Prg. 2025/258
Ontbinding op i-grond; de herplaatsingsverplichting is van toepassing en voor toekenning van de aanvullende transitievergoeding is geen verzoek van werknemer vereist.
HR 18-07-2025, ECLI:NL:HR:2025:1171
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
18 juli 2025
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, F.J.P. Lock, F.R. Salomons, G.C. Makkink, K. Teuben
- Zaaknummer
24/02972
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Arbeidsrecht / Einde arbeidsovereenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1171, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑07‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:301, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 07‑03‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 02‑10‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 13‑09‑2024
- Wetingang
Art. 7:671b lid 8, 7:669 lid 1 en 3 onder e, g, i, 7:686a lid 6 BW; art. 25 Rv
Essentie
Ontslagrecht. Dient werknemer ook in hoger beroep, om aanvullende transitievergoeding te verzoeken, indien hof ontbinding arbeidsovereenkomst op i-grond in stand laat?
Nee. Voor toekenning extra transitievergoeding is geen verzoek van werknemer vereist.
Samenvatting
Het hof bekrachtigt de vernietiging van het ontslag en beslist dat de ontbinding van de arbeidsovereenkomst door de kantonrechter niet op de e-grond kon worden gegeven, maar in stand blijft op de i-grond, aangezien wel sprake is van enig verwijtbaar handelen van werknemer. De aanvullende transitievergoeding ex art. 7:671b lid 8 BW is in hoger beroep niet meer aan de orde. Werknemer tekent ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.