RFR 2022/79
Is de man terecht niet-ontvankelijk verklaard in zijn echtscheidingsverzoek omdat hij dit verzoek niet binnen veertien dagen aan de vrouw heeft betekend (art. 816 lid 1 Rv)?
HR 01-04-2022, ECLI:NL:HR:2022:481
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
1 april 2022
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, T.H. Tanja-van den Broek, A.E.B. ter Heide, S.J. Schaafsma, G.C. Makkink
- Zaaknummer
21/00924
- Conclusie
A-G mr. E.M. Wesseling-van Gent
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS652587:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Personen- en familierecht / Alimentatie
Burgerlijk procesrecht (V)
Personen- en familierecht / Huwelijk, relaties en echtscheiding
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2022:481, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 01‑04‑2022
ECLI:NL:PHR:2021:1020, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 29‑10‑2021
Beroepschrift, Hoge Raad, 03‑03‑2021
- Wetingang
Essentie
Is de man terecht niet-ontvankelijk verklaard in zijn echtscheidingsverzoek omdat hij dit verzoek niet binnen veertien dagen aan de vrouw heeft betekend (art. 816 lid 1 Rv)?
Samenvatting
Partijen zijn in 2006 met elkaar gehuwd. Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie van de rechtbank op 2 december 2019, heeft de man de rechtbank verzocht de echtscheiding tussen partijen uit te spreken, met nevenvoorzieningen, en te bepalen dat de vrouw aan de man partneralimentatie zal betalen. Een afschrift van het verzoekschrift is op 8 januari 2020 aan de vrouw betekend. De man heeft het betekeningsexploot bij brief van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.