Einde inhoudsopgave
Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (FM nr. 171) 2021/11.6.3
11.6.3 Fiscale inbound GOS
Mr. dr. G.C. van der Burgt, datum 29-11-2021
- Datum
29-11-2021
- Auteur
Mr. dr. G.C. van der Burgt
- JCDI
JCDI:ADS491695:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting (V)
Voetnoten
Voetnoten
De buiten Nederland gevestigde afsplitser drijft vóór de afsplitsing dus geen onderneming in Nederland.
Deze fiscale inbound GOS kan vanzelfsprekend buitenlandse fiscale (winstbelasting)implicaties hebben.
Vgl. ook Brandsma & De Vries, WFR 2017/131, onderdeel 2.3.2, over een grensoverschrijdende inbound juridische fusie.
In de tekening is ervan uitgegaan dat deze splitser buitenlands belastingplichtig is ex art. 3 jo. art. 17, lid 3, onderdeel a en art. 17a Wet VPB 1969. Deze splitser zou echter ook binnenlands belastingplichtig kunnen zijn. Overigens wordt in de tekening verondersteld dat de in Nederland gevestigde verkrijger na de afsplitsing in het land van de afsplitser een onderneming drijft. Dat hoeft echter niet het geval te zijn.
Zie onderdeel 11.3 respectievelijk onderdeel 11.4. Voor zover functioneel aan de vi toerekenbare vermogensbestanddelen het bereik van de Wet VPB 1969 verlaten, is fiscale facilitering niet mogelijk (standaardvoorwaarde 1).
De regeling geldt alleen voor moeder-dochterafsplitsingen en is behandeld in onderdeel 11.4.5.11.
Zie onderdeel 11.6.2.2 en de daar gemaakte verwijzingen.
Hierna is een voorbeeld van een fiscale inbound GOS weergegeven. Het gaat over een afsplitsing met AS als afsplitser en V als de (enige) verkrijger.
Ingeval de in het buitenland gevestigde afsplitsende rechtspersoon vóór de fiscale inbound GOS niet vennootschapsbelastingplichtig is, vormt de splitsing geen belastbaar feit in de Wet VPB 1969.1Art. 14a Wet VPB 1969 mist dan toepassing, zodat geen sprake kan zijn van een fiscaal gefaciliteerde splitsing vanuit het perspectief van de Nederlandse vennootschapsbelasting.2 Het verkregen vermogen wordt door de in Nederland gevestigde verkrijger(s) voor de waarde in het economische verkeer opgenomen op de fiscale balans (step-up). Dit is een rechtstreeks gevolg van het totaalwinstbeginsel (art. 8, lid 1, Wet VPB 1969 jo. art. 3.8 Wet IB 2001).3
Het wordt interessanter als de in het buitenland gevestigde afsplitser (AS) vóór de fiscale inbound GOS al vennootschapsbelastingplichtig is omdat hij in Nederland een onderneming drijft.4
Als de afsplitsende rechtspersoon niet wil afrekenen over de splitsingswinst, kan hij kiezen voor een fiscaal gefaciliteerde splitsing. De analyses die met betrekking tot een puur nationale splitsing zijn gemaakt over de wettelijke doorschuifregeling en de doorschuifregeling op verzoek (art. 14a, lid 2 respectievelijk lid 3, Wet VPB 1969) gelden mutatis mutandis.5 In aanvulling daarop sta ik kort stil bij de wettelijke doorschuifregeling, meer specifiek het vereiste dat voor het bepalen van de winst van de splitsingspartners dezelfde bepalingen van toepassing moeten zijn. Aan dit vereiste is voldaan indien de vi van de in het buitenland gevestigde afsplitsende rechtspersoon onder hetzelfde Nederlandse vennootschapsbelastingregime valt als de in Nederland gevestigde verkrijger(s).6 Het vereiste ziet dus niet op het per definitie afwijkende buitenlandse regime dat van toepassing is op de afsplitser. Als gevolg van de afsplitsing kan de belastingplicht voor de vennootschapsbelasting van de buiten Nederland gevestigde afsplitsende rechtspersoon eindigen. In de beleidsmatige sfeer is voor bepaalde afsplitsingssituaties goedgekeurd dat (i) verliezen van de afsplitser kunnen overgaan naar de verkrijger(s) of dat (ii) het winstverleden van de afsplitser beschikbaar blijft.7
In het geval van een zuivere splitsing dreigt het gevaar dat de subjectgebonden fiscale aanspraken, zoals verliesaanspraken, van de buiten Nederland gevestigde vennootschapsbelastingplichtige zuivere splitser verloren gaan omdat die rechtspersoon als belastingsubject verdwijnt. Hierop is geanticipeerd met een goedkeurende regeling op grond waarvan die subjectgebonden fiscale aanspraken onder voorwaarden kunnen worden meegegeven aan de in Nederland gevestigde verkrijgers.8