Forumkeuze in het Nederlandse internationaal privaatrecht
Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/16.7.5.3:16.7.5.3 De gevraagde voorziening is geen voorlopige of bewarende maatregel ex artikel 31 EEX-r/24 Verdrag
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/16.7.5.3
16.7.5.3 De gevraagde voorziening is geen voorlopige of bewarende maatregel ex artikel 31 EEX-r/24 Verdrag
Documentgegevens:
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS414393:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Bijv. Vzr. Rb. Middelburg 5 januari 2007, NIPR 2007, 148.
Hof 's-Hertogenbosch 21 september 2006, NIPR 2006, 308. Voor de vraag of een voorlopig getuigenverhoor valt onder één van de bevoegdheidsgrondslagen van EEX-V°/Verdrag verwijs ik naar Van het Kaar, NIPR 2006, p. 384.
Hof Amsterdam 11 september 2003, NIPR 2005, 341.
Laenens TvP 1992, p. 260; Pres. Rb. Roermond 26 mei 1988, KG 1988, 261.
Vgl. Hof Amsterdam 16 december 1997, NIPR 1998, 314.
Kramer, Het kort geding, p. 166; Kramer, NIPR 2003, p. 242.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Is de voorziening geen voorlopige of bewarende maatregel in de zin van 31 EEX-V°/24 Verdrag, dan wordt de bevoegdheid van het gerecht beheerst door de algemene regels van de EEX-V° c.q. het Verdrag met inbegrip van de art. 23 EEX-V°/17 Verdrag en 24 EEX-V°/18 Verdrag. Voldoet een kort geding bijv. niet aan de voorwaarden van de arresten Van Uden Deco-Line en Intership/Mietz, dan is onvermijdelijk dat art. 23 EEX-V°/17 Verdrag zich ook uitstrekt tot de bevoegdheid in kort geding.1 Dat geldt ook voor een voorlopig getuigenverhoor of deskundigenbericht dat geen voorlopige of bewarende maatregel is in de zin van art. 31 EEX-V°/24 Verdrag.2 Behoudens eventuele uitzonderingen op grond van de bewoordingen van de forumkeuze, is een voorziening in beginsel slechts mogelijk voor het forum prorogatum. Een afwijking van het forum prorogatum is ook mogelijk indien de eiser in het petitum rekening houdt met — of de rechter bij toewijzing van de vorderingen toeziet op de naleving van de voorwaarden die het Hof van Justitie heeft gesteld aan het incasso kort geding.3 Een nadeel van deze situatie is de onmogelijkheid om een voorziening te vragen daar waar deze effect moet sorteren. Zeker in internationale situaties moeten soms voorzieningen in een bepaalde EG- c.q. verdragsluitende staat worden getroffen, omdat de voorziening spoedeisendheid is. Een voorziening gevolgd door een exequatur-procedure (waartegen de verweerder bovendien in verzet kan!) duurt in spoedeisende gevallen te lang. Bij een toekomstige wijziging van de EEX-V° zou aan dit probleem aandacht moeten worden geschonken en toch voorlopige of bewarende maatregelen volgens zijn interne recht mogelijk maken, indien de aangezochte rechter krachtens een andere regel van de EEX-V°, het Verdrag of zijn nationale procesrecht de bevoegdheid heeft en spoedeisendheid in de weg staat aan een voorziening door het aangewezen gerecht.4 In het bijzonder zou het mijns inziens mogelijk moeten worden in kort geding spoedeisende voorzieningen te treffen ook al geldt deze voorziening niet als voorlopige of bewarende maatregelen in de zin van art. 31 EEX-V°/24 Verdrag. Bij de behandeling van het verzoek tot het treffen van maatregelen kan de rechter mijns inziens voorts rekening houden met de omstandigheid dat het verzoek in beginsel aanhangig had moeten worden gemaakt bij de geprorogeerde rechter en bij het nemen van voorlopige of bewarende maatregelen terughoudender zijn dan zonder een forumkeuze. De Voorzieningenrechter kan bijv. hogere eisen stellen aan de spoedeisendheid en de duur van een procedure voor de aangewezen rechter in zijn oordeel betrekken. De rechter zal voorts grondig moeten onderzoeken of de bodemrechter die bevoegd is krachtens de forumkeuze de vordering zal toewijzen en bij twijfel de vordering moeten afwijzen.5 Ook kan worden gedacht aan het voorstel van Kramer voor een nieuw art. 31 EEX-V° dat de mogelijkheid voor spoedeisende maatregelen in dit opzicht zou verruimen, mits de reële band aanwezig is met het gerecht dat krachtens art. 31 EEX-V°/24 Verdrag wordt aangezocht.6