Einde inhoudsopgave
Sleutels voor personenvennootschapsrecht (IVOR nr. 102) 2017/3.4.3.1
3.4.3.1 Convenant met de ondernemingsraad
Chr.M. Stokkermans, datum 28-02-2017
- Datum
28-02-2017
- Auteur
Chr.M. Stokkermans
- JCDI
JCDI:ADS586872:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Dat de ondernemingsraad geen rechtspersoon is, wordt algemeen aanvaard. Zie onder meer Huizink 1983, Van het Kaar 1993, p. 69 (met verdere verwijzingen in voetnoot 175); en meer recent Hof Arnhem 15 juli 2008, JAR 2008/314(Vion), r.o. 3.2.
Wat hier over de ondernemingsraad wordt opgemerkt, geldt evenzeer voor het bestuur en de raad van commissarissen. Zie voor de (proces) positie van de ondernemingsraad en de RvC als partijen bij een overeenkomst ook: Vzr. Rb. Amsterdam 11 maart 2011, JOR 2011/141 (Organon).
Vgl. HR 11 maart 1977, NJ 1977/521(Kribbebijter); en HR 13 maart 1981, NJ 1981/635 (Haviltex). In dezelfde zin als het Kribbebijter-arrest: HR 10 januari 1997, NJ 1998/544 (Waarnemend tandarts). Vgl. ook HR 5 december 2003, NJ 2004/506(Holland Ceramica Import) (motiveringsgebrek bij het bepalen in welke hoedanigheid een partij was opgetreden).
HR 15 april 1977, NJ 1978/163(Staalcom/Neher). In deze zin reeds: Koopmans 1965, p. 8 e.v. Vgl. ook de gebondenheid van degene aan wie een aandeel in een gemeenschap wordt overgedragen aan een beheersovereenkomst als bedoeld in art. 3:168 lid 1 BW.
Een voorbeeld van wisselvertegenwoordiging betreft het convenant dat wordt gesloten tussen enerzijds het bestuur en de raad van commissarissen van een rechtspersoon en anderzijds de ondernemingsraad. De ondernemingsraad is geen rechtspersoon,1 en dus niet als zodanig partij bij het convenant.2 De vraag wie dan wel partij is of zijn, is een vraag van uitleg. Het Kribbebijter-arrest legt voor het bepalen van het subject van een rechtshandeling (wie is partij?) een soortgelijke maatstaf aan als het latere Haviltex-arrest doet ter bepaling van het object (wat hebben partijen afgesproken?).3 Op basis van deze maatstaf kan mijns inziens gezegd worden dat het convenant is getekend in naam van degenen die van tijd tot tijd lid zijn van de ondernemingsraad. Een persoon is als zodanig partij bij het convenant, zolang hij lid is van de ondernemingsraad. Bij het aangaan van het convenant worden de zittende leden vertegenwoordigd onder de ontbindende voorwaarde van hun uittreden en worden toekomstige leden vertegenwoordigd onder de opschortende voorwaarde van hun toetreden en de ontbindende voorwaarde van hun weder uittreden.
Men kan het ook anders zeggen: bestuur, raad van commissarissen en ondernemingsraad worden niet gezien als rechtspersoon, maar wel als rechtssubject. Men kan dit de rechtssubjectiviteit van een in het recht als zodanig erkende groep noemen, al zijn ondernemingsraadleden, bestuurders en commissarissen ook dan aan het convenant gebonden, als het betrokken gremium maar uit één persoon bestaat.
Toetreden tot een groep is als springen op een rijdende trein. Het impliceert gebondenheid aan binnen de groep bestaande (interne) afspraken.4 Wie toetreedt tot de groep wordt automatisch gebonden. Het is geen grote stap om aan te nemen dat toetreding ook gebondenheid aan bepaalde externe rechtshandelingen kan meebrengen. In handelen in naam van een groep kan een onbevoegde vertegenwoordiging van toekomstige leden worden gezien, en in toetreden een impliciete bekrachtiging. Men kan ook een stap verder gaan en spreken van geldige groepsvertegenwoordiging. Zegt men dat de ondernemingsraad beperkt rechtsbevoegd is, dan kan dit aldus worden opgevat dat zittende leden van de ondernemingsraad rechtens bevoegd zijn om bepaalde rechtshandelingen te verrichten in naam van de ondernemingsraad. Nu de ondernemingsraad geen rechtspersoon is, kan dit worden opgevat als bevoegd handelen in naam van de gezamenlijke leden van de ondernemingsraad van tijd tot tijd, als zodanig.