Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders
Einde inhoudsopgave
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/17.6.1:17.6.1 De restitutieverplichting bij nietige uitkeringen
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/17.6.1
17.6.1 De restitutieverplichting bij nietige uitkeringen
Documentgegevens:
mr. J. Barneveld, datum 18-09-2013
- Datum
18-09-2013
- Auteur
mr. J. Barneveld
- JCDI
JCDI:ADS403544:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Van Schilfgaarde/Winter 2009, nr. 26. Anders dan bij de NV, waarvan alleen de aandeelhouders niet te goeder trouw de uitkering dienen terug te betalen; art. 2:105 lid 8 BW. Zie hierover Bier 2003, p. 52-55.
Zie par. 17.3.1.
Zie Lennarts 2007, p. 967 en het advies van de Commissie Vennootschapsrecht, p. 9.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Onder het oude BV-recht was een uitkering die niet viel binnen de ‘vrije reserves’ van art. 2:216 (oud) BW nietig vanwege strijd met de wet, zodat het te veel betaalde dividend als onverschuldigd betaald van de aandeelhouders kon worden teruggevorderd, ook als zij te goeder trouw het dividend hadden ontvangen.1 Door de ontmanteling van de kapitaalbescherming in 2012 speelt de balanstest nu een veel beperktere rol bij uitkeringen, zodat slechts in een klein aantal gevallen een uitkering vanwege nietige besluitvorming van de aandeelhouders kan worden teruggevorderd.2 Zo is sprake van nietigheid als de vennootschap wettelijk of statutair voorgeschreven reserves op haar balans heeft staan en de uitkering niet uit het ‘vrije’ eigen vermogen gefinancierd kan worden.3 Een uitkering dient tevens als nietig te worden aangemerkt als het uitkeringsbesluit van de AV (nog) niet is goedgekeurd door het bestuur. De sanctie van nietigheid heeft door de invoering van de wet Flex-BV kortom aanzienlijk aan belang ingeboet.