Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/17.3.3
17.3.3 Overdracht ten titel van beheer als dwangvertegenwoordigingsregime
F. Eikelboom, datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- Auteur
F. Eikelboom
- JCDI
JCDI:ADS366086:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie par. 8.6.4.4.
Er is geen sprake van vertegenwoordiging in reguliere zin. Duidelijk is immers dat de tijdelijke beheerder geen (stem)instructies hoeft op te volgen van de oorspronkelijke aandeelhouder. De tijdelijke beheerder kan anders handelen dan de oorspronkelijke aandeelhouder wenst, dan wel omdat het belang van de vennootschap zwaarder weegt, dan wel dat de oorspronkelijke aandeelhouder wenst dat van deze bevoegdheden op een manier gebruik wordt gemaakt die naar objectieve maatstaven gemeten niet in het belang van de oorspronkelijke aandeelhouder zijn.
Par. 2.4.2 en 8.3.2.4.
Zie (het eind van) par. 17.3.1 voor de betekenis van de termen egocentrisch aandeelhouderschap en loyaal aandeelhouderschap. Losjes verder gedacht vanuit die gedachte zou ook een vergelijking kunnen worden gemaakt met art. 710 Rv. Daarin is vastgelegd dat goederen door de voorzieningenrechter onder bewind kunnen worden gesteld, indien een geschil bestaat aan wie van twee of meer partijen zij toekomen. Een dergelijke geschil kan ook aanleiding zijn tot tijdelijke overdracht van aandelen ten titel van beheer. Zie Hof Amsterdam (OK) 25 juni 2015, ARO 2015/163 (Vikariën). In andere situaties zou in plaats van een geschil over aan wie het eigendom toekomt er sprake zijn van een geschil tussen de vennootschap en de aandeelhouder over “aan wie het stemrecht zou toekomen”, of meer specifiek over welke belangen bij het uitoefenen van stemrecht zouden moeten prevaleren: die van de vennootschap of de aandeelhouder? In het geval van art. 710 Rv benoemt de rechter een bewindvoerder. Deze bewindvoerder vertegenwoordigt vervolgens de rechthebbende – wie dat dan ook mag zijn – in en buiten rechte (art. 710 lid 5 Rv jo. 1:441 lid 1 BW) en beheert de aandelen (art. 710 lid 5 Rv jo. art. 1:338 lid 1 BW). Dat correspondeert in grote lijnen met de bevoegdheden van de tijdelijke beheerder. Uiteindelijk gaat deze vergelijking echter mank, omdat het bij tijdelijke overdracht van aandelen ten titel van beheer duidelijk zou moeten zijn met welke belangen bij de uitoefening van het stemrecht rekening moet worden gehouden en welk gewicht aan deze belangen toekomt.
Zie hierover ook par. 4.6.2.3.
Hof Amsterdam (OK) 30 oktober 2013, JOR 2013/337 m.nt. Josephus Jitta (Novero).
Voor 1 januari 2014 repte art. 1:378 BW van een “geestelijke stoornis”.
Art. 1:381 lid 2 BW.
Art. 1:385 lid 1 BW jo. art. 1:250 BW.
Zie par. 17.3.2.
Indien een partij verplicht is een rechtshandeling te verrichten, kan de rechter een dwangvertegenwoordiger aanwijzen die deze rechtshandeling zal verrichten.1 Tijdelijke overdracht van aandelen ten titel van beheer vertoont daarmee gelijkenissen. De oorspronkelijke aandeelhouder is daarbij de vertegenwoordigde partij.2
Deze vergelijking gaat als volgt: de oorspronkelijke aandeelhouder dient zich jegens de vennootschap (en de bij haar organisatie betrokkenen) te gedragen in overeenstemming met de wet en de statuten en tevens naar hetgeen door de redelijkheid en billijkheid wordt gevorderd. Laat deze aandeelhouder dat na, dan kunnen zijn aandelen tijdelijk ten titel van beheer worden overgedragen.3 De gedachte daarachter is kennelijk dat zijn aandelen tijdelijk moeten worden beheerd door iemand die zich wel houdt aan de wet, statuten en hetgeen de redelijkheid en billijkheid vordert.
Of deze (onmiddellijke) voorziening daartoe beperkt is, is echter de vraag. Denkbaar is bijvoorbeeld dat tijdelijke overdracht ten titel van beheer verder gaat in de zin dat tevens het karakter van het aandeelhouderschap verandert van egocentrisch aandeelhouderschap naar loyaal aandeelhouderschap.4 Bij dwangvertegenwoordiging wordt het belang van de vertegenwoordigde niet verder opzijgezet dan noodzakelijk is voor het verrichten van de verplichte rechtshandeling.
Er is ook nog een ander aspect. Enquêteprocedures vinden soms hun oorzaak in irrationeel aandeelhoudersgedrag.5 Dat is ook onderkend in een Novero-beschikkingen6 van de ondernemingskamer. Zij overwoog dat de tijdelijke beheerder weliswaar rekening moet houden met de belangen van de oorspronkelijke aandeelhouder, maar voegde daaraantoe dat dit gaat om het “naar objectieve maatstaven gemeten” belang van de oorspronkelijke aandeelhouder. De ondernemingskamer houdt er blijkbaar rekening mee dat de oorspronkelijke aandeelhouder niet (altijd) in staat is om zelf te bepalen wat in zijn belang is. Aldus heeft tijdelijke overdracht van aandelen ten titel van beheer wel iets weg van art. 1:378 BW.
Daarin is bepaald dat een meerderjarige onder curatele kan worden gesteld, indien hij tijdelijk of duurzaam zijn belangen niet behoorlijk waarneemt, als gevolg van zijn geestelijke toestand.7 De onder curatele gestelde is onbekwaam om rechtshandelingen te verrichten8 en wordt vertegenwoordigd door de curator.9 Bij tijdelijke overdracht van aandelen ten titel van beheer wordt de oorspronkelijke aandeelhouder min of meer onder curatele gesteld wat betreft de aan de aandelen verbonden rechten en bevoegdheden. Deze gelijkenis met de curatele van art. 1:378 BW geeft mijns inziens de desbetreffende (onmiddellijke) voorziening een licht diffamerend karakter.
Er is echter ook een wezenlijk verschil tussen enerzijds tijdelijke overdracht van aandelen ten titel van beheer en anderzijds de curatele van art. 1:378 BW. Art. 1:378 dient het belang van de onder curatele gestelde. In vergelijking met de enquêteprocedure zou dat de oorspronkelijke aandeelhouder zijn. Over het algemeen genomen staat in de enquêteprocedure echter niet het belang van de aandeelhouders centraal, maar het belang van de vennootschap. Het beheer geschiedt uitdrukkelijk ook, en mogelijk zelfs primair, met het oog op het belang van de vennootschap.10