De acting in concert-regeling inzake het verplicht bod op effecten
Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/7.3.1:7.3.1 Inleiding
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/7.3.1
7.3.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
mr. J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS372390:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een biedplicht ontstaat indien een partij alleen of samen met personen met wie in onderling overleg wordt gehandeld overwegende zeggenschap verwerft (art. 5:70 lid 1 Wft). Overwegende zeggenschap is gedefinieerd als het kunnen uitoefenen van ten minste 30% van de stemrechten (art. 1:1 Wft). Tot zover is alles duidelijk: zonder het kunnen uitoefenen van 30% van de stemrechten, ontstaat er geen biedplicht (§ 7.3.2). Maar, dan: in de definitie van onderling overleg (art. 1:1 Wft) wordt ook weer het begrip overwegende zeggenschap gehanteerd. Zou ook hier naar het 30%-criterium moeten worden gekeken, dan leidt strikt genomen iedere samenwerking door aandeelhouders met gezamenlijk 30% van de stemrechten inzake de uitoefening van hun stemrechten tot een biedplicht. In het vervolg van deze paragraaf betoog ik dat het begrip overwegende zeggenschap in de acting in concert-definitie een andere betekenis heeft dan bij de “gewone” biedplicht; in plaats van het formele controlecriterium uit de definitie van overwegende zeggenschap in art. 1:1 Wft gaat het bij acting in concert om een materieel controlecriterium (§ 7.3.3).