Verbondenheid in het belastingrecht
Einde inhoudsopgave
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/6.3.5.2:6.3.5.2 Beoordeling van enkele rechtstheoretische aspecten
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/6.3.5.2
6.3.5.2 Beoordeling van enkele rechtstheoretische aspecten
Documentgegevens:
Dr. R.N.F. Zuidgeest, datum 20-11-2008
- Datum
20-11-2008
- Auteur
Dr. R.N.F. Zuidgeest
- JCDI
JCDI:ADS611465:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Inkomen uit werk en woning (box 1) - niet-winst
Onbekend (V)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
Inkomstenbelasting / Aanmerkelijk belang (box 2)
Inkomstenbelasting / Winst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In hoofdstuk 7 wordt nader toegelicht dat er voor het begrip ‘verbonden natuurlijk persoon’ geen neutraliteit bestaat ten aanzien van het door de echtgenoten of geregistreerde partners gekozen huwelijksgoederenregime. Dat geldt ook voor het verbondenheidsbegrip van art. 3.46 Wet IB 2001. Bij een huwelijk of geregistreerd partnerschap buiten gemeenschap van goederen is een echtgenoot of geregistreerd partner die zelf geen ‘belang’ heeft in een lichaam, maar de andere echtgenoot of partner wel, niet in de zin van art. 3.46 Wet IB 2001 ‘verbonden’ met dat lichaam. Ingeval van een wettelijke gemeenschap van goederen lijkt de echtgenoot of partner die zelf geen ‘belang’ heeft, toch als ‘verbonden natuurlijk persoon’ te moeten worden aangemerkt. In dat geval zijn de echtgenoten of partners immers beide voor het geheel gerechtigd tot de huwelijksgoederengemeenschap. Er lijkt dan dus sprake van een ‘belang’ dat tot het vermogen van een persoon behoort, ook indien deze echtgenoot of partner zelf niet de houder is van dat belang. Verplichtingen die door deze echtgenoot of partner zijn aangegaan met de vennootschap, lijken dan eveneens uitgesloten van investeringsaftrek. Bij huwelijksvoorwaarden is deze problematiek niet aan de orde.
Het begrip ‘belang’, dat ook wordt gehanteerd in art. 3.46 lid 1 onderdeel d Wet IB 2001, is een onduidelijke, open norm. In hoofdstuk 7 zal ik dit nader toelichten en de contouren schetsen voor een duidelijkere definitie.
Er kan een meer uniforme regeling ontstaan indien voor de verbondenheidsbegrippen in art. 3.46 lid 1 Wet IB 2001 wordt aangesloten bij de begrippen ‘verbonden persoon’ en ‘verbonden lichaam’ als bedoeld in art. 3.91 en 3.92 Wet IB 2001. De begrippen in art. 3.46 Wet IB 2001 hebben net als deze verbondenheidsbegrippen een antimisbruikfunctie.