Einde inhoudsopgave
Het pre-insolventieakkoord 2016/2.1
2.1 Inleiding
N.W.A. Tollenaar, datum 16-10-2016
- Datum
16-10-2016
- Auteur
N.W.A. Tollenaar
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Voetnoten
Voetnoten
Dat wil zeggen: uitsluitend toe te passen indien de schuldenaar in financiële staat van insolventie of pre-insolventie verkeert; zie hierna paragrafen 3.6 en 3.7.
Zie hierover o.a. F.M.J. Verstijlen, De faillissementscurator, diss. Tilburg, W.E.J. Tjeenk Willink, 1998, p. 26 e.v.
De tendens om steeds meer gewicht toe te kennen aan zogenaamde maatschappelijke belangen brengt hier sluipenderwijs verandering in; zie hierover nader o.a. F.M.J. Verstijlen, De faillissementscurator, diss. Tilburg, W.E.J. Tjeenk Willink, 1998, p. 29 e.v.; F.M.J. Verstijlen, De betrekkelijke continuïteit van het contract binnen faillissement, in: W.M.J. van Andel en F.M.J. Verstijlen, Materieel faillissementsrecht: de Peeters/Gatzen-vordering en de overeenkomst binnen faillissement (preadvies Vereniging van Burgerlijk Recht), Kluwer 2006, p. 131 e.v.; W. Snijders, Concursus creditorum en de verdelende rechtvaardigheid in het privaatrecht, in: M.W. Hesselink, C.E. du Perron en A.F. Salomons, Privaatrecht tussen autonomie en solidariteit, Boom Juridische Uitgevers, 2003, p. 272 e.v.; S.H. de Ranitz, Crediteurenbelang versus “andere belangen”, in: De curator, een octopus, Serie Onderneming en Recht, deel 6, W.E.J. Tjeenk Willink, 1996; A. van Hees, Het doel van faillissement en de taak van de curator, TvI 2004, nr. 45, p. 200-203; A. van Hees, Maatschappelijk verantwoord vereffenen, TvI 2015/1; A. van Hees, Pre-packen voor de werknemers, TvI 2016/18; J.J. van Hees, Kroniek van het insolventierecht, NJB 2012/888 en J.J van Hees, Kroniek van het insolventierecht, NJB 2014, 799.
Om een nieuwe regeling te kunnen ontwerpen, moet men eerst duidelijk voor ogen hebben wat het doel van de regeling zou moeten zijn. In samenhang daarmee zal men een antwoord moeten kunnen geven op de vraag naar de rechtvaardigingsgrond van de regeling, in het bijzonder waar de regeling op bestaande rechten van partijen inbreuk maakt.
In het volgende hoofdstuk beantwoord ik de vraag naar het doel van een zelfstandig dwangakkoord en de rechtvaardigingsgrond voor de inbreuk die een dwangakkoord op individuele (verhaals)rechten van (tegenstemmende) crediteuren maakt. Zoals in hoofdstuk 3 zal blijken, behoort een zelfstandig dwangakkoord een zuiver insolventierechtelijk instrument te zijn.1 Daarom bespreek ik eerst, in dit hoofdstuk, het doel en de rechtvaardigingsgrond van faillissementsrecht in het algemeen. Omdat dit onderzoek zich richt op de vormgeving van een nieuwe regeling, zal ik niet tot uitgangspunt nemen wat het doel van faillissementsrecht naar positief Nederlands recht op dit moment is,2 maar de vraag beantwoorden naar wat het doel van faillissementsrecht meer in het algemeen zou moeten zijn. Ik ontleen daarvoor inspiratie aan de “creditors’ bargain theory” die in de Amerikaanse literatuur is ontwikkeld. In het navolgende zal blijken dat het doel van Nederlands faillissementsrecht – in ieder geval voorlopig nog3 – grotendeels overeenkomt met wat het doel ervan naar de opvatting van de geestesvaders van de creditors’ bargain theory zou moeten zijn.