Beperkte rechten op eigen goederen
Einde inhoudsopgave
Beperkte rechten op eigen goederen (O&R nr. 132) 2022/4.5:4.5 Volmacht of privatieve last
Beperkte rechten op eigen goederen (O&R nr. 132) 2022/4.5
4.5 Volmacht of privatieve last
Documentgegevens:
mr. R.J. ter Rele, datum 01-10-2021
- Datum
01-10-2021
- Auteur
mr. R.J. ter Rele
- JCDI
JCDI:ADS491087:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht / Testamenten
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Goederenrecht (V)
Erfrecht / Gevolgen erfopvolging
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Bloembergen & Van Schendel, Rechtshandeling en Overeenkomst (SBR 3) 2019/110; Asser/Kortmann 3-III 2017/75.
Bloembergen & Van Schendel, Rechtshandeling en Overeenkomst (SBR 3) 2019/110; Asser/Kortmann 3-III 2017/68.
Groefsema 1993, p. 40-42. Vgl. Asser/Kortmann 3-III 2017/102-103.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
47. Iemand kan ook bevoegdheden uitoefenen over een beperkt recht of een eigendomsrecht op grond van een volmacht of een privatieve last. A is eigenaar van een stuk grond. B heeft een recht van erfpacht op die grond. B heeft een volmacht gegeven aan A voor alle bevoegdheden die hem toekomen uit hoofde van zijn erfpachtrecht. Op grond van de volmacht worden rechtshandelingen die A met betrekking tot de erfpacht verricht, toegerekend aan B (art. 3:66 lid 1 BW). Daardoor oefent B die bevoegdheden juridisch gezien zelf uit.1 Bovendien kan B, ondanks de volmacht, zelf rechtshandelingen verrichten met betrekking tot de erfpacht; de volmacht werkt niet privatief.2 Daarom is een volmacht niet van belang bij de beoordeling of iemand in een bepaald geval een beperkt recht op zijn eigen zaak kan hebben.
Als B een privatieve last zou hebben verleend aan A, dan zou A de exclusieve bevoegdheid hebben in eigen naam de bevoegdheden van B over de erfpacht uit te oefenen. Een privatief lasthebber verricht echter rechtshandelingen met betrekking tot een goed van een ander, de lastgever. Op grond van de lastgevingsovereenkomst is de lasthebber weliswaar exclusief bevoegd de bevoegdheden uit te oefenen, maar de uitoefening van deze bevoegdheden sorteert effect in het vermogen van de lastgever.3 B is en blijft rechthebbende van de erfpacht. Daarom gaat de erfpacht niet door vermenging teniet; beperkt recht en moederrecht zijn niet in één hand. In §6.3 blijkt dat een beheersregeling (art. 3:168 BW) met betrekking tot een gemeenschappelijk goed wél van betekenis is voor de vraag of een beperkt recht op een eigen zaak kan rusten. Verschil tussen een beheersregeling en een privatieve last is, dat bij een beheersregeling de rechten en verplichtingen van de deelgenoten zelf worden geregeld, terwijl een lasthebber aan een privatieve last de bevoegdheid ontleent, rechtshandelingen te verrichten met betrekking tot andermans goederen. Een beheersregeling bepaalt de inhoud van een goederenrechtelijk recht, terwijl de lastgeving slechts ziet op de uitoefening van bevoegdheden over andermans goederenrechtelijk recht. Om deze reden speelt een privatieve last geen rol bij de beoordeling of iemand in een bepaald geval een beperkt recht op zijn eigen zaak kan hebben.