Einde inhoudsopgave
Open normen in het Europees consumentenrecht (R&P nr. CR4) 2011/4.2.1
4.2.1 Het materiële recht
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon, datum 31-08-2011
- Datum
31-08-2011
- Auteur
mr.drs. C.M.D.S. Pavillon
- JCDI
JCDI:ADS500903:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Hondius 1978, nr. 264.
Slecht denkbare aanknopingspunten zijn volgens Picod en Davo de ongerechtvaardigde verrijking en de `lésion' (iustum pretium): deze leerstukken zijn ongeschikt, want betreffen resp. een sluitstuk en een strikte regel met een beperkt toepassingsgebied (art. 1118 Cc): Picod en Davo 2005, nr. 239-240.
Hondius 1978, nr. 264; Picod en Davo 2005, nr. 242; Calais-Auloy en Steinmetz 2006, nr. 173.
Voluit de Loi n0 78-23 du 10 janvier 1978 sur la protection et l'information des consommateurs de produits et de services.
Conseil d'État 3 december 1980, nr. 12814.
Sepe 1997, p. 116.
Sepe 1997, p. 116. Tevens zou een dergelijke toets weinig zin hebben omdat het compenserende effect van de prijs een voor de consument nadelige evenwichtsherstellende rol zou spelen: Beale 1989, p. 201.
Picod en Davo 2005, nr. 242; Calais-Auloy en Steinmetz 2006, nr. 173.
Hondius 1978, nr. 264; Picod en Davo 2005, nr. 241. Zie ook Cass. Civ. 1' 6 december 1989, nr. 88-16727, Bull. civ. 1989 I, nr. 379, p. 255.
CA Mines 15 december 1983, nr. 1414 (INC-Hebdo): de rechter achtte een vijftal bedingen in een huurcontract betreffende reclamedragers oneerlijk omdat deze zo nadelig waren voor de consument dat zij in strijd waren met de billijkheid. Hij voelde zich hierin gesteund door CCA-aanbeveling nr. 80-03. Hij oordeelde dat de aanvaarding van deze bedingen door de consument slechts het gevolg van dwaling of enig ander wilsgebrek kon zijn.
Zoals het leerstuk van misbruik van recht bijv. de goede trouw herstelt slechts op indirecte wijze de balans tussen partijen bij de totstandkoming van een overeenkomst: Picod en Davo 2005, nr. 241; Calais-Auloy 2006, p. 190-192.
Hesselink 1999, p. 23, 29, 33-34. De rechter heeft zich deze norm echter enigszins toegeëigend, teneinde zich in de verhouding tussen partijen te mengen. Hierdoor heeft er een zekere objectivering plaatsgevonden en zijn uit de `bonne fbi' algemene gedragsregels (zgn. subregels als de `devoir de loyauté' en de `devoir de co5pération') en plichten (`obligation de renseignemene en `obligation de sécurité') afgeleid: zie o.m. p. 145, 177 en 234 (vgl. par. 9.4.2).
Calais-Auloy en Steinmetz 2006, nr. 173. Het voorbijgaan aan de goede trouw als aanknopingspunt in het Franse recht voor een systematische uitschakeling van oneerlijke bedingen is vaak betreurd: Hondius 1978, nr. 264; Beignier 1994.
183. Het tijdperk voorafgaand aan de omzetting van de Richtlijn OB is onderverdeeld in twee periodes: die van voor en die van na de loi Scrivener, die op 10 januari 1978 werd uitgevaardigd. Tot aan 1978 heeft de Franse rechter veelal de weg van een 'verkapte inhoudscontrole' bewandeld: in die tijd zijn het vereiste van wilsovereenstemming en in mindere mate de interpretatie van algemene voorwaarden uitgebouwd tot controle-instrumenten.1 Van de denkbare aanknopingspunten2 voor een directe toetsing — de `théorie de la cause' (i.e. de leer van de oorzaak: een overeenkomst wordt aangegaan omwille van een tegenprestatie),
het leerstuk van misbruik van recht e abus de droit'), het goede trouw-beginsel en de billijkheid (art. 1134 lid 3 en art. 1135 e.v. Cc) — heeft de rechter geen systematisch gebruikgemaakt.3 In de tweede helft van de jaren zeventig werd de Franse wetgever doordrongen van de noodzaak van een specifieke wettelijke regeling aan de hand waarvan oneerlijke contractsvoorwaarden stelselmatig konden worden aangepakt. Staatssecretaris van Consumentenzaken Scrivener nam hiertoe het initiatief.
184. Op 10 januari 1978 werd de loi Scrivener uitgevaardigd.4Art. 35 loi Scrivener bevatte een verbod op oneerlijke contractsbedingen (` clauses abusives'):
`Dans les contrats conclus entre professionnels et non-professionnels ou consommateurs, peuvent être interdites, limitées ou réglementées, par des décrets en Conseil d'État pris après avis de la commission instituée par l'article 36, en distinguant éventuellement selon la nature des biens et des services concernés, les clauses relatives au caractère déterminé ou déterminable du prix ainsi qu 'á son versement, à la consistance de la chose ou à sa livraison, à la charge des risques, l'étendue des responsabilités et garanties, aux conditions d 'exécution, de résiliation, résolution ou reconduction des conventions, lorsque de telles clauses apparaissent imposées aux nonprofessionnels ou consommateurs par un abus de la puissance économique de l'autre partie et conferent à cette dernière un avantage excessir
Uit deze definitie blijkt dat niet alle typen contractsbedingen als `abusive' konden worden aangemerkt. Het toepassingsgebied van de oneerlijkheidstoets uit art. 35 was beperkt tot zeven typen bedingen. Bedingen betreffende de bewijspositie of de rechtstoegang (arbitragebedingen) vielen buiten het bestek van de loi Scrivener. Het limitatieve karakter van de lijst uit art. 35 werd in 1980 door de Conseil d'État vastgelegd.5
In een vroege versie van het wetsvoorstel was de `déséquilibre significatif entre les droits et obligations des parties au contrat' als criterium opgenomen.6 Gevreesd werd echter dat dit criterium te zeer de nadruk zou leggen op de prijs-kwaliteitverhouding van de overeenkomst (i.e. de kernbedingen) en daarmee de traditionele grenzen van de `lésion' zou oprekken7 Het beding diende op zichzelf te worden beoordeeld, los van de rest van de overeenkomst.
185. Naast de loi Scrivener bleef de rechter op incidentele wijze gebruikmaken van eerdergenoemde algemene leerstukken uit de Code civil: de causa-leer,8 het leerstuk van misbruik van recht9 en de billijkheid in samenhang met de wilsgebreken.10 Deze leerstukken sloten in meer of mindere mate aan bij de toets uit art. 35 loi Scrivener. Zij leenden zich echter, stuk voor stuk, door hun brede karakter, slecht voor een systematische toepassing op consumentenovereenkomsten die oneerlijke bedingen bevatten. De goede trouw speelde slechts een rol op de achtergrond, als de `exigence morale' waarop sommige van de destijds gehanteerde leerstukken zijn gebaseerd11 De op het gedrag van partijen bij de uitvoering van contracten van toepassing zijnde norm12 vormde geen `technique juridique autonome' aan de hand waarvan oneerlijke contractsbedingen buiten werking werden gesteld.13 In het Franse recht was de goede trouw, voorafgaand aan de richtlijn, geen 'clause générale' ter beoordeling van het contractsevenwicht. Dit is na de komst van de richtlijn, waarin het beginsel is opgenomen, niet veranderd (par. 4.9.3).