Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/3.3
3.3 Conflictescalatie en juridisering
prof. mr. D. Allewijn, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
prof. mr. D. Allewijn
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijv. F. Glasl, Help! Conflicten, heb ik een conflict of heeft het conflict mij?, Zeist: Christofoor 2001, p. 82 e.v.
Zie voor dit alles uitgebreid mijn proefschrift, Allewijn 2011, p. 131 e.v.
Juristen, maar ook het recht. Bijv. de verplichte beroepsclausule.
Waaronder de mensen die als ambtenaren de overheid vormen.
Regel 2, lid 2 van de Gedragsregels Advocatuur 2018: Het belang van de cliënt, geen enkel ander belang, bepaalt de wijze waarop de advocaat zijn zaken behandelt. In de aanhef heet dit het gebod van partijdigheid.
Platform ‘Scheiden zonder schade’(Rouvoet), Scheiden… en de kinderen dan? Agenda voor actie, Den Haag: Xerox OBT, februari 2018.
In Nederland zijn we gewend het proces van conflictescalatie te beschouwen volgens de escalatietrap van Glasl.1 Glasl onderscheidt drie hoofdfasen van conflictescalatie:
De win/win-fase (nerveuze fase, meningsverschil) partijen kunnen zichzelf nog uit het conflict bevrijden.
De win/lose-fase (neurotische fase, tegenstanders) partijen hebben hulp van derde(n) nodig om te de-escaleren.
De lose/lose-fase (pathologische fase, vijanden) alleen een ingreep vanuit macht kan een einde aan de strijd maken.
Het zijn altijd betekenisvolle gebeurtenissen die ervoor zorgen dat partijen in een volgende fase van conflictescalatie terechtkomen: fysiek geweld bijvoorbeeld, een artikel in de krant, een diffamerende tweet, maar ook juridische middelen, zoals een advocatenbrief, een dagvaarding, of, in de verhouding tussen overheid en burger, een verzoek om handhaving of een handhavingsbesluit.2
Juist in de verhouding overheid/burger gaat de conflictescalatie gepaard met een pijlsnelle juridisering. Het conflict transformeert in een oogwenk naar een geschil. In die transformatie van conflict naar geschil spelen juristen aan beide zijden een belangrijke rol.3 Deze juridisering heeft voordelen. Zij maakt het mogelijk de kwestie voor een beslissing aan een derde voor te leggen. Er komt dan in elk geval een einde aan de (rechts-)strijd. Maar het heeft ook nadelen. Het vragen van juridisch advies, het laten schrijven van brieven door juristen, en het (laten) beargumenteren van standpunten door juristen, het zijn allemaal gedragingen die door de ander als ‘dwarsbomen’ kunnen worden beschouwd, en die dus bijdragen aan de conflictescalatie. Eens temeer geldt dat voor het opstellen van procesdocumenten. Kunnen we dat de juridische discipline aanrekenen? Dat is een lastige vraag. Bij een bepaalde mate van conflictescalatie beleven mensen4 het belang om van de ander te winnen als het grootste belang. En een rechtsbijstandverlener heeft het belang van zijn cliënt te dienen.5
Voor een jurist is het dus een begrijpelijke beroepsvatting dat hij zijn cliënt helpt om zijn zaak te winnen. Dat geldt ook voor overheidsjuristen. Bij een bepaalde mate van conflictescalatie wordt het conflict altijd tweezijdig: indien iemand de overheid met alle middelen bestrijdt, is het voor (ambtenaren van) de overheid psychologisch onmogelijk om niet te gaan terugvechten. Bij een hoge escalatiegraad wil de overheid van de burger winnen, en beschouwt de overheidsjurist het als zijn taak om dat voor elkaar te krijgen.
Echter, maatschappelijk wordt deze beroepsopvatting op sommige domeinen niet meer aanvaard. Vooral natuurlijk in het familierecht. Advocaten die de vader helpen van de moeder te winnen, en de moeder helpen om van de vader te winnen, werken eraan mee dat kinderen in de knel komen en blijven. In dat domein wordt dan ook gezocht naar meer verbindende alternatieven voor de splitsende en escalerende juridische procedures volgens het toernooimodel.6