bestuursverbod te schenden aandeelhouder of bestuurder kan zijn van een kapitaalvennootschap die optreedt als general partner.4 Volgens art. 303(b)(6)(ii) kan de limited partner zeggenschap worden toegekend ter zake van belangrijke commerciële transacties, waarbij geen uitzondering geldt voor het geval dat deze worden verricht in de ordinary course of business; RULPA 1976 kende deze uitzondering nog wel. Ook kan de limited partner het recht worden verleend mee te beslissen over het toetreden van een nieuwe general partner en het toetreden en het uitstoten van een andere limited partner. De meest vergaande verruiming is opgenomen in art. 303(b)(6)(ix). Dit artikel maakt het mogelijk om bij de overeenkomst van vennootschap alle niet eerder in art. 303 (b) vermelde aangelegenheden aan de goedkeuring van de limited partner te onderwerpen, althans voor zover zij de bedrijfsvoering betreffen. Op deze wijze kan theoretisch de limited partner zeggenschap worden toegekend inzake elk detail van de bedrijfsvoering, en zou het bestuursverbod daarmee in feite geheel kunnen worden weggecontracteerd.5 Deze vrijheid bestaat niet voor aangelegenheden die buiten de bedrijfsvoering van de limited partnership vallen, zoals het beding dat de limited partnership slechts bevoegd is charitatieve uitgaven te doen met goedkeuring van de meerderheid van de limited partners.6 Daarmee is niet alle ambiguïteit weggenomen: twijfel kan immers bestaan over de vraag of enige aan de contractuele goedkeuring van de limited partners onderworpen kwestie wel voldoet aan de eis dat deze de bedrijfsvoering betreft.7 De in art. 305 RULPA 1976 opgenomen inlichtingenrechten van de limited partner, die in de vorige paragraaf zijn besproken, zijn in RULPA 1985 niet gewijzigd.