Einde inhoudsopgave
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/1.2.1.2
1.2.1.2 Maatschappelijke relevantie
dr. F.J. Elsweier, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
dr. F.J. Elsweier
- JCDI
JCDI:ADS401768:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
R. Martini, Über die Rezeption von Steuergesetzen, StuW 1/2011, blz. 25.
Rapport “continuïteit en vernieuwing”, datum 7 april 2010, te vinden onder http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2010/04/07/rapport-studiecommissie-belastingstelsel.html
Brief staatssecretaris van Financiën 16 september 2014, nr. AFP/2014/780, blz. 12.
Vergelijk M. Adams, Wat de rechtsvergelijking vermag, Ars Aequi maart 2011, blz. 199. “Bestudering en beschrijving van een buitenlands rechtsstelsel zal onvermijdelijk doen verwijzen naar en reflecteren over het eigen of andere rechtsstelsel; de gegevens zullen dus impliciet met elkaar zijn geconfronteerd en een visie op de onderlinge verhouding gevormd.”
Dit onderzoek is mijns inziens niet alleen wetenschappelijk interessant, maar ook voor de fiscale praktijkbeoefenaren in zowel Nederland als Duitsland. Het onderzoek bevat namelijk informatie over de winstbelasting van lichamen in Nederland en Duitsland. Een fiscale praktijkbeoefenaar zal door dit onderzoek te lezen een beter inzicht krijgen in bepaalde regelingen in de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen.
Voor beleidsmakers kan het onderzoek inzicht geven en een inspiratiebron zijn. Martini verwoordt het mijns inziens treffend door te stellen dat “Rechtsvergleichen-de Vorarbeiten somit eine erhebliche Rolle in der Planung und Ausführung einer gesetzgeberischen Rezeption spielen und damit zugleich Katalysator für die Angleichung der Steuerrechtssysteme sind.’’1
Zowel burgers, ondernemingen als overheid hebben baat bij een goed gefundeerde en goed functionerende winstbelasting van lichamen. Alhoewel de meningen over “wat goed functioneert en wat goed gefundeerd is’’ uiteen zullen lopen, wordt in dit onderzoek getracht aan de hand van een analyse van wetgeving, parlementaire stukken, jurisprudentie en literatuur aan te geven wat de conceptuele/fundamentele discussiepunten zijn in de Nederlandse winstbelasting van lichamen en of daarin – door te vergelijken met Duitsland - verbeterpunten aangebracht kunnen worden. Dat de Nederlandse wetgever zelf ook op zoek is naar verbeterpunten blijkt bijvoorbeeld uit de (in het verleden) ingestelde commissie Van Weeghel, die het rapport “Continuïteit en vernieuwing’’2 uitbracht en de brief van staatssecretaris Wiebes bij het belastingplan 2015 met als titel “Keuzes voor een beter belastingstelsel’’.3 Met name bij de voorbereiding van een (nieuwe of herziene) wet kan een rechtsvergelijking mijns inziens van waarde zijn. Door rechtsvergelijkend onderzoek met Duitsland op het gebied van de winstbelasting van lichamen is het daarnaast mogelijk om een inschatting te maken waar de Nederlandse vennootschapsbelasting in de toekomst mee te maken zou kunnen krijgen. Indien een bepaalde regeling zich in een ander land (in casu Duitsland) al verder of anders heeft ontwikkeld, kan de Nederlandse wetgever daar mogelijk rekening mee houden bij het maken van toekomstige wetgeving.
Tot slot denk ik dat één van de bijkomstigheden van dit rechtsvergelijkend onderzoek is dat door de rechtsvergelijking en beschrijving van de desbetreffende regelingen in beide landen als zodanig een ieder de belangrijkste conclusies er voor zichzelf uit kan halen.4 Als bijvoorbeeld blijkt dat een Nederlandse regeling ten aanzien van de winstbelasting van rechtspersonen uitstekend is gefundeerd en praktisch is in de uitvoering zou dat voor de Duitse wetgever een inspiratiebron kunnen betekenen.