Einde inhoudsopgave
De beursvennootschap, corporate governance en strategie (IVOR nr. 120) 2020/4.3.3
4.3.3 De Code Frijns
mr. S.B. Garcia Nelen, datum 01-08-2020
- Datum
01-08-2020
- Auteur
mr. S.B. Garcia Nelen
- JCDI
JCDI:ADS232585:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
Code Frijns, p. 5-9.
Code Frijns, p. 48.
Zie ook: Nowak, Ondernemingsrecht 2008/125, par. 1 en Nowak, Ondernemingsrecht 2009/9.
Zie over het convocatierecht: paragraaf 6.2.2 van dit proefschrift.
Best practice-bepaling II.1.9 van de Code Frijns.
Over de responstijd schrijf ik uitgebreid in paragraaf 6.2.4 van dit proefschrift.
Hof Amsterdam (OK) 17 januari 2007, JOR 2007/42, m.nt. J.M. Blanco Fernández (Stork) en HR 13 juli 2007, NJ 2007/434, m.nt. J.M.M. Maeijer, JOR 2007/178, m.nt. M.P. Nieuwe Weme (ABN AMRO). Zie in dezelfde zin over ABN AMRO: Overkleeft 2017, par. 6.4.1.
Van Bekkum e.a. 2010, p. par. 1.
Pargendler 2016, p. 28.
EU Actieplan 2012, p. 4-5.
De Commissie Frijns bracht na 2005 ieder jaar een rapport uit waarin verslag werd gedaan over de monitoring van de Code Tabaksblat. Op 4 juni 2008 publiceerde de Commissie Frijns een rapport over de evaluatie en actualisering van de Corporate Governance Code. In het laatstgenoemde rapport deed de Commissie Frijns voorstellen voor aanpassing van de code. Op 10 december 2008 werd de nieuwe Corporate Governance Code van de Commissie Frijns (hierna: de Code Frijns) vastgesteld en gepubliceerd ter vervanging van de Code Tabaksblat. De Code Frijns was van toepassing op boekjaren die begonnen op of na 1 januari 2009.1 Op de naleving van de Code Frijns werd toezicht gehouden door een nieuwe Monitoring Commissie. Het kabinet is op 25 mei 2009 met een reactie gekomen op de definitieve versie van de Code Frijns.2 Hierin onderschreef het de aanpassingen die gemaakt zijn ten opzichte van de Code Tabaksblat.
Naar eigen zeggen legt de Commissie Frijns in de aangepaste Corporate Governance Code sterker de nadruk op beïnvloeding van bestuurders, commissarissen en aandeelhouders om gewenst gedrag te stimuleren.3 Kijkend naar de principes, lijkt de Code Frijns niet veel grote wijzigingen te bevatten ten opzichte van de Code Tabaksblat. In de best practice-bepalingen zijn echter wel enige wijzigingen te ontwaren. Concreet zien de voornaamste wijzigingen op de bezoldiging van bestuurders (inclusief de rol van de raad van commissarissen bij de vaststelling daarvan) en invoering van een responstijd bij agenderingsverzoeken.4 Ook wordt van het bestuur verwacht dat het nadrukkelijker aandacht besteedt aan risicobeheersing en dat het de raad van commissarissen tijdig en nauw betrekt in het geval van een overnameproces.
De meest ingrijpende wijziging en de meest relevante voor de thematiek van dit proefschrift is de introductie van de responstijd. Een en ander werd geregeld in best practice-bepaling IV.4.4. De bepaling schrijft voor dat een aandeelhouder het agenderingsrecht slechts mag uitoefenen nadat hij in overleg is getreden met het bestuur en dat, wanneer de voorgenomen uitoefening van het agenderingsrecht kan leiden tot wijziging van de strategie van de beursvennootschap, het bestuur een redelijke termijn mag inroepen om op het voornemen te reageren. Hetzelfde geldt wanneer het geen voornemen tot agendering betreft, maar tot het doen van een verzoek dat strekt tot rechterlijke machtiging voor het bijeenroepen van een AV (convocatie).5 De hiervoor genoemde redelijke termijn wordt aangeduid met de term ‘responstijd’ en bedraagt niet langer dan 180 dagen, gerekend vanaf het moment waarop het bestuur op de hoogte wordt gesteld van het voornemen tot agendering tot aan de dag van de AV waarop het onderwerp zou moeten worden behandeld.6 De responstijd is bedoeld voor nader beraad en constructief overleg met de desbetreffende aandeelhouders en een verkenning van de alternatieven.7
Uit de introductie van de responstijd blijkt duidelijk dat het bestuur van de beursvennootschap in Nederland weer enigszins in bescherming werd genomen na jaren van versterking van de positie van aandeelhouders. Dit hangt ongetwijfeld samen met de wijze waarop activistische aandeelhouders in 2007 bij Stork en ABN AMRO (deels succesvol) hadden getracht strategiewijzigingen af te dwingen.8 De financiële crisis, die wereldwijd om zich heen sloeg na de val van Lehman Brothers in september 2008, droeg verder bij aan het sentiment in de Nederlandse media, maatschappij en politiek dat de beweging om aandeelhoudersrechten te versterken te ver was doorgeslagen.9 In de Verenigde Staten leidde de financiële crisis tot invoering van de Dodd-Frank Act (ook wel: Wall Street Reform and Consumer Protection Act) in 2010, die met name zag op de regulering van financiële instellingen en het stabiliseren van het financiële stelsel. De Dodd-Frank Act bevatte ook voorschriften die raken aan corporate governance, zoals de introductie van ‘say on pay’, waarbij aandeelhouders periodiek een niet-bindende stem kunnen uitbrengen over de beloning van executive directors.10 De Europese Commissie publiceerde in 2012 een nieuw actieplan (hierna: het EU Actieplan 2012). Het EU Actieplan 2012 kende met name drie doelstellingen: (1) meer transparantie door vennootschappen en aandeelhouders, (2) grotere betrokkenheid (zowel in de vorm van rechten als verplichtingen) van aandeelhouders bij corporate governance en (3) het ondersteunen van de groei en concurrentiekracht van vennootschappen.11