Einde inhoudsopgave
Het beheerplan voor Natura 2000-gebieden (SteR nr. 17) 2014/8.2.1
8.2.1 Doel en structuur
mr. drs. S.D.P. Kole, datum 31-01-2014
- Datum
31-01-2014
- Auteur
mr. drs. S.D.P. Kole
- JCDI
JCDI:ADS443719:1
- Vakgebied(en)
Natuurbeschermingsrecht / Algemeen
Natuurbeschermingsrecht / Gebiedsbescherming
Natuurbeschermingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 2003-2004, 29435, nrs. 1-3.
Kamerstukken II 2003-2004, 29576, nr. 1.
In dit verband zijn relevant: Verordening (EG) nr. 1698/2005, inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO), PbEU L277 en Verordening (EG) nr. 1260/1999 van de Raad van 21 juni 1999 houdende algemene bepalingen inzake de Structuurfondsen, PbEG L161.
De Nota Ruimte en de Agenda Vitaal Platteland vormden het (beleidsmatige) fundament onder de Wilg. De Nota Ruimte is ondertussen vervangen door het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Dit besluit is te raadplegen op www.ruimtelijkeplannen.nl.
Kamerstukken II 2005-2006, 30509, nr. 3, p 5-7.
In de oorspronkelijke situatie was de Minister van LNV verantwoordelijk voor dit dossier. Onder het kabinet Rutte-Verhagen is dit departement omgedoopt in het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. Met ingang van 29 oktober 2012 is de naam gewijzigd in Ministerie van Economische Zaken.
Een overzicht op hoofdlijnen is te vinden in Leenen 2007.
De Wilg is opgesteld ten behoeve van de inrichting, het gebruik en het beheer van het landelijk gebied. Bij de totstandkoming van deze wet hebben de Nota Ruimte1 en de Agenda Vitaal Platteland2 een belangrijke rol gespeeld. Daarnaast vormt de Wilg de ‘codificatie’ van het Europese plattelandsbeleid.3 Een belangrijke (neven)doelstelling van de wet is de programmering en regulering van de EU-geld-stromen die samenhangen met de inrichting en het beheer van het landelijke gebied. De realisering van het gebiedsgerichte beleid vormt de kern van de Wilg. Hieronder wordt verstaan: ‘beleid, gericht op de verbetering van de kwaliteit van het landelijke gebied, in elk geval ten aanzien van natuur, recreatie, landschap, landbouw, sociaaleconomische vitaliteit, milieu en water, voor zover het betreft inrichting, gebruik en beheer van daarvoor specifiek in aanmerking komende delen van het landelijke gebied, met inbegrip van de reconstructie van de concentratiegebieden, bedoeld in artikel 4 van de Reconstructiewet concentratiegebieden’.4
Het gebiedsgerichte beleid omvat een brede afweging van uiteenlopende belangen ten behoeve van de inrichting, het gebruik en het beheer van het landelijk gebied. Als uitvloeisel van de Nota Ruimte en de Agenda Vitaal Platteland wordt bij de uitwerking van dit beleid veel belang toegekend aan de realisering en de instandhouding van de EHS en het Natura 2000-netwerk in Nederland.5 Volgens de wetgever kan de Wilg voor dat doel worden ingezet.6 De verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het gebiedsgerichte beleid berust in principe bij Gedeputeerde Staten. De Minister van EZ7 stelt de beleidskaders vast en ondersteunt de uitvoering van het gebiedsgerichte beleid door het (deels) beschikbaar stellen van de benodigde middelen en de inzet van de Dienst landelijk gebied (hierna: DLG).8 De Wilg is opgebouwd uit twee delen. Het eerste deel van de wet bevat het instrumentarium ten behoeve van het gebiedsgerichte beleid. Het tweede deel bevat regels voor landinrichting.9 Dit laatste instrumentarium kan ook worden ingezet voor het gebiedsgerichte beleid.