RI 2011/54
Cessie. Hoe dient een ‘cessie ter incasso’ te worden uitgelegd? (A/ Provinsje Fryslân)
Hof Leeuwarden 01-02-2011, ECLI:NL:GHLEE:2011:BP7439
- Instantie
Hof Leeuwarden
- Datum
1 februari 2011
- Magistraten
Mrs. L. Groefsema, R.E. Weening, M. Wolters
- Zaaknummer
200.025.228/01
- LJN
BP7439
- JCDI
JCDI:ADS908589:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHLEE:2012:2055, Uitspraak, Hof Leeuwarden, 01‑05‑2012
ECLI:NL:GHLEE:2011:BP7439, Uitspraak, Hof Leeuwarden, 01‑02‑2011
- Wetingang
BW art. 7:414, 3:84 lid 3
Essentie
Cessie.
Hoe dient een ‘cessie ter incasso’ te worden uitgelegd?
Samenvatting
Op 29 november 2002 is Aannemingsmaatschappij Westerbaan (hierna: Westerbaan) failliet verklaard. Tussen ING Bank N.V. en Westerbaan is in maart 2000 een kredietovereenkomst gesloten, waarbij aan Westerbaan een kredietfaciliteit van ƒ 7.000.000 ter beschikking is gesteld. In de kredietofferte is bepaald dat voor de kredietfaciliteit als zekerheid een eerste verpanding van de boekvorderingen zal dienen. ING en de (voormalig) directeur van Westerbaan (hierna: de voormalig directeur), hebben op 7 juli 2005 een overeenkomst gesloten, waarin onder meer is vermeld: In afwijking van het voorgaande komen partijen overeen ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.