Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/7.13.3
7.13.3 Onverschuldigde betaling
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS574054:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Voetnoten
Voetnoten
De rechtshandeling is nietig wegens strijd met een dwingende wetsbepaling (lid 2, verrichten van de rechtshandeling). Tevens is denkbaar dat de rechtshandeling nietig is wegens strijd met de goede zeden of de openbare orde (lid 1, inhoud). Zie § 2.3.4.5.
Mok 2004, p. 82.
De wetende heersende leer gaan uit van de gedachte dat de vordering uit onverschuldigde betaling niet zozeer gericht is op ongedaanmaking van een verrijking, maar op het terugdraaien van hetgeen zonder rechtsgrond is gepresteerd, een herstel in de oude toestand. Zie Parl. Gesch. Boek 6, p. 803 e.v; Asser/Hartkamp 4-III (2006), nr. 315-317.
Onverschuldigde betaling is het zonder rechtsgrond verrichten van een prestatie jegens een ander. Dit is het geval als er geen verbintenis bestaat of als er een verbintenis bestaat, doch niet tussen de betalende en de ontvanger. Ook is denkbaar dat er een verbintenis bestond, maar deze verbintenis met terugwerkende kracht is komen te vervallen.
Een overeenkomst die onder het verbod valt van artikel 81 lid 1 EG of artikel 6 lid 1 Mw (en niet kan profiteren van een vrijstelling ex artikel 81 lid 3 EG of artikel 6 lid 3 Mw) is van rechtswege geheel of gedeeltelijk nietig op grond van artikel 81 lid 2 EG of artikel 6 lid 2 Mw. De overeenkomst die met een onderneming wordt gesloten die misbruik maakt van een economische machtspositie in de zin van artikel 82 EG of artikel 24 Mw zal op grond van artikel 3:40 BW nietig zijn.1 Voor wat betreft artikel 82 EG kan die nietigheid ook worden gebaseerd op een analoge toepassing van artikel 81 lid 2 EG. Zie § 2.3.4.5. Mok wijst op het feit dat onder omstandigheden ook een vordering uit onverschuldigde betaling denkbaar is ingeval wegens de niet-naleving van een verplichting van een op grond van een onder het kartelverbod vallend kartel een disciplinaire boete is opgelegd en voldaan. De oplegging van de disciplinaire boete, en de voldoening daarvan, is zonder rechtsgrond geschied wegens de nietigheid van de kartelovereenkomst.2 Tevens kan sprake zijn van gehele of gedeeltelijke nietigheid van de overeenkomst tussen de onderneming die misbruik maakt van een machtspositie en de afnemer van goederen of diensten op grond van een vernietiging van de overeenkomst door de afnemer wegens een wilsgebrek in de zin van artikel 3:44 BW (bedreiging, bedrog of misbruik van omstandigheden) of dwaling ex artikel 6:228 BW (zie nader § 7.13.2.1). Het gedeelte van de prijs boven een normaal marktniveau (de overcharge) kan onverschuldigd zijn betaald.
Het rechtsgevolg van onverschuldigde betaling bestaat uit het ontstaan van een verbintenis tot ongedaanmaking van de verrichte prestatie (6:203 Bw).3 De vordering uit onverschuldigde betaling strekt dan ook tot nakoming van de ongedaanmakingsverbintenis. Slechts indien ongedaanmaking onmogelijk is (6:210 lid 2 BW) ontstaat een verbintenis tot waardevergoeding indien de ontvanger door de prestatie is verrijkt en het verricht worden van de prestatie aan de ontvanger is toe te rekenen of de ontvanger had toegestemd in het verrichten van een tegenprestatie.
De partij die heeft gepresteerd op grond van een nietige overeenkomst heeft recht op terugbetaling van hetgeen onverschuldigd (zonder rechtsgrond) is betaald (de prestatie die jegens een ander is verricht). In mededingingszaken zal veelal door de afnemer teveel zijn betaald voor goederen of diensten. De onverschuldigde betaling betreft dan de teveel betaalde geldsom (bij gedeeltelijke nietigheid van de overeenkomst dat deel van de prestatie dat zonder de schending van het mededingingsrecht niet was betaald) of de gehele geldsom (bij volledige nietigheid van de overeenkomst). De vordering tot ongedaan-making van hetgeen onverschuldigd is betaald zal dan ook (bij de (van rechtswege) nietigheid van een verboden mededingingsbeperkende overeenkomst) neerkomen op de vordering tot teruggave van de onverschuldigd betaalde geldsom. Bij geldsommen strekt de vordering op grond van artikel 6:203 lid 2 BW tot teruggave van een gelijk bedrag.