Einde inhoudsopgave
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/276
276 Ruim baan voor wetgeving
mr. E.C.H.J. Lokin, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
mr. E.C.H.J. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS371415:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
Monitoring Commissie Corporate Governance, Voorstel voor herziening: een uitnodiging voor commentaar, 11 februari 2016, p. 41.
Monitoring Commissie Corporate Governance, Voorstel voor herziening: een uitnodiging voor commentaar, 11 februari 2016, p. 42.
Zoals ook zichtbaar was in Duitsland waar uit onvrede over de toepassing van de openbaarmakingsbepalingen in de Duitse Corporate Governance Code in 2005 de VorstOG werd aangenomen. De openbaarmakingsregels zijn vervolgens verder aangescherpt met de aanvaarding van de VorstAG. Zie Gesetz über die Offenlegung der Vorstandsvergütungen (VorstOG), 3 augustus 2005, BGBl. I, p. 2267; Gesetz zur Angemessenheit der Vorstandsvergütung (VorstAG), 31 juli 2009, BGBl. I, p. 2509.
Een volgende vraag is of de transparantieverplichtingen moeten worden opgenomen in de Corporate Governance Code of in de wet. Het pleit hierover lijkt te zijn beslecht. Met de herziene aandeelhoudersrechtenrichtlijn gaat de Europese Commissie over tot het uitvaardigen van bindende regelgeving vanwege een gebrek aan adequate transparantie, doordat de informatie die vennootschappen openbaar maken niet allesomvattend, niet duidelijk en niet vergelijkbaar is. Deze keuze voor wettelijke minimale transparantievereisten is te begrijpen. Er zijn voldoende redenen om aan te nemen dat openbaarmakingsverplichtingen alleen worden nageleefd als deze regels bindend zijn. Uit de analyse over de matigende werking volgt dat er goede gronden zijn om aan te nemen dat naleving van de meer vrijblijvende transparantieverplichtingen minimaal zal zijn vanwege de botsende visies van de raad van commissarissen en de maatschappij. Het feit dat de beloningsbepalingen van de Corporate Governance Code behoren tot de minst nageleefde of meest uitgelegde bepalingen versterkt deze gedachte.1
In deze Europese ontwikkelingen ziet de Commissie Van Manen onder meer aanleiding een fikse stap terug te doen in de mate van detail.2 Deze verlichting van de regeldruk die de Code 2016 brengt, is van tijdelijke aard. De herziene aandeelhoudersrechtenrichtlijn moet voor 10 juni 2019 worden geïmplementeerd. De Nederlandse wetgever kan zich daarbij beperken tot het vormgeven van de transparantievoorschriften zoals opgenomen in de richtlijn. De vraag is welke rol de teruggang in detail in de Code 2016 in dit kader gaat spelen. De huidige transparantieverplichtingen zorgen ervoor dat de aanvullende rol die de Corporate Governance Code na implementatie van de herziene aandeelhoudersrechtenrichtlijn zou kunnen vervullen, beperkt is. Verder zal de grotere mate van vrijblijvendheid er weliswaar voor zorgen dat de beloningsbepalingen in de Code 2016 niet langer tot de minst nageleefde en vaakst uitgelegde bepalingen zullen behoren. Daarmee is enige onvrede over de mate waarin verantwoording wordt afgelegd nog niet weggenomen. Blijkt de verantwoording op grond van de nieuwe codebepalingen onder de maat, dan zal de implementatie van de herziene aandeelhoudersrechtenrichtlijn aanleiding kunnen zijn om over te gaan tot verdergaande wettelijke regels.3