De bevrijdende verjaring
Einde inhoudsopgave
De bevrijdende verjaring (R&P nr. 162) 2008/23.5:23.5 Stuiting wegens erkenning door verzekeraar
De bevrijdende verjaring (R&P nr. 162) 2008/23.5
23.5 Stuiting wegens erkenning door verzekeraar
Documentgegevens:
mr. J.L. Smeehuijzen, datum 22-04-2008
- Datum
22-04-2008
- Auteur
mr. J.L. Smeehuijzen
- JCDI
JCDI:ADS372595:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Wanneer de debiteur de beoordeling en beslissing van zijn aansprakelijkheid aan zijn verzekeraar overlaat en hij zulks aan de benadeelde te kennen geeft, mag de benadeelde de verzekeraar als vertegenwoordiger van de debiteur beschouwen. In dat geval stuit de erkenning van aansprakelijkheid door de verzekeraar de verjaring.
Deze op zichzelf voor de hand liggende regel volgt uit HR 13 december 2002.1 Het arrest had weliswaar betrekking op erkenning krachtens oud recht (art. 2019 oud BW) maar er is geen reden naar huidig recht anders te oordelen. Het volgende was aan de orde.
Een patiënte spreekt haar arts aan tot schadevergoeding wegens een medische fout. De arts antwoordt: "(...) Uw brief d.d. 23 mei 1989 werd door mij in goede orde ontvangen. Alle in het Ziekenhuis werkzame medische specialisten hebben via de Stichting Ziekenhuis hun aansprakelijkheidsverzekering ondergebracht bij Winterthur Verzekeringen te Amsterdam. Ook mijn aansprakelijkheidsverzekering is (...) ondergebracht bij bovengenoemde maatschappij. Vriendelijk zou ik U willen verzoeken in overleg met bovengenoemde maatschappij het een en ander op de gebruikelijke manier af te wikkelen."
De patiënte dagvaardt de arts bij exploit van 15 juni 1994. De arts beroept zich op verjaring. De rechtbank verwerpt dat beroep: "Onder deze omstandigheden [gedoeld wordt op de hiervoor geciteerde brief — JLS] wordt de lopende verjaring van de vordering tot schadevergoeding van Olifiers op B. gestuit door een eventuele erkenning van die aansprakelijkheid door Winterthur jegens (de raadsman van) Olifiers." Het hof komt tot een overeenkomstig oordeel. De Hoge Raad overweegt ten aanzien van de hiertegen gerichte klacht: "[Het onderdeel — JLS] baseert een rechts- en een motiveringsklacht op de stelling dat stuiting van verjaring door erkenning, zoals voorzien in artikel 2019 (oud) BW, dient te geschieden door degene zèlf tegen wie de verjaring loopt en niet (althans niet zonder meer) door degene aan wie degene tegen wie de verjaring loopt, de beoordeling en beslissing omtrent zijn aansprakelijkheid heeft overgelaten. Deze stelling is evenwel onjuist. Niet valt in te zien, waarom een dergelijke erkenning niet door een vertegenwoordiger kan geschieden. Het onderdeel faalt derhalve."
Men trekke uit het voorgaande niet de conclusie dat per definitie de verzekeraar zijn verzekerde vertegenwoordigt. Doorslaggevend is, conform de hoofdregel bij opgewekte schijn van vertegenwoordiging, of de verzekerde zich op een zodanige wijze heeft gedragen dat de wederpartij mag veronderstellen dat zijn verzekeraar bevoegd is hem te vertegenwoordigen.2 In het genoemde arrest van 13 december 2002 is dat gelet op de geciteerde brief van de arts aan de patiënte wél het geval. Hof Den Bosch 30 juli 1997,3 dat ook de vraag naar stuiting door de verzekeraar betreft, is een voorbeeld van een geval waar de rechter dat niet wil aannemen: "Het hof deelt voorts het oordeel van de rechtbank dat de enkele mededeling eind 1990 van Van Son aan BV 25 dat zij een duplicaat van haar aansprakelijk-stelling door BV 25 aan de Europeesche had toegezonden niet als een zodanige gedraging van Van Son kan worden beschouwd dat BV 25 op grond daarvan mocht aannemen dat de Europeesche gerechtigd was Van Son terzake die aanspraak te vertegenwoordigen. De enkele omstandigheid dat het niet ongebruikelijk is dat een verzekerde de afwikkeling van een aanspraak op schadevergoeding overlaat aan haar verzekeringsmaatschappij, doet daaraan niet af. (...)"
De conclusie is derhalve dat de handeling van de verzekeraar de verjaring niet heeft gestuit. Overigens is het niet alleen "niet ongebruikelijk" dat een verzekerde de afwikkeling overlaat aan zijn verzekeraar, maar is die gang van zaken standaard omdat hij daartoe over het algemeen op grond van de polis verplicht is.